ECLI:NL:RBAMS:2012:BX6326
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tegen Bureau Jeugdzorg voor onrechtmatige gesloten plaatsing minderjarige
De zaak betreft de vraag of Bureau Jeugdzorg Agglomeratie Amsterdam (BJAA) aansprakelijk is voor de onrechtmatige vrijheidsberoving van een minderjarige door plaatsing in een inrichting voor gesloten jeugdzorg op basis van een machtiging die achteraf vernietigd werd.
De kinderrechter had een machtiging verleend zonder dat een gedragswetenschapper de vereiste instemmingsverklaring had afgegeven. Het gerechtshof vernietigde deze machtiging voor het deel na 15 februari 2011. De minderjarige werd vanaf 8 december 2010 geplaatst en onderzocht, en op 6 april 2011 werd de plaatsing beëindigd.
De minderjarige vorderde schadevergoeding wegens onrechtmatige vrijheidsberoving. BJAA voerde verweer dat zij handelde op basis van een geldige rechterlijke machtiging en niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor de inhoudelijke beslissing van de kinderrechter. De rechtbank oordeelde dat BJAA niet onrechtmatig heeft gehandeld omdat zij slechts uitvoering gaf aan een rechterlijke beslissing en geen eigen afweging kon maken.
De vorderingen van de minderjarige werden afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank benadrukte dat het ontbreken van de juiste gedragswetenschappelijke verklaring de machtiging onrechtmatig maakte, maar dit niet aan BJAA kon worden toegerekend.
Uitkomst: De vorderingen van de minderjarige tegen Bureau Jeugdzorg worden afgewezen wegens ontbreken van onrechtmatig handelen door BJAA.