Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2009:BH1634

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 februari 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C07/188HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen verkrijgende verjaring bij gebrek aan inbezitneming van perceel grond

In deze zaak vorderde eiser door middel van verjaring eigenaar te worden van een perceel grond, kadastraal bekend als gemeente Harlingen, sectie A nummer 001. De rechtbank wees de vordering toe, maar het gerechtshof verklaarde het hoger beroep van de verweerder ontvankelijk, vernietigde het vonnis en wees de vordering van eiser af. Eiser werd veroordeeld tot ontruiming van het perceel.

De Hoge Raad werd gevraagd te beoordelen of sprake was van verkrijgende verjaring door inbezitneming. Volgens de Hoge Raad vereist inbezitneming dat de machtsuitoefening door de vermeende bezitter zodanig is dat het bezit van de oorspronkelijke bezitter wordt opgeheven. Dit was in casu niet het geval, zodat geen sprake was van een voltooide verkrijgende verjaring.

De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van eiser en bevestigde daarmee het arrest van het gerechtshof. De kosten van het geding in cassatie werden aan eiser opgelegd, maar tot aan deze uitspraak nihil begroot aan de zijde van verweerder.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd.

Uitspraak

27 februari 2009
Eerste Kamer
Nr. C07/188HR
EV/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Eiser 1],
2. [Eiser 2],
beiden wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt,
t e g e n
RE-Z BEHEER B.V., voorheen genaamd Hismar Beheer B.V.,
gevestigd te Assen,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser 1], [eiser 2] (tezamen [eiser] c.s.) en Hismar.
1. Het geding in feitelijke instanties
[Eiser 1] heeft bij exploot van 10 januari 2003 Hismar gedagvaard voor de rechtbank Leeuwarden en gevorderd, kort gezegd, dat de rechtbank voor recht verklaart dat [eiser 1] door verjaring eigenaar is geworden van het perceel, kadastraal bekend als Gemeente Harlingen, Sectie [A] nummer [001].
Hismar heeft de vordering bestreden en, in reconventie, gevorderd, kort gezegd, [eiser 1] te veroordelen tot ontruiming van het litigieuze perceel en tot betaling van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van € 1.000,-- per dag voor elke dag of elk gedeelte daarvan dat [eiser 1] in gebreke blijft aan de gevorderde ontruiming te voldoen.
De rechtbank heeft, na tussenvonnis van 22 oktober 2003 waarbij [eiser 2] is toegelaten zich aan de zijde van [eiser 1] te voegen en na een comparitie van partijen, bij vonnis van 19 mei 2004, nadien verbeterd bij vonnis van 12 juli 2004, in conventie voor recht verklaard dat [eiser 1] door verjaring eigenaar is geworden van het perceel en in reconventie de vorderingen van Hismar afgewezen.
Tegen deze vonnissen heeft Hismar hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Leeuwarden.
Bij arrest van 29 november 2006 heeft het hof Hismar niet-ontvankelijk verklaard in haar appel tegen het tussenvonnis van 22 oktober 2003, het vonnis van 19 mei 2004, nadien verbeterd bij vonnis van 12 juli 2004, vernietigd en, opnieuw rechtdoende, de vorderingen van [eiser] c.s. afgewezen en [eiser] c.s. veroordeeld om het perceel binnen drie maanden na betekening van het arrest te ontruimen en ontruimd te houden op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,-- per dag.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen Hismar is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] c.s. toegelicht door hun advocaat.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiser] c.s. heeft bij brief van 2 januari 2009 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Hismar begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, W.A.M. van Schendel en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 27 februari 2009.