Uitspraak
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Vrijspraak
5.Waardering van het bewijs
- Er zijn twee gebroken Blackberry’s aangetroffen kort na de aanhouding van [medeverdachte 2] en verdachte in de nabijheid van [medeverdachte 2] .
- De twee Blackberry’s werden – gelet op de verzonden chatberichten en de verschillende gebruikersnamen ‘ [naam 1] ’ en ‘ [naam 2] ’ – en de inhoud van de chatgesprekken niet door dezelfde persoon gebruikt.
- De Blackberry gekoppeld aan de gebruikersnaam ‘ [naam 1] ’ is in gebruik bij [medeverdachte 2] .
- De bewegingen van verdachte op 23 februari 2015 sluiten aan bij de berichten die ‘ [naam 2] ’ heeft verzonden aan ‘ [naam 6] ’ en ‘ [naam 1] ’ ( [medeverdachte 2] ).
- De Blackberry gekoppeld aan de gebruikersnaam ‘ [naam 2] ’ maakt, evenals de Imeinummers van de telefoons van verdachte, gebruik van een CellID aan het adres [straat 4] in [woonplaats] .
- Uit de waarnemingen en observaties volgt dat verdachte op 23 februari 2015 op vier verschillende momenten (omstreeks 14.30 uur, 15.50 uur, 20.19 uur en 23.20 uur) die dag in of in de nabijheid van de [straat 1] (van waaruit de koffers met verdovende middelen in de Kia zijn geplaatst) aanwezig is. Verdachte gaat drie keer het pand aan de [straat 1] binnen.
- [medeverdachte 2] heeft in zijn verhoor bij de politie verklaard dat hij de koffer in opdracht van verdachte heeft opgehaald en dat hij voor dit klusje € 500 euro zou ontvangen.Hoewel de rechtbank het niet aannemelijk acht dat de rol van medeverdachte [medeverdachte 2] zo marginaal is als hij zelf doet voorkomen, toont onderhavige verklaring wel de directe betrokkenheid van verdachte bij het verzamelen van de verdovende middelen ten behoeve van het transport op 23 februari 2015.
- [persoon 1] , de eigenaar van de autoverhuurmaatschappij die de Kia heeft verhuurd aan [medeverdachte 1] , verklaart dat de auto voor twee dagen is verhuurd aan [medeverdachte 1] . De auto is op 23 februari 2015 door [medeverdachte 1] opgehaald en [medeverdachte 1] werd gebracht door de vrienden die reden in de Mazda MX5 met het Engelse kenteken. Verdachte heeft in zijn verhoor verklaard dat de Mazda van hem is.
- Uit de chatberichten van verdachte onder gebruikersnaam ‘ [naam 2] ’ in combinatie met de waarnemingen van politie volgt dat verdachte een wezenlijke rol heeft gehad in de voorbereidingen van het transport op 23 februari 2015. Verdachte bericht op de dag van het transport aan [medeverdachte 2] dat hij tot vier uur de tijd heeft om ‘het klaar te maken’. Uit de berichten en handelingen van [medeverdachte 2] blijkt dat hij is belast met het verzamelen van de verdovende middelen ten behoeve van het transport. In de dagen daaraan voorafgaand stuurt verdachte verschillende personen berichten met de vraag of zij verdovende middelen hebben.
- Kort voor het vertrek van [medeverdachte 1] in de Kia Riovertrekken verdachte en [medeverdachte 2] in de Mazda MX5 van verdachte. Verdachte en [medeverdachte 2] verklaren dat zij naar (de grens van) België zijn gereden. Verdachte [medeverdachte 1] is op weg was naar Saint Ghislain in België, bij Meerkerk, aangehouden door de politie. In de kofferbak van de Kia Rio lagen twee koffers met daarin cocaïne en heroïne.
- Naar aanleiding van het aantreffen van de cocaïne en heroïne wordt het pand aan de [straat 1] doorzocht. Na afloop van de doorzoeking rijdt verdachte samen met [medeverdachte 2] in de [straat 1] langs nummer [1] en rijdt de Mazda door. De rechtbank neemt aan dat verdachte en [medeverdachte 2] bij het zien van de politie bij het pand aan de [straat 1] besluiten door te rijden. Kort daarna stuurt [medeverdachte 2] met zijn telefoon onder zijn gebruikersnaam ‘ [naam 1] ’ aan twee personen berichten dat er iets mis is gegaan. Een van de personen, ‘ [naam 5] ’, stuurt [medeverdachte 2] als reactie een bericht waarin staat dat hij het huis moet schoonmaken en de computer moet weghalen.
6.Bewezenverklaring
7.De strafbaarheid van de feiten
8.De strafbaarheid van verdachte
9.Motivering van de straf
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
[verdachte], daarvoor strafbaar.
gevangenisstrafvoor de duur van
58 (achtenvijftig) maanden.