ECLI:NL:PHR:2026:83
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Herzieningsverzoek na veroordeling voor overtreding van artikel 5a Wegenverkeerswet 1994 met als nieuw gegeven persoonsverwisseling
In deze zaak gaat het om een herzieningsverzoek van de aanvrager, die is veroordeeld voor overtreding van artikel 5a van de Wegenverkeerswet 1994. De aanvrager, geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2003, heeft verzocht om herziening van zijn veroordeling, omdat hij stelt dat er sprake is van een persoonsverwisseling. Dit verzoek is ingediend door zijn advocaat, mr. J. Vermaat, op 21 november 2025. De aanvrager is eerder veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier weken en een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen voor zes maanden, bij vonnis van 15 mei 2023 door de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht.
De aanvrager stelt dat niet hij, maar een andere persoon met dezelfde naam en geboortedatum het strafbare feit heeft gepleegd. Dit wordt onderbouwd met nieuwe stukken, waaronder een proces-verbaal van de politie. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad, M.E. van Wees, heeft de herzieningsaanvraag gegrond verklaard. De argumenten voor de persoonsverwisseling zijn onder andere gebaseerd op een ID Staat en een proces-verbaal van bevindingen van de verbalisanten, die bevestigen dat de aanvrager onterecht als verdachte is geregistreerd.
De conclusie van de Procureur-Generaal is dat de herzieningsaanvraag gegrond is en dat de zaak moet worden verwezen naar een gerechtshof voor verdere behandeling. Dit is in lijn met eerdere uitspraken van de Hoge Raad in vergelijkbare gevallen van persoonsverwisseling. De Procureur-Generaal benadrukt dat het ernstige vermoeden bestaat dat de aanvrager vrijgesproken zou zijn als de persoonsverwisseling bekend was geweest tijdens het oorspronkelijke proces.