ECLI:NL:RBAMS:2021:2270
Rechtbank Amsterdam
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Toekenning vergoeding kosten raadsman na onvoorwaardelijk sepot wegens billijkheid
Verzoeker diende een verzoek in op grond van artikel 530 Wetboek Pro van Strafvordering tot vergoeding van kosten van rechtsbijstand en de behandeling van het verzoek na onvoorwaardelijke sepot van de strafzaak wegens gekwalificeerde diefstal uit een woning.
De officier van justitie verzette zich tegen vergoeding vanwege een beleidssepot en eerdere veroordeling van verzoeker in een andere zaak. De rechtbank overwoog dat het sepot een einde van de zaak vormt en dat het verzoek tijdig was ingediend.
De rechtbank nam het standpunt van verzoeker in acht dat hij zijn zwijgrecht had uitgeoefend en de verdenking betwistte, waardoor niet kon worden geconcludeerd dat de kosten voor zijn risico moesten blijven. Op grond van gronden van billijkheid werd de vergoeding voor de kosten van de raadsman en het verzoek toegekend.
De beslissing werd in het openbaar uitgesproken door rechter W.M.C. van den Berg op 23 april 2021, met een totale vergoeding van €1.003,75 uit de Rijkskas.
Uitkomst: Verzoeker krijgt een vergoeding van €1.003,75 voor kosten van raadsman en behandeling verzoek na onvoorwaardelijk sepot.