ECLI:NL:RBDOR:2005:AU2741
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige plaatsing van minderjarige in gesloten inrichting door Bureau Jeugdzorg
De rechtbank Dordrecht behandelde een zaak waarin Stichting Bureau Jeugdzorg Zuid-Holland (BJZH) werd aangesproken wegens onrechtmatige plaatsing van minderjarige C in een gesloten inrichting. C werd op 7 oktober 2003 geplaatst in de gesloten inrichting Den Engh zonder geldige machtiging, aangezien de verleende machtiging van 4 juni 2003 op 4 september 2003 was verlopen. BJZH had nagelaten tijdig een nieuwe machtiging te verzoeken, ondanks dat zij op de hoogte was van de vervaldatum.
De rechtbank stelde vast dat BJZH verantwoordelijk was voor de uithuisplaatsing en plaatsing in de gesloten inrichting, en dat het handelen in strijd was met het grondrecht op persoonlijke vrijheid zoals beschermd in art. 5 EVRM Pro. Hoewel BJZH stelde dat Den Engh verantwoordelijk was en dat de plaatsing binnen de geldigheidstermijn was voorbereid, oordeelde de rechtbank dat de feitelijke plaatsing pas op 7 oktober 2003 plaatsvond, na het verlopen van de machtiging.
De onrechtmatige vrijheidsbeneming duurde 42 dagen, tot 18 november 2003, toen een nieuwe machtiging werd verleend. De rechtbank kende een schadevergoeding toe van € 25,- per dag, een bedrag dat intuïtief werd vastgesteld gezien de aard van het nadeel. De proceskosten werden gecompenseerd en het meer of anders gevorderde werd afgewezen.
Uitkomst: BJZH is aansprakelijk voor onrechtmatige vrijheidsberoving van minderjarige C en veroordeeld tot schadevergoeding van €25 per dag gedurende 42 dagen.