ECLI:NL:PHR:2026:633

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
23 juni 2026
Publicatiedatum
22 juni 2026
Zaaknummer
25/00077
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 552f SvArt. 36b SrArt. 33c SrArt. 70m WVWArt. 3 lid 2 Besluit Voertuigen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging beschikking onttrekking aan het verkeer van auto's met kilometerblokker wegens onvoldoende motivering

De rechtbank Midden-Nederland heeft op 2 december 2024 de vordering van het Openbaar Ministerie tot onttrekking aan het verkeer van drie personenauto’s met een kilometerblokker toegewezen. Een kilometerblokker is een apparaat dat de kilometerstand van een auto manipuleert, waardoor de weergegeven stand niet overeenkomt met het werkelijk gereden aantal kilometers. De rechtbank oordeelde dat het ongecontroleerde bezit van deze auto's in strijd is met de wet of het algemeen belang vanwege aantasting van de integriteit van het handelsverkeer en veiligheidsrisico’s.

De belanghebbende stelde cassatieberoep in en voerde aan dat herstel van de correcte kilometerstand mogelijk is en dat onttrekking disproportioneel is. De Hoge Raad overwoog dat een auto met een kilometerblokker niet zonder meer vatbaar is voor onttrekking aan het verkeer. Onttrekking kan alleen worden opgelegd als de auto ook na verwijdering van de kilometerblokker een concreet gevaar voor de verkeersveiligheid vormt of het handelsverkeer onevenredig belemmert.

De Hoge Raad constateerde dat de rechtbank onvoldoende heeft gemotiveerd of na verwijdering van de kilometerblokker nog veiligheidsrisico’s bestaan en of het handelsverkeer onevenredig wordt belemmerd. Ook is niet ingegaan op de mogelijkheid dat de correcte kilometerstand kan worden hersteld. Daarom vernietigt de Hoge Raad de beschikking en wijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling. De overige klachten behoeven geen bespreking.

Uitkomst: De beschikking tot onttrekking aan het verkeer van drie auto's met kilometerblokker is vernietigd en de zaak is terugverwezen voor hernieuwde behandeling.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer25/00077 B
Zitting23 juni 2026
CONCLUSIE
P.T.C. van Kampen
In de zaak
[belanghebbende] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
hierna: de belanghebbende

1.Het cassatieberoep

1.1
De rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, heeft bij beschikking van 2 december 2024 (parketnr. RK 24-027011) de vordering van de officier van justitie als bedoeld in art. 552f Sv tot onttrekking aan het verkeer van drie in beslag genomen personenauto’s toegewezen.
1.2
Het cassatieberoep is ingesteld namens de belanghebbende. De advocaat M.D. Rijnsburger heeft één middel van cassatie voorgesteld.

2.De beschikking van de rechtbank

2.1
Het gaat in deze zaak om drie auto’s waarin een kilometerblokker is aangetroffen. Dat is een elektronisch apparaatje dat in een auto kan worden ingebouwd om de kilometerstand te manipuleren. Zo kan het voorkomen dat de op het dashboard weergegeven kilometerstand niet overeenkomt met het werkelijk aantal gereden kilometers. De vraag is of zo’n auto vatbaar is voor onttrekking aan het verkeer.
2.2
De beschikking van de rechtbank houdt het volgende in:

