Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de meervoudige kamer van 11 februari 2016 in de zaak tussen
[betrokkene], te Heerlen, werknemer
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Amsterdam
De zaak betreft een beroep van een uitzendbureau als eigenrisicodrager tegen een besluit van het UWV tot toekenning van een Ziektewet-uitkering aan een werknemer die zich ziek meldde tijdens haar dienstverband. Werkgever betoogde dat de arbeidsongeschiktheid reeds bestond bij indiensttreding, waardoor de uitkering niet aan haar zou moeten worden toegerekend.
De rechtbank oordeelt dat de beoordeling van de rechtmatigheid van de toekenning van de uitkering aan de werknemer centraal staat, en dat de toerekening van de uitkeringslasten aan de werkgever in een aparte procedure tegen het premiebesluit aan de orde is. Sinds 1 januari 2011 zijn de uitsluitingsgronden voor arbeidsongeschiktheid bij aanvang van de verzekering vervallen, zodat een arbeidsongeschiktheid bij indiensttreding geen reden meer is om een uitkering te weigeren.
De rechtbank wijst het beroep van de werkgever af omdat zij geen concrete eerdere datum van arbeidsongeschiktheid voor 2011 heeft gesteld en de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid niet is betwist. Ook het interne beleidsstuk van het UWV kan niet leiden tot een andere beoordeling. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de kostenverzoeken worden afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van de werkgever tegen de toekenning van de Ziektewet-uitkering wordt ongegrond verklaard.