ECLI:NL:RBAMS:2017:6054

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
22 augustus 2017
Publicatiedatum
22 augustus 2017
Zaaknummer
13/751490-17
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenbeschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:162 BWArt. 12 OLWArt. 22 OLWArt. 23 OLWArt. 29 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenuitspraak over Europees aanhoudingsbevel en artikel 12 Overleveringswet

De rechtbank Amsterdam behandelde op 22 augustus 2017 een vordering tot overlevering van een persoon aan Duitsland op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door Duitse autoriteiten. De opgeëiste persoon is geboren in Duitsland en verblijft in Nederland, waar hij ook gedetineerd is. De strafvonnissen betreffen vrijheidsstraffen wegens illegale handel in verdovende middelen.

De rechtbank stelde vast dat de identiteit van de opgeëiste persoon correct was en dat de strafbare feiten voorkomen op de lijst van bijlage 1 van de Overleveringswet, waardoor onderzoek naar dubbele strafbaarheid achterwege kan blijven. De verdediging voerde een beroep op gelijkstelling met een Nederlander op grond van artikel 6, vijfde lid, OLW, maar dit werd verworpen wegens onvoldoende onderbouwing.

Vanwege recente arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie (zaken Zdziaszek en Tupikas) die relevant kunnen zijn voor de toepassing van artikel 12 OLW Pro, besloot de rechtbank het onderzoek te heropenen en de procedure aan te houden tot een nieuwe zitting op 31 augustus 2017. Partijen werden verzocht hun standpunten schriftelijk kenbaar te maken. De rechtbank beval tevens de oproeping van de opgeëiste persoon voor de volgende zitting.

Uitkomst: De rechtbank schorst het onderzoek en houdt de procedure aan in afwachting van nadere standpunten over relevante EU-arresten.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/751490-17
RK nummer: 17/3706
Datum uitspraak: 22 augustus 2017
TUSSEN
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 van Pro de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 13 juni 2017 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 9 mei 2017 door
the Stuttgart State Prosecutor’s Office(Duitsland) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[naam opgeëiste persoon] ,
geboren te [geboorteplaats] (Duitsland) op [geboortedag] 1986,
woon- of verblijfplaats in Nederland: [BRP-adres] ,
thans gedetineerd in het [naam penitentiaire inrichting] te [plaats] ,
hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1.Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 8 augustus 2017. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. J.J.M. Asbroek.
De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman, mr. L.J. Woltring, advocaat te Haarlem.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak zou moeten doen met dertig dagen verlengd. De reden hiervan is gelegen in het feit dat de rechtbank er niet in slaagt binnen de in de wet bepaalde termijn uitspraak te doen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Duitse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van:
  • een vonnis van 4 maart 2009 van
  • een vonnis van 10 november 2010 van
Bij voormelde vonnissen zijn aan de opgeëiste persoon vrijheidsstraffen opgelegd voor de duur van, telkens één jaar en acht maanden.
Van voormelde vrijheidsstraffen resteert nog, respectievelijk:
  • 338 dagen;
  • 340 dagen.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van het restant van voormelde vrijheidsstraffen, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat.
De vonnissen betreffen de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.

4.Strafbaarheid, feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW

Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit de strafbare feiten heeft aangeduid als feiten vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. De feiten vallen op deze lijst onder nummer 5, te weten:
illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen
Volgens de in het EAB vermelde gegevens is op deze feiten naar het recht van Duitsland een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren gesteld.

5.Artikel 6, vijfde lid, van de OLW

De rechtbank is, met de officier van justitie, van oordeel dat het beroep van de raadsman op gelijkstelling van de opgeëiste persoon met een Nederlander op grond van artikel 6, vijfde lid, van de OLW, gezien de feitelijke onderbouwing, niet slaagt. De opgeëiste persoon heeft niet aangetoond dat hij in het bezit is van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd in Nederland en evenmin dat hij – als EU-onderdaan – voldoet aan de materiële voorwaarden om in aanmerking te komen voor een dergelijke verblijfsvergunning. Aan de eerste van de drie voorwaarden voor gelijkstelling in voornoemd artikellid is dus al niet voldaan.

