Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
coloen
boliein de chats en de foto’s van blokken cocaïne.
- medeplegen van het voorhanden hebben van 40 blokken cocaïne en het vervoeren en afleveren van 27 blokken;
- medeplegen van de verkoop, het vervoer en aanwezig hebben van 10 blokken cocaïne;
- medeplegen van de verkoop, het vervoer en aanwezig hebben van 6 blokken cocaïne.
coloen
bolie. Dit zijn in het criminele circuit bekende en gangbare benamingen voor Colombiaanse en Boliviaanse cocaïne. Ook nam verdachte deel aan groepchats met namen die kunnen worden geassocieerd met de handel in verdovende middelen, zoals
bol 1,
Fendi Tops,
Group Colen
Group Carta&Peru. De namen verwijzen bijvoorbeeld naar de logo’s op de cocaïne en de te gebruiken transportmiddelen. Gelet op het vorenstaande stelt de rechtbank vast dat het daadwerkelijk om cocaïne gaat. Voordat de rechtbank toekomt aan de bespreking van de eerste drie gedachtestreepjes bij feit 1, zal zij eerst ingaan op de vraag of steeds medeplegen kan worden bewezen.
27 toch, “
hoeveel zijn er nog,” en “
40 missch meer” niet kan vaststellen dat de in de tenlastelegging genoemde hoeveelheid van 27 tot 40 blokken zouden zijn overgedragen. Gelet op de tekst op pagina 17 lijkt ‘27’ te slaan op het huisnummer in de [straat] waar geleverd zou moeten worden, terwijl ’40’ de hoeveelheid lijkt te zijn die nog op voorraad is volgens een medeverdachte. Verderop in de chat is echter te lezen: “heren fendi is afgekeurd” en “
kunnen jullie afspreken voor afgeven weer” en “
oké laat maar ophalen.”. Deze berichten zijn gestuurd door verdachte en het lijkt erop dat verdachte ‘fendi’ heeft ontvangen maar niet heeft kunnen doorleveren. Vervolgens stuurde gebruiker [naam 4] drie foto's van een blok cocaïne met daarop, volgens het proces-verbaal, gestempeld ‘fendi’. De rechtbank kan op basis van die drie foto’s uitsluitend vaststellen dat er 1 blok cocaïne is vervoerd en afgeleverd, nu er verder geen aanwijzingen zijn dat het om drie afzonderlijke blokken zou gaan. De verkoop van dit blok acht de rechtbank, gelet op het voorgaande, niet bewezen.
coloen
bolie. De rechtbank leidt uit de chatgesprekken af dat 10 blokken zijn verkocht en dat verdachte daarbij een coördinerende of sturende rol had. Verdachte berichtte [naam 6] eerst dat de verkoop aan een beoogde afnemer was afgeketst omdat “die man van die 10 zegt is geen colo”. Maar als daarna [naam 6] meldt “Broer je man geeft me paps
(de rechtbank begrijpt: geld)mee”, chat verdachte “andere klant” en “Was echt toevallig”. Concluderend acht de rechtbank medeplegen van het verkopen, afleveren en vervoeren van die 10 blokken bewezen.
“Mag ik die 2 Bol en 4 1204,” “Paps komt later toch”en
“Job done”gestuurd
.De rechtbank stelt op basis van deze berichten vast dat het gaat om 6 blokken: 2 blokken bol en 4 blokken 1204
.Zij acht medeplegen van het verkopen, afleveren en vervoeren van die 6 blokken bewezen.
laat me weten hoe laat ze ook die paps van 6 stk geven was die trouwens goed gekeurd.” Op 8 oktober stuurde verdachte “
17:00 is hij er met die pap” en
“tekort van laatste keer hoort er ook bij te zijn. 6 x 33. En 11250”en “
maar is te veel wat ik krijg. Er moet wat van af.”[naam 5] stuurde vervolgens
“€ 52.000 als goed is gaat na chill,” waarop verdachte stuurde:
“geef maar 52 regel het wel met pa.”Uiteindelijk stuurde [naam 6] op 8 oktober 2020 om 16:37:25:
“done 52k,”waarop verdachte reageerde met
“yessss.”Gelet op het vorenstaande concludeert de rechtbank dat verdachte het geldbedrag van 52.000,- euro voorhanden heeft gehad. De rechtbank acht verder bewezen dat dit geld afkomstig is uit enig misdrijf, namelijk een eigen misdrijf van verdachte: het (medeplegen van) verkopen, afleveren en vervoeren van de 6 blokken cocaïne. Uit de hierboven geciteerde berichten blijkt duidelijk dat het geldbedrag dat verdachte op 8 oktober 2020 heeft ontvangen, de betaling is van die 6 blokken. Concluderend acht de rechtbank bewezen dat verdachte 52.000,- euro heeft witgewassen. De rechtbank acht medeplegen ten aanzien van dit feit niet bewezen, nu verdachte het geldbedrag alleen voorhanden heeft gehad en niet samen met anderen. Van dit onderdeel wordt verdachte partieel vrijgesproken. Evenmin acht de rechtbank bewezen dat verdachte een gewoonte heeft gemaakt van het witwassen, nu het gaat om één geldbedrag en er op basis van het dossier geen vaste wijze voor het witwassen vast te stellen is.
5.Het bewijs
6.De strafbaarheid van de feiten
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straf
first offenderis en dat er geen sprake is geweest van betrokkenheid bij de invoer van harddrugs. Verder heeft hij betoogd dat er sprake is van eendaadse samenloop tussen feit 1 en feit 2. Indien de rechtbank tot een bewezenverklaring van feit 2 komt, dient dit om die reden geen strafverzwarend effect te hebben.
9.Verbeurdverklaring
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
- 1 STK personenauto (goednummer 6070773);
- 1 STK telefoontoestel (goednummer 6103530);