Standpunten
Standpunt van het Openbaar Ministerie
Alle drie de auto’s die naar aanleiding van een Wegenverkeerswetcontrole in beslag zijn genomen bevatten een kilometer-blocker. Dat is een later ingebouwd apparaatje waarmee de kilometerteller van de betreffende auto wordt gemanipuleerd, waardoor die een valse c.q. vervalste, in ieder geval onjuiste stand aangeeft. Ook treden (digitale) storingen op als gevolg van de kilometer-blocker. Na het verwijderen van de apparatuur is het niet mogelijk de juiste kilometerstand in de hele auto door te voeren; herstel in de oorspronkelijke toestand is niet meer mogelijk. Personen en instanties kunnen daardoor niet meer vertrouwen op de weergegeven kilometerstand van de auto’s. Als gevolg van onjuiste kilometerstanden kunnen storingen ontstaan en kunnen onderhoudsintervallen worden gemist. Dit kan zodanig effect hebben op de motor, het remsysteem en andere onderdelen en systemen van de auto’s, dat de veiligheid in het geding komt. Om de verkeersveiligheid te waarborgen en bedrog te voorkomen moeten de auto’s worden onttrokken aan het verkeer. Het ongecontroleerde bezit daarvan is in strijd met de wet of het algemeen belang.
Standpunt van de beslagene
Door de onttrekking aan het verkeer van de auto’s zou beslag [
AG: bedoeld zal zijn: beslagene] onevenredig in haar bedrijfsbelang worden getroffen. Het Openbaar Ministerie heeft nog meer auto’s van beslagene in beslag genomen, naast de auto’s waar het in deze procedure om gaat. De vertegenwoordiger van beslagene, [betrokkene 1] , is als verdachte gehoord en wist niets van de kilometer-blockers. Het bedrijf heeft de auto’s tweedehands ingekocht. Beslagene wijst naar een uitspraak van de Rechtbank Den Haag die ook gaat over fraude met de kilometertellers, maar waar een Audi aan beslagene is teruggegeven (Rechtbank Den Haag, 1 oktober 2024, raadkamernummer, 24-013396, ongepubliceerd).
Anders dan het Openbaar Ministerie voorstaat, is het volgens beslagene wel degelijk mogelijk de kilometertellers te herstellen en voor de auto’s te achterhalen wat het daadwerkelijk gereden aantal kilometers is. Ook uit de processen-verbaal in de onderhavige zaak blijkt dat men heeft weten te achterhalen hoeveel kilometers de auto’s daadwerkelijk hebben gereden. Onduidelijk is waar de verbalisanten hun deskundigheid vandaan halen; alles lijkt te zijn gebaseerd op uitlatingen van een [autodealer] in [plaats] die in de processen-verbaal wordt genoemd. Beslagene wijst op de e-mail van de [deskundige] , een VAG-deskundige. Uit die e-mail blijkt dat de auto’s wel degelijk geheel te herstellen zijn met behulp van eigen software van de autofabrikant.
Beslagene voert daarnaast nog aan dat de technische staat van het voertuig bovendien wodt [
AG: wordt] getest bij de jaarlijkse keuring, zodat ook hierin geen belemmering kan worden gezien voor teruggave van de auto’s.
Dat de garantie en de consumentenbescherming komt te vervallen doordat er kilometer-blockers in de auto hebben gezeten, is ook geen reden voor onttrekking; er rijden heel veel auto’s op de Nederlandse wegen waarvoor geen fabrieksgarantie of consumentenbescherming meer geldt.
De auto’s vertegenwoordigen een substantiële waarde. Onttrekking voldoet niet aan de beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit. Beslagene is eigenaar van de inbeslaggenomen voertuigen en de voertuigen zijn van wezenlijk belang voor de onderneming. Door onttrekking van de auto’s zal de continuïteit van de onderneming in gevaar komen, zodat beslagene onevenredig in haar belangen wordt geschaad.
Subsidiair verzoekt beslagene [verbalisant] als getuige te laten horen over de achtergrond van het door haar opgestelde proces-verbaal. Ook verzoekt beslagene in dat geval een nader proces-verbaal op te laten stellen door de politie wat ingaat op de in de e-mail weergegeven bevindingen van de [deskundige] , en op de vraag hoe men in Duitsland de problematiek van de kilometer-blockers aanpakt.
