ECLI:NL:RBAMS:2019:9431
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederlandse rechter inzake vervangende toestemming paspoortaanvraag minderjarige kinderen
Partijen, gehuwd in Turkije, hebben vier minderjarige kinderen met dubbele Nederlandse en Turkse nationaliteit. Na verhuizing naar Turkije en een lopende echtscheidingsprocedure, verzocht de vrouw vervangende toestemming voor paspoortaanvragen en reizen met de kinderen naar Nederland. Eerder wees de voorzieningenrechter dit verzoek af vanwege onduidelijkheid over het Turkse recht en de bevoegdheid van de Nederlandse rechter.
De rechtbank verklaarde zich onbevoegd op grond van artikel 5 lid 2 HKV Pro 1996, omdat de kinderen hun gewone verblijfplaats in Turkije hebben. De vrouw stelde dat de Nederlandse rechter op grond van artikel 34 lid 2 Paspoortwet Pro wel bevoegd is, maar dit kan alleen in hoger beroep worden beoordeeld. De voorzieningenrechter volgde het oordeel van de bodemrechter en oordeelde dat er geen sprake is van een duidelijke juridische misslag.
De rechtbank overwoog dat de Nederlandse rechter onder artikel 9 HKV Pro 1996 alleen bevoegd kan zijn als deze beter het belang van de kinderen kan beoordelen en Turkije toestemming verleent, wat niet is gesteld. Daarom verklaarde de voorzieningenrechter zich onbevoegd en bepaalde dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt.
Uitkomst: De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd om vervangende toestemming te verlenen voor paspoortaanvraag en reizen met de kinderen.