Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
5.Bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van het feit
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straffen en maatregelen
In het geval van verdachte, die zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van het witwassen van ruim 2,1 miljoen euro, zou conform het LOVS-oriëntatiepunt Fraude als uitgangspunt een straf in de orde van grootte tussen de 24 maanden en de zes jaar (het strafmaximum) moeten worden opgelegd, waarbij, kijkende naar de stapsgewijze opbouw van bedragen onder de 1 miljoen en bijbehorende strafmaten een gevangenisstraf van drie jaar of ruim drie jaar het meest in de rede ligt. De rechtbank ziet geen strafverzwarende omstandigheden. Dat het witwassen door verdachte, zoals hierboven overwogen, plaatsvindt binnen een overduidelijke criminele context, is aan witwassen eigen. Evenmin ziet de rechtbank strafverminderende omstandigheden. Nu de Officier van Justitie 32 maanden gevangenisstraf heeft geëist (een aantal maanden minder dan drie jaar), zal de rechtbank de verdachte, conform de eis, veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 32 maanden.
9.Beslag
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
32 (tweeëndertig) maanden.
STK Zaktelefoon Blackberry, 5251646;