Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
mr. R. Bosman, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. P. Jeeninga, naar voren hebben gebracht.
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
Verdachte heeft met zijn aangifte drugsgerelateerde activiteiten willen verhullen die aan de Mercedesbus en aan hem kunnen worden gekoppeld. Door deze valse aangifte is een gevaar voor misleiding ontstaan van zowel politie en justitie, als van de verzekeringsmaatschappij. Daarbij ging het bij de ‘rip’ van de cocaïne niet zozeer om diefstal van de bus zelf, maar om diefstal van de inhoud van de bus. De bus is immers achtergelaten met daarin nog maar één blok cocaïne.
12 juli 2010 (ECLI:NL:RBARN:2010:BN0940) en een arrest van de Hoge raad van 9 december 2014 (ECLI:NL:HR:2014:3544).
voice memovan verdachte doet daaraan niet af.
7 april 2018 tot en met 21 mei 2019 schuldig gemaakt aan voorbereidingshandelingen in de zin van de Opiumwet, door een bus met een grote verborgen ruimte voorhanden te hebben, te communiceren over verdovende middelen, en doordat medeverdachte [medeverdachte 1] de container met een volledige cocaïnewasserij voorhanden heeft gehad.
27 april 2018 had geparkeerd in Duivendrecht. Toen hij op 28 april 2018 de bedrijfsauto in gebruik wilde nemen, zag hij omstreeks 18:00 uur dat de bus was weggenomen. Op de zitting heeft verdachte verklaard dat hij, in tegenstelling tot hetgeen hij in de aangifte heeft aangegeven, rond dat tijdstip niet zelf heeft gezien dat de bus was weggenomen, maar dat [medeverdachte 3] hem dat telefonisch had verteld.
voice note’verzonden:
5.Bewezenverklaring
21 mei 2019 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en vervoeren van een onbekend gebleven grote hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en te bevorderen:
18 mei 2018 in Nederland opzettelijk gelegenheid en middelen heeft verschaft en opzettelijk behulpzaam is geweest door:
6.De strafbaarheid van het feit
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straffen
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
taakstraf van 240 (tweehonderdveertig) uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 4 maanden.
gevangenisstraf van 1 (één) jaar.
[verdachte]is ten laste gelegd dat: