ECLI:NL:RBAMS:2014:3952
Rechtbank Amsterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Ontruiming voormalige huis van bewaring en beoordeling recht op alternatief onderdak voor uitgeprocedeerde asielzoekers
In deze zaak stond centraal of de gemeente Amsterdam gehouden is om uitgeprocedeerde asielzoekers die verblijven in het voormalige huis van bewaring aan de Havenstraat alternatieve opvang te bieden. De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat, gelet op een recente uitspraak van de Centrale Raad van Beroep, het criterium voor het toekennen van maatschappelijke opvang ruimer moet worden gehanteerd dan de gemeente tot dan toe deed.
De gemeente bood reeds opvang aan specifieke groepen, zoals personen die door de GGD als kwetsbaar zijn aangemerkt, personen die willen terugkeren naar het land van herkomst, en personen met een recent herhaald asielverzoek. De overige uitgeprocedeerde asielzoekers vielen hier niet onder en konden geen aanspraak maken op opvang. De Raad oordeelde echter dat kwetsbaarheid breder moet worden geïnterpreteerd, waarbij alle omstandigheden van het individuele geval kunnen meespelen.
De voorzieningenrechter stelde vast dat niet alle asielzoekers automatisch als kwetsbaar kunnen worden aangemerkt, maar dat dit per individu moet worden beoordeeld. De informatie was te summier om in kort geding voor iedereen opvang toe te kennen. Asielzoekers kunnen individueel een nieuwe aanvraag indienen. De ontruiming van het pand aan de Havenstraat werd toegestaan met een termijn van vier dagen. De vordering tot collectieve opvang werd afgewezen en ook de vordering tot vernietiging van gebruiksovereenkomsten werd niet toegewezen.
De voorzieningenrechter wees een proceskostenveroordeling af gezien de status van de gedaagden als ongedocumenteerde vreemdelingen en bepaalde dat de ontruiming zo nodig met inzet van de sterke arm kan worden uitgevoerd.
Uitkomst: De uitgeprocedeerde asielzoekers moeten het pand binnen vier dagen verlaten, met mogelijkheid tot individuele aanvraag voor alternatief onderdak.