ECLI:NL:RBAMS:2005:AU3319
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-toewijzing naturalisatieverzoek wegens onvoldoende motivering ambtelijk verzuim en gelijkheidsbeginsel
Eiser diende een verzoek tot naturalisatie in op grond van artikel 7 van Pro de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWNL). Verweerder wees dit verzoek af omdat eiser niet voldeed aan de vereiste van vijf jaar onafgebroken verblijf in Nederland zoals bedoeld in artikel 8 van Pro de RWNL (oud). Eiser voerde aan dat sprake was van ambtelijk verzuim, omdat hij onjuist was voorgelicht door een medewerker van de Immigratie en Naturalisatiedienst (IND) en dat de burgemeester een advies had uitgebracht zonder hem te wijzen op de niet-voldoening aan de voorwaarden.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd dat er geen sprake was van een bijzonder geval in de zin van artikel 10 van Pro de RWNL, waarin ambtelijk verzuim kan leiden tot afwijking van de voorwaarden. Tevens werd geoordeeld dat de uitleg van verweerder omtrent ambtelijk verzuim niet strookt met de handleiding bij de RWNL. Daarnaast had verweerder het beroep op het gelijkheidsbeginsel onvoldoende gemotiveerd afgewezen, terwijl eiser stelde dat in vergelijkbare gevallen wel naturalisatie was verleend.
De rechtbank stelde vast dat eiser op het moment van aanvraag nog geen vijf jaar onafgebroken in Nederland verbleef en geen vluchtelingenstatus had, waardoor hij niet voldeed aan artikel 8. De mededeling van de IND dat hij na vier jaar kon aanvragen was onjuist, wat de rechtbank als ambtelijk verzuim kwalificeerde. Verweerder werd veroordeeld het besluit te vernietigen en binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen.