Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 5 november 2019 met producties,
- de conclusie van antwoord met producties,
- het tussenvonnis van 15 juli 2020, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald,
- de conclusie van antwoord in voorwaardelijke reconventie,
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 8 oktober 2020 met de daarin genoemde stukken.
2.De feiten
3.Het geschil
in conventie
primairvoor recht verklaart dat [eiseres] door verjaring eigenaar is geworden van Strook A en
voorwaardelijk subsidiairvoor het geval dat de rechtbank de primaire vordering onder I. afwijst, voor recht verklaart dat ten laste van Strook A en Strook B en ten behoeve van [adres 2] door bevrijdende verjaring een erfdienstbaarheid voor parkeren, recht van overpad en recht van weg is ontstaan,
4.De beoordeling
€ 1.086,00(2,0 punten × tarief € 543,00)