ECLI:NL:RBAMS:2008:BF8586
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing noodregeling op Nederlands bijkantoor Landsbanki wegens acute liquiditeitsnood
De Nederlandsche Bank (DNB) verzocht de rechtbank Amsterdam om de noodregeling uit te spreken over het Nederlandse bijkantoor van Landsbanki Islands HF vanwege acute liquiditeitsproblemen. Landsbanki was sinds 6 oktober 2008 gestopt met betalingen aan spaarders, wat leidde tot een betalingsachterstand van circa 200 miljoen euro. Landsbanki betwistte aanvankelijk dat DNB bevoegd was om deze noodregeling te verzoeken, omdat het Nederlandse bijkantoor geen rechtspersoonlijkheid bezit en de bank haar zetel in IJsland heeft.
De rechtbank oordeelde dat artikel 3:160 WFT Pro niet van toepassing was omdat de zetel van Landsbanki in Reykjavik is gevestigd. Wel was artikel 3:202 WFT Pro van toepassing, omdat het bijkantoor in Nederland geen bankvergunning meer had en niet aan haar verplichtingen kon voldoen. Na overleg tussen DNB en de IJslandse toezichthouder FME bleek dat de vergunning van Old Landsbanki was ingetrokken.
De rechtbank stelde vast dat de liquiditeitsproblemen van het bijkantoor zodanig waren dat het zijn verplichtingen niet kon nakomen en sprak daarom de noodregeling uit voor anderhalf jaar. Tevens werden een rechter-commissaris en twee bewindvoerders benoemd, die bevoegd zijn tot overdracht of liquidatie van het Nederlandse bijkantoor. De rechtbank benadrukte het belang van gelijkheid van schuldeisers en wees op mogelijke onrechtvaardigheden in de behandeling van Nederlandse versus IJslandse rekeninghouders.
De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de publicatie van de beschikking werd aan de bewindvoerders opgedragen. Hiermee werd de noodregeling formeel van kracht gesteld, met het oog op bescherming van de gezamenlijke schuldeisers.
Uitkomst: De rechtbank spreekt de noodregeling uit over het Nederlandse bijkantoor van Landsbanki voor anderhalf jaar en benoemt bewindvoerders en een rechter-commissaris.