Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
the Cluj County Court(Roemenië) en
the Local Court of Cluj-Napoca(Roemenië) en strekken tot de aanhouding en overlevering van:
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde twee vorderingen van het Openbaar Ministerie tot in behandeling nemen van Europees aanhoudingsbevelen (EAB's) gericht op de overlevering van een persoon uit Roemenië. De opgeëiste persoon werd verdacht van deelname aan een criminele organisatie, mensenhandel, en medeplichtigheid aan diefstal en rijden zonder geldig rijbewijs.
Na ontvangst van de EAB's in april en mei 2016 werd de opgeëiste persoon voorlopig aangehouden en vervolgens formeel in bewaring gesteld. De rechtbank stelde het onderzoek diverse malen uit vanwege zorgen over de detentieomstandigheden in Roemenië, die mogelijk in strijd zijn met artikel 4 van Pro het Handvest van de Europese Unie, met name het risico op onmenselijke of vernederende behandeling.
Ondanks nieuwe informatie van de Roemeense autoriteiten bleef het vermoeden van onmenselijke detentieomstandigheden bestaan. De verdediging stelde dat de redelijke termijn voor besluitvorming was overschreden, terwijl het Openbaar Ministerie dit betwistte. De rechtbank oordeelde dat meer dan dertien maanden waren verstreken sinds de uitstelbeslissing, waardoor de redelijke termijn was overschreden en verklaarde het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in haar vordering. Het bevel tot gevangenhouding werd opgeheven.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de redelijke termijn en het bevel tot gevangenhouding wordt opgeheven.