ECLI:NL:RBAMS:2016:9130

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
20 december 2016
Publicatiedatum
9 januari 2017
Zaaknummer
13/751208-16
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Rekestprocedure
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 22 OLWArt. 23 OLWArt. 29 OLW
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Uitstel beslissing over tenuitvoerlegging Europees aanhoudingsbevel wegens detentieomstandigheden in Portugal

De rechtbank Amsterdam behandelde een verzoek tot overlevering op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door Portugal. De opgeëiste persoon werd verdacht van strafbare feiten en de overlevering werd gevraagd voor een strafrechtelijk onderzoek. Tijdens de procedure werd de detentieomstandigheden in Portugal, met name in de penitentiaire inrichting te Lissabon, ter discussie gesteld.

De verdediging voerde aan dat de overlevering moest worden geweigerd vanwege de inhumane omstandigheden in de Portugese gevangenis waar de opgeëiste persoon na overlevering zou worden geplaatst. De Portugese autoriteiten konden geen garantie geven over de detentieplaats en de omstandigheden. De officier van justitie stelde uitstel voor om garanties te verkrijgen.

De rechtbank concludeerde op basis van objectieve en betrouwbare informatie, waaronder rapporten van het Europees Comité voor de Preventie van Foltering (CPT) en de Portugese Ombudsman, dat er een reëel gevaar bestaat op onmenselijke of vernederende behandeling in de penitentiaire inrichting te Lissabon. Omdat niet duidelijk is waar de opgeëiste persoon zal worden geplaatst, werd de beslissing over de overlevering uitgesteld en het onderzoek geschorst voor onbepaalde tijd.

De rechtbank bepaalde dat de beslistermijnen zijn opgeschort en dat de opgeëiste persoon en een tolk opnieuw zullen worden opgeroepen. Tegen deze tussenuitsprak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: De rechtbank stelt de beslissing over de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel uit vanwege reëel gevaar op onmenselijke detentieomstandigheden in Portugal.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM,

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751208-16
RK-nummer: 16/5142
Datum uitspraak: 20 december 2016
TUSSENUITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 van Pro de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 27 juli 2016 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 12 juli 2016 door de
Comarca de Faro - Instancia Central Criminal - Juiz 2(Portugal) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon]
geboren te [geboorteplaats] (Portugal) op [geboortedatum] 1985,
adres: [adres] , [woonplaats] ,
hierna te noemen “de opgeëiste persoon”.

1.Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 27 september 2016. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. R. Vorrink.
De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman, mr. H.W. Verberkmoes, advocaat te Rotterdam en door een tolk in de Portugese taal.
De rechtbank heeft het onderzoek heropent en geschorst voor onbepaalde tijd om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de Portugese autoriteit te vragen of de opgeëiste persoon na feitelijke overlevering zal worden gedetineerd in de penitentiaire inrichting in Lissabon en zo ja, om meer informatie te vragen over de materiële invulling van de detentieomstandigheden aldaar.
Met toestemming van de officier van justitie mr. J. Asbroek, de opgeëiste persoon en zijn raadsman is op de openbare zitting van 20 december 2016 het onderzoek hervat in de stand waarin het zich bevond ten tijde van de schorsing. De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door een tolk in de Portugese taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, van de OLW uitspraak zou moeten doen voor onbepaalde tijd omdat de rechtbank er niet in slaagt binnen de in de wet bepaalde termijn uitspraak te doen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Portugese nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een beschikking van 7 juli 2016 van de Rechter van de Centrale Instantie Strafzaken van Faro in welke beschikking de dwangmaatregel van voorarrest is opgelegd.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar het recht van Portugal strafbare feiten.
Deze feiten zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.

