ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ6971
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid en vergoeding schade door beschadiging hoogspanningskabel bij graafwerkzaamheden
Op 1 februari 2006 veroorzaakte een onderaannemer met een graafmachine schade aan een hoogspanningskabel van Liander tijdens werkzaamheden in opdracht van hoofdaannemer [A]. Liander stelde [A] aansprakelijk voor de schade, die bestond uit reparatiekosten van de beschadigde kabel.
De rechtbank oordeelde dat [A] als hoofdaannemer verantwoordelijk was voor het lezen en toepassen van KLIC-tekeningen en het treffen van voorzorgsmaatregelen, ook al was het graafwerk uitgevoerd door onderaannemer [B]. Zowel [A] als [B] waren toerekenbaar tekortgeschoten in hun waarschuwingsplicht, waardoor zij hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade. De verzekeraar Aegon, die de werkmaterieelverzekering van [B] beheert, is gehouden [A] te vrijwaren voor de volledige schade.
Het beroep van Aegon op verjaring faalde omdat de aansprakelijkstelling tijdig was gedaan en er sprake was van stuiting door onderhandelingen. De rechtbank wees de vorderingen toe tot een bedrag van €113.508 aan schadevergoeding plus wettelijke rente en kosten. Vorderingen tot vergoeding van verleggings- en verlengingskosten werden afgewezen omdat deze kosten voor rekening van Waternet kwamen.
De kosten van het geding werden verdeeld, waarbij [A], [B], Aegon en Waternet elk hun eigen kosten droegen, behalve dat [A], [B] en Aegon werden veroordeeld tot betaling van kosten aan de wederpartij waar zij in het ongelijk werden gesteld.
Uitkomst: Hoofdaannemer [A] en onderaannemer [B] zijn aansprakelijk voor de schade aan de hoogspanningskabel en verzekeraar Aegon is gehouden tot betaling ondanks beroep op verjaring.