Beoordeling
Artikel 36b lid 1 onder 4 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) […] bepaalt dat onttrekking aan het verkeer van een in beslaggenomen goed kan worden opgelegd bij een afzonderlijke rechterlijke beslissing op vordering van de officier van justitie. Uit de processen-verbaal in het dossier blijkt dat de auto’s alle drie aan een Wegenverkeerwetcontrole zijn onderworpen en vervolgens in beslag zijn genomen binnen het rechtsgebied van deze rechtbank, zodat de strafzaak in eerste aanleg voor dit gerecht had kunnen worden vervolgd. De raadkamer is derhalve op grond van artikel 552f lid 1 van het Wetboek van Strafvordering bevoegd om op de vordering te beslissen.
De raadkamer stelt verder vast dat de officier van justitie ter terechtzitting heeft medegedeeld dat geen vervolging zal worden ingesteld tegen beslagene of haar bestuurders, zodat een beslissing op een vordering tot onttrekking aan het verkeer in het kader van een strafvervolging niet (meer) tot de mogelijkheden behoort. Het Openbaar Ministerie is daarom ontvankelijk in haar vordering.
In artikel 70m van de Wegenverkeerswet (hierna: WVW) is als misdrijf strafbaar gesteld het (laten) manipuleren van de tellerstand van voertuigen op zodanige wijze dat de op de teller aangegeven afstand niet overeenkomt met de door dat motorrijtuig werkelijk afgelegde afstand. In artikel 3 lid Pro 2 (onder verwijzing naar artikel 2 lid Pro 3) van het Besluit Voertuigen is het de eigenaar van een voertuig verboden om dat voertuig te (laten) rijden indien in dat voertuig een apparaat aanwezig is dat geschikt is om de teller van een motorrijtuig stil te zetten, of op andere wijze te manipuleren. Uit de processen-verbaal in het procesdossier blijkt dat de auto’s alle drie waren voorzien van een kilometer-blocker. Dat is volgens de processen-verbaal een apparaat wat de kilometerstand van de auto kan beïnvloeden. Hiermee is het mogelijk een beperkt gedeelte van de daadwerkelijk afgelegde kilometers op de teller te registreren. De raadkamer is gelet hierop van oordeel dat met […] betrekking tot de auto’s de strafbare feiten van artikel 70m WVW en artikel 3 lid 2 Besluit Pro Voertuigen zijn begaan. Uit artikel 36c Sr volgt dat de auto’s daarom vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer, indien zij van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang.
De raadkamer zal de vordering tot onttrekking aan het verkeer van de auto’s toewijzen en overweegt daartoe als volgt. De processen-verbaal in het procesdossier en de door beslagene ingebrachte e-mail van de [deskundige] verschillen voor wat betreft de vraag of de auto’s geheel zonder risico’s in de oorspronkelijke toestand kunnen worden hersteld na verwijdering van de kilometer-blockers. Uit zowel de processen-verbaal als uit de e-mail van de [deskundige] blijkt echter ook dat tijdens de aanwezigheid van de kilometer-blockers wel degelijk veiligheidsrisico’s bestaan. Daarbij komt dat van beslagene, als verhuurbedrijf, mag worden verwacht dat zij goed op de hoogte is van de technische staat van haar auto’s. Kilometerstanden spelen voor verhuurbedrijven een belangrijke, zo niet cruciale rol in de bedrijfsvoering en zij worden veelvuldig ingevuld op de verhuurovereenkomsten. Zo blijkt bijvoorbeeld uit het proces-verbaal met betrekking tot de Audi (PL06002024402754-3) dat op het verhuurcontract de kilometerstanden aan het begin en het einde van de verhuurperiode moeten worden ingevuld. Hierdoor is onaannemelijk dat beslagene en/of (een van) haar eigenaren niet op de hoogte waren van de aanwezigheid van de kilometer-blockers in de auto’s. Nu in ieder geval drie van de inbeslaggenomen auto’s van beslagene waren voorzien van een kilometer-blocker, is aannemelijk