ECLI:NL:RBAMS:2010:BN5569
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toetsing dividendbesluit KLM 2007/2008 aan redelijkheid en billijkheid
De zaak betreft een geschil tussen minderheidsaandeelhouders van KLM, vertegenwoordigd door VEB en Emarcy, en KLM respectievelijk Air France-KLM (AFKL) over het dividendbeleid over het boekjaar 2007/2008. VEB en Emarcy vorderen vernietiging van het besluit van de vergadering van prioriteitsaandeelhouders om 90,7% van de winst te reserveren en niet uit te keren als dividend, en eisen een dividend van EUR 5,64 per gewoon aandeel.
De minderheidsaandeelhouders stellen dat AFKL onvoldoende rekening houdt met hun belangen en dat het dividendbeleid in strijd is met redelijkheid en billijkheid en de verwachtingen gewekt in de biedingsdocumentatie rond het Openbaar Bod van 2004. KLM en AFKL verdedigen het reserveringsbeleid als noodzakelijk vanuit het vennootschappelijk belang, gelet op de kapitaalintensieve en volatiele luchtvaartsector en de zwakke financiële positie van KLM.
De rechtbank overweegt dat AFKL als houder van alle prioriteitsaandelen bevoegd is tot reservering van winst en dat de minderheidsaandeelhouders geen reële mogelijkheid hebben hun aandelen tegen marktwaarde te verkopen vanwege het ontbreken van een beursnotering en beperkingen in het aandeelhouderschap. De rechtbank acht het dividendbeleid en het reserveringsbesluit gerechtvaardigd en wijst de vorderingen af. VEB en Emarcy worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van de minderheidsaandeelhouders af en bevestigt het reserveringsbesluit van 90,7% van de winst over 2007/2008.