Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Ontvankelijkheid van de officier van justitie in de vervolging
4.Waardering van het bewijs
5.Bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van de feiten en van verdachte
“Dat het stopt. Dat er niet van mij gestolen wordt. Dat ik het fokking mes terug krijg en dat ik mijn fokking liedje kan tapen.”Deze verklaringen en ook de gedragingen van verdachte zoals te zien op de camerabeelden rechtvaardigen naar het oordeel van de rechtbank de conclusie dat zijn gedrag in de kern bezien aanvallend was. De Hoge Raad heeft, onder meer in het arrest van 8 juni 2010 (ECLI:NL:HR:2010:BK4788, r.o. 2.5), geoordeeld dat onder die omstandigheden een beroep op noodweer niet kan worden aanvaard.
7.Motivering van de straffen en maatregelen
,vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 november 2019.
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
40 (veertig) maanden.
10 (tien) maanden, van deze gevangenisstraf niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij later anders wordt gelast.
2 (twee) jarenvast.
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht.