De rechtbank Amsterdam behandelde op 31 oktober 2017 een vordering tot overlevering van een Poolse verdachte op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door Poolse rechtbanken. De verdachte is veroordeeld tot gevangenisstraffen waarvan nog een deel resteert. De verdachte was niet aanwezig bij de zitting maar had afstand gedaan van zijn recht om gehoord te worden. De rechtbank stelde vast dat de identiteit en nationaliteit van de verdachte kloppen.
De overlevering betreft de uitvoering van gevangenisstraffen die voorwaardelijk waren opgeschort, maar waarvan de tenuitvoerlegging later is bevolen. De rechtbank besloot het onderzoek te schorsen voor onbepaalde tijd vanwege een prejudiciële vraag die zij op 28 september 2017 aan het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft gesteld over de tenuitvoerlegging van voorwaardelijk opgelegde straffen.
De beslistermijnen worden geschorst tot het moment waarop het Hof van Justitie uitspraak doet. De rechtbank beveelt de oproeping van de verdachte en een Poolse tolk op een nader te bepalen datum. Tegen deze tussenuitsprak staat geen gewoon rechtsmiddel open.