Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
eendaadse samenloop van medeplegen van poging tot zware mishandeling en openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen”, is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden. Verder heeft het hof de vordering van de benadeelde partij toegewezen en aan de veroordeelde een schadevergoedingsmaatregel opgelegd, een en ander als nader in het arrest omschreven. Bij arrest van 11 november 2014 heeft de Hoge Raad de veroordeelde in zijn cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard op een van de gronden van artikel 80a RO, zodat de veroordeling sindsdien niet meer met gewone rechtsmiddelen kan worden aangevochten.
alias [betrokkene 1]”. Op 27 april 2011 is namens “
[veroordeelde]” hoger beroep is gesteld tegen dit vonnis. Uit het grievenformulier kan worden afgeleid dat het hoger beroep feitelijk is ingesteld namens de aangehouden persoon, nu deze persoon inhoudelijk ingaat op hetgeen kennelijk op 13 juni 2009 is voorgevallen.
[veroordeelde]”. De Hoge Raad heeft op 11 november 2014 het cassatieberoep op de voet van artikel 80a RO niet-ontvankelijk verklaard, waardoor het arrest van het hof zoals gezegd onherroepelijk is geworden.
nietde persoon die is afgebeeld op foto 3. Tegen de achtergrond van de informatie die is opgesomd in het proces-verbaal d.d. 23 april 2019 van de officier van justitie, mr. W.J. Nijkerk, maakt dit het zeer waarschijnlijk dat de persoon op afbeelding 3, welke afbeelding is vervaardigd kort nadat hij was aangehouden op verdenking van de geweldpleging op 13 juni 2009, in werkelijkheid genaamd is: [betrokkene 1] , terwijl de persoon die op Schiphol twee maanden in detentie heeft verbleven de op foto’s 1 en 2 afgebeelde [veroordeelde] is.