Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 december 2016 in de zaak tussen
[de man] , te Amsterdam, eiser
Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Amsterdam
Eiser betwistte de intrekking van zijn verklaring van rijvaardigheid door het CBR, gebaseerd op een politieonderzoek waarin werd vastgesteld dat een rijexaminator kandidaten tegen betaling ten onrechte had laten slagen. De politie hanteerde zes indicatoren om vermoedelijke fraude aan te tonen, waarvan indicator 3 (grote afstand tussen woonplaats en rijschool) op eiser van toepassing was.
De rechtbank oordeelde dat, indien eiser daadwerkelijk rijlessen had gevolgd bij de rijschool in Den Helder, de afstand geen fraude zou indiceren. Eiser overlegde stukken ter onderbouwing, waaronder agenda's en telefoonberichten, maar deze waren onvoldoende betrouwbaar en konden niet aantonen dat hij daadwerkelijk rijlessen had gevolgd. Verweerder had de stukken pas ter zitting bekritiseerd, waarna de rechtbank het onderzoek heropende voor nadere onderbouwing.
Na heropening concludeerde de rechtbank dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij daadwerkelijk rijlessen had gevolgd, waardoor indicator 3 in combinatie met andere indicatoren een redelijke fraudevermoeden opleverde. De intrekking van de verklaring was daarmee terecht en zorgvuldig gemotiveerd. Verzoek tot schadevergoeding en proceskosten werd afgewezen omdat er geen sprake was van een onrechtmatig besluit.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de intrekking van de verklaring van rijvaardigheid. Eiser behield procesbelang vanwege zijn verzoeken tot schadevergoeding en proceskosten, ondanks dat hij inmiddels weer in het bezit was van een verklaring.
Uitkomst: Het beroep van eiser is ongegrond verklaard en de intrekking van zijn verklaring van rijvaardigheid bevestigd.