Uitspraak
the Galaţi Court, (Roemenië) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
1.Procesgang
2.Uitstel van de beslissing over de tenuitvoerlegging van het EAB
Oberlandesgericht Oldenburgheeft op 16 december 2015 de overlevering van de opgeëiste persoon aan Roemenië geweigerd, omdat sprake is van een dreigende flagrante schending van artikel 3 EVRM Pro nu de opgeëiste persoon in de gevangenis in Galaţi slechts 2 m2 celruimte tot zijn beschikking zal hebben.
Aranyosi en Câldâraru, punt 98) zou
contra legemzijn.
Varga e.a./Hongarije(EHRM (Grote Kamer) 10 maart 2015, 14097/12, 45135/12, 73712/12, 34001/13, 44055/13 en 64586/13) volgt dat, indien een gedetineerde over te weinig m2 “personal space” beschikt, dit kan worden gecompenseerd door bijvoorbeeld de korte duur van de detentie of de mogelijkheid om zich vrij door de gevangenis te bewegen. Een hoeveelheid van 2 m2 “personal space” levert dus niet zonder meer een schending van artikel 3 EVRM Pro op. Uit de verstrekte gegevens blijkt dat gedetineerden in het semi-open regime zich gedurende de dag vrij door de gevangenis kunnen bewegen en werk mogen verrichten.
Rapport au Gouvernement de la Roumanie relatif à la visite effectuée en Roumanie par le Comité européen pour la prévention de la torture et des peines ou traitements inhumains ou dégradants (CPT) du 5 au 17 juin 2014, CPT/Inf (2015) 31 van het Europees Comité voor de Preventie van Foltering en Onmenselijke of Vernederende Behandeling of Bestraffing (CPT), heeft de rechtbank vastgesteld dat er vanwege de
algemenedetentieomstandigheden in Roemenië, met name vanwege overbevolking in de gevangenissen, een reëel gevaar bestaat van onmenselijke of vernederende behandeling, zoals bedoeld in artikel 4 van Pro het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: Handvest).
de opgeëiste persoondit gevaar zal lopen vanwege de te verwachten omstandigheden van zijn detentie in de uitvaardigende lidstaat (zie
Aranyosi en Căldăraru, punt 92).
Aranyosi en Căldăraru, punt 95).
National Administration of Penitentiariesvan 12 april 2016 en
Director Galati Penitenciaryvan 12 april 2016.
National Administration of Penitentiariesbevat een algemene uiteenzetting van de regelgeving inzake de selectie van de gevangenis, van de regelgeving inzake de verschillende detentieregimes en van omstandigheden als medische bijstand, voeding, luchten en activiteiten.
National Administration of Penitentiariesgarandeert dat de betrokkene “2 m2 or 3 m2 of personal space in which are included the pertaining bed and the furniture” ter beschikking staat;
Director Galati Penitenciaryhoudt het volgende in:
National Administration of Penitentiariesen de brief van de
Director Galati Penitenciary, in onderlinge samenhang beschouwd, volgt dat de opgeëiste persoon bij plaatsing in de gevangenis in Galaţi gemiddeld 2 m2 en bij plaatsing in de gevangenis in Brăila 2 m2
of3 m2 “personal space” ter beschikking zal staan. Volgens de brief van de
Director Galati Penitenciarywordt de opgeëiste persoon naar verwachting in het semi-open regime geplaatst. Aangezien uit de aanvullende gegevens niet blijkt dat in de gevangenis in Galaţi het semi-open detentieregime wordt toegepast, gaat de rechtbank ervan uit dat de opgeëiste persoon naar verwachting in de gevangenis in Brăila wordt geplaatst.
of3 m2 “personal space” ter beschikking. Gelet op deze mededeling dient ervan uit te worden gegaan dat de kans op beide mogelijkheden even groot is. De rechtbank zal daarom uitgaan van het laagste aantal, te weten 2 m2 “personal space”. [1]
Varga e.a./Hongarije, § 77).
Matei e.a./Roemenië, hierboven genoemd).
mutatis mutandisook voor de gevangenis in Galaţi . Ook in verband met de detentieomstandigheden in de gevangenis in Galaţi heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens recentelijk een schending van artikel 3 EVRM Pro vastgesteld (detentieperiode van één jaar en zeven maanden vanaf 7 augustus 2014; 1,6-2 m2; “specific grievances: overcrowding, insufficient access to warm water”) (
Matei e.a./Roemenië,hierboven genoemd).
Aranyosi en Câldâraru, punt 98).
Aranyosi en Câldâraruvoortvloeiende verplichting, de overlevering moet weigeren. De uitspraak van de Duitse uitvoerende rechterlijke autoriteit dateert van voor het arrest van het Hof van Justitie. Bovendien volgt uit het arrest dat weigering van de overlevering vanwege een reëel gevaar van onmenselijke of vernederende behandeling niet is toegestaan, dat het Hof van Justitie de omstandigheid dat sprake is van zo een reëel gevaar als een omstandigheid ziet die – in beginsel – van tijdelijke aard is en dat daarom aan de uitvaardigende lidstaat een redelijke termijn moet worden gegund om dat gevaar weg te nemen.
contra legem.
3.Schorsing van de beslistermijnen
Aranyosi en Câldâraru, punt 98). Een dergelijk uitstel levert een “uitzonderlijke omstandigheid” op in de zin van artikel 17, zevende lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ waaronder de uitvoerende lidstaat de beslistermijn van negentig dagen niet kan naleven (
Aranyosi en Câldâraru, punt 99).
4.Verzoek tot schorsing van de overleveringsdetentie
Aranyosi en Câldâraru, punt 100).