ECLI:NL:RBAMS:2012:BV9361
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering opname juridische vaderschap in GBA op basis van Ghanese geboorteakten
Eiser verzocht om opname als juridische vader van zijn kinderen in de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA) op basis van Ghanese geboorteakten. Verweerder weigerde dit omdat de geboorteakten niet voldoen aan de vereisten voor bewijs van afstamming en erkenning volgens Ghanees recht. De rechtbank oordeelt dat verweerder een eigen bevoegdheid heeft om de juistheid van de gegevens te onderzoeken en dat de geboorteakten niet als brondocument kunnen dienen zonder aannemelijk bewijs van erkenning.
De rechtbank toetste de erkenningscriteria uit een eerdere uitspraak van de rechtbank Den Haag, waaronder het plaatsvinden van een naamgevingsceremonie, vermelding van de vader op de geboorteakte, verzorging en onderhoud van het kind, en een verklaring van de moeder. Hoewel vader en moeder zijn vermeld, is onvoldoende aannemelijk dat een naamgevingsceremonie heeft plaatsgevonden en dat eiser voor de kinderen heeft gezorgd vóór het opmaken van de geboorteakten.
Eisers beroep op het gelijkheidsbeginsel, het verbod van détournement de pouvoir, en het recht op gezinsleven volgens het EVRM faalt. Ook het verzoek om schadevergoeding wegens de duur van de procedure wordt afgewezen omdat de redelijke termijn niet is overschreden. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten vanwege het niet verschijnen op de zitting. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en verweerder weigert eiser als juridische vader in de GBA op te nemen.