Uitspraak
RECHTBANK [plaats]
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
(art. 11b van de Opiumwet en art. 140 van Pro het Wetboek van Strafrecht);
(art. 2, onder B en art. 3, onder b van de Opiumwet);
(art. 420bis, lid 1 aanhef onder a en b van het Wetboek van Strafrecht);
(art. 2, onder C van de Opiumwet);
(art. 40 van Pro de Geneesmiddelenwet).
3.Waardering van het bewijs
Het in de woning van verdachte aangetroffen geldbedrag lag verdeeld over het huis en is, bij elkaar opgeteld, geen witwasindicator. Dit geldt vooral omdat verdachte aan het werk was in zijn winkel het [bedrijf 3] .
Het Rolex horloge is tweedehands, van relatief geringe waarde en gekocht met geld dat de partner van verdachte van haar moeder heeft geërfd. Dit horloge rechtvaardigt evenmin een verdenking van witwassen.
Dat geldt ook voor de aangetroffen tassen.
Voor de twee auto’ s , een Volkswagen Touran en een Volkswagen Polo, geldt dat deze geen auto’ s zijn van een luxe kaliber. De Volkswagen Polo is van de broer van verdachte. Deze werd soms door hem en zijn vrouw gebruikt, maar dat maakt niet dat sprake is van witwassen. De Volkswagen Touran is op afbetaling gekocht van [medeverdachte 4] en is een gezinswagen die past in het huishouden van (de partner) van verdachte.
Omdat het aangetroffen geldbedrag en de hiervoor genoemde goederen niet van dien aard zijn dat zij een verdenking van witwassen rechtvaardigen, is een verklaring van verdachte hierover niet vereist.
€ 5.765,-, omdat de hoogte van dit geldbedrag en de wijze waarop dit in zijn woning is aangetroffen, namelijk verdeeld op verschillende plaatsen in de woning en in gangbare coupures, de mogelijkheid open laten dat dit geld een legale herkomst heeft, welke legale herkomst volgens de rechtbank aannemelijk is. Dit geldt alleen niet voor de auto’s en het horloge die onder verdachte zijn inbeslaggenomen en ten aanzien daarvan wordt aangenomen dat deze een criminele herkomst hebben.
4.Bewezenverklaring
- misdrijven als bedoeld in artikel 10, derde, vierde en vijfde lid, 10a, eerste lid, 11, derde en vijfde lid en 11a Opiumwet en
- witwassen zoals bedoeld in artikel 420bis Wetboek van Strafrecht,
- hoeveelheden cocaïne en/of heroïne en
- hoeveelheden hasj;
5.De strafbaarheid van de feiten
6.De strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straf
84 maanden (zeven jaren)passend. In die zin wijkt de rechtbank in het voordeel van verdachte af van de eis van de officieren van justitie, waarbij de rechtbank ook minder bewezen verklaart. Met toepassing van de strafkorting voor de termijnoverschrijding zal de rechtbank aan verdachte een gevangenisstraf van
80 maandenopleggen.
8.Het beslag
- verbeurdverklaring van de onder 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 32, 33 en 34 genoemde voorwerpen:
- onttrekking aan het verkeer van de onder 12, 14, 15, 17, 27, 36, 37, 38, 39, 40 en 41 genoemde voorwerpen;
- teruggave aan verdachte van de onder 13, 26, 28, 29, 30, 31 en 35 genoemde voorwerpen.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
80 (tachtig) maanden.
.
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]
- [...]