4.De detentieomstandigheden in de uitvaardigende staat

Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft aangevoerd dat de overlevering van de opgeëiste persoon geweigerd dient te worden wegens de inhumane detentieomstandigheden in de penitentiaire inrichting te Lissabon, waar de opgeëiste persoon na zijn overlevering aan Portugal terecht zal komen. Er is door het IRC een garantie gevraagd dat de opgeëiste persoon niet zal worden geplaatst in de penitentiaire inrichting te Lissabon en deze garantie is niet verleend. Uit de door de Portugese autoriteit verstrekte informatie blijkt dat zij niet weten in welke penitentiaire inrichting de opgeëiste persoon zal worden geplaatst. De overlevering dient te worden geweigerd en niet nogmaals voor een onduidelijke periode uitgesteld te worden.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat nu de Portugese autoriteiten niet de garantie kunnen of willen geven dat de penitentiaire inrichtingen in Lissabon of elders in Portugal CPT-proof zijn, dient de overlevering uitgesteld te worden om de Portugese autoriteiten in de gelegenheid te stellen voormelde garantie te verstrekken.
Het oordeel van de rechtbank
Heeft de uitvoerende rechterlijke autoriteit bewijzen dat er in het algemeen een reëel gevaar bestaat dat personen die in de uitvaardigende lidstaat zijn gedetineerd onmenselijk of vernederend worden behandeld, dan moet zij beoordelen of dit gevaar in geval van overlevering voor de opgeëiste persoon aanwezig is. Daarbij moet zij zich allereerst baseren op objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens over de detentieomstandigheden die heersen in de uitvaardigende lidstaat en die kunnen duiden op gebreken die hetzij structureel of fundamenteel zijn, hetzij bepaalde groepen van personen raken, hetzij bepaalde detentiecentra betreffen (HvJ EU 5 april 2016, C-404/15 en C-659/15 PPU, ECLI:EU:C:2016:198 (Aranyosi en Căldăraru), punten 88-89).
In een eerdere zaak heeft de rechtbank vastgesteld dat op grond van informatie die zij tot haar beschikking heeft, te weten een rapport van het rapport van het Europees Comité voor de Preventie van Foltering en Onmenselijke of Vernederende Behandeling of Bestraffing (hierna: CPT) uit 2013 en een verslag van de Portugese Ombudsman dat ziet op een bezoek aan de Penitentiaire Inrichting te Lissabon van 19 januari 2016, dat er in het algemeen een reëel gevaar bestaat dat personen die in de uitvaardigende lidstaat
in de penitentiaire inrichtingte Lissabon zijn gedetineerd, onmenselijk of vernederend worden behandeld (zie Rb. Amsterdam 6 oktober 2016, met nummer ECLI:NL:RBAMS:2016:6316).
Op 25 november 2016 en 5 december 2016 is er naar aanleiding van vragen door het IRC aanvullende informatie door de Portugese autoriteit verstrekt waaruit - zakelijk weergegeven - blijkt dat het niet mogelijk is om aan te geven in welke penitentiaire inrichting de opgeëiste persoon na zijn overlevering zal worden ondergebracht.
Uit deze aanvullende gegevens leidt de rechtbank af dat het niet duidelijk is in welke penitentiaire inrichting de opgeëiste persoon na zijn overlevering zal worden geplaatst.
Gelet op het al vastgestelde
algemenereële gevaar in de penitentiaire inrichting te Lissabon en de nadien verschafte gegevens stelt de rechtbank vast dat er voor de opgeëiste persoon na overlevering een reëel gevaar bestaat van een onmenselijke en vernederende behandeling en zal de rechtbank de beslissing over de overlevering uitstellen.
Het voorgaande brengt dus niet mee dat de overlevering moet worden geweigerd (zie Rb. Amsterdam 28 april 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:2630).

5.Beslissingen

HEROPENTen
SCHORSThet onderzoek ter zitting voor onbepaalde tijd.
STELT UITde beslissing over de tenuitvoerlegging van het EAB.
VERSTAATdat de beslistermijnen met ingang van heden zijn opgeschort.
BEVEELTde oproeping van de opgeëiste persoon tegen een nog vast te stellen datum en tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan zijn raadsman.
BEVEELTde oproeping van een tolk voor de Portugese taal tegen de nog vast te stellen datum en het nog vast te stellen tijdstip.
Aldus gedaan door
mr. H.P. Kijlstra, voorzitter,
mrs. A.C. Enkelaar en A.K. Glerum, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D. Smeets, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 20 december 2016.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.