6.Artikel 12 van Pro de OLW

6.1
Informatie in onderdeel f van het EAB
In onderdeel f van het EAB is de volgende informatie vermeld:
(f) Other circumstances relevant to the case (optional information):
(NB: this could cover remarks on extraterritoriality, interruption of periods of time limitation and other consequences of the offence)
I. Judgement dated 04/03/2009 handed down by the Boeblingen Local Court- 9 Ls 222 Js 93505107-
The suspended sentence handed down by means of the judgement of the Boeblingen Local Court on 04/01/2010 was revoked by means of the judgement dated 18/04/2013 handed down by the Stuttgart-Bad Cannstatt Local Court -2 BWL 148/10. The judgement was served to the convicted person by public notice and became legally effective on 24/05/2013. Therefore, a fair hearing against this decision is to be granted to him retrospectively once his whereabouts become known. The enforceability of the decision is not directly influenced thereby.
II. Judgement dated 10/11/2010 handed down by the Stuttgart-Bad Cannstatt Local Court -2 Ls 230 Js 60172/10-
The suspended sentence handed down by means of the judgement of the Stuttgart Bad-Cannstatt Local Court on 31/05/2011 was revoked by means of the judgement dated 04/04/2013 handed down by the Stuttgart-Bad Cannstatt Local Court- 2 BWL 204/11. The judgement was served to the convicted person by public notice and became legally effective on 03/05/2013. Therefore, a fair hearing against this decision is to be granted to him retrospectively once his whereabouts become known. The enforceability of the decision is not directly influenced thereby.
6.2
Standpunt van de raadsman
De raadsman heeft naar aanleiding van voormelde informatie opgemerkt dat bij de genoemde besluiten van 4 en 18 april 2013 van
the Stuttgart-Bad Cannstatt Local Courtis beslist dat de vrijheidsstraffen ten uitvoer gelegd moeten worden.
Verder heeft hij uit de informatie opgemaakt dat de opgeëiste persoon het recht heeft te worden gehoord op deze besluiten.
De raadsman heeft het van belang geacht dat die garantie in de uitspraak wordt opgenomen.
6.3
Beoordeling door de rechtbank.
De rechtbank begrijpt, met de raadsman, dat de besluiten van 4 en 18 april 2013, zien op beslissingen tot tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraffen, die zijn opgelegd bij het vonnis van 4 maart 2009 van
the Boeblingen Local Courten het vonnis van 10 november 2010 van
the Stuttgart-Bad Cannstatt Local Court.
Op 10 augustus 2017 zijn door het Hof van Justitie van de Europese Unie de arresten in de zaken van S.A. Zdziaszek (zaak C-271/17 PPU) en T. Tupikas (zaak C-270/17) gewezen. Deze arresten konden geen onderwerp zijn van de behandeling ter zitting op 8 augustus jl.. De rechtbank acht het van belang om de standpunten van partijen omtrent de mogelijke relevantie van deze arresten voor de onderhavige zaak te vernemen met het oog op de toetsing aan artikel 12 van Pro de OLW en te kunnen betrekken bij haar beslissing.
De rechtbank zal daarom het onderzoek heropenen en aanhouden tot de zitting van
31 augustus 2017 om 16:00 uur.
Partijen worden verzocht zich uiterlijk maandag 28 augustus 2017 om 09:00 uur uit te laten omtrent de hiervoor opgeworpen vraag. De raadsman en de officier van justitie dienen daartoe een e-mail te sturen naar de griffier van de zitting van 31 augustus 2017 (r.rog@rechtspraak.nl).
Beslissing
HEROPENThet onderzoek ter zitting om de officier van justitie en de raadsman in de gelegenheid te stellen
uiterlijk op 28 augustus 2017 om 09:00 uurvorenbedoelde standpunten per e-mail aan de rechtbank (r.rog@rechtspraak.nl) kenbaar te maken en vervolgens deze standpunten op de volgende zitting te kunnen bespreken.
SCHORSThet onderzoek voor
bepaalde tijdtot de zitting van
31 augustus 2017 om 16:00 uur
BEVEELTde oproeping van de opgeëiste persoon tegen voormelde datum en tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan zijn raadsman.
Aldus gedaan door
mr. C. Klomp, voorzitter,
mrs. J. Edgar en B. Poelert, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. R.R. Eijsten, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 22 augustus 2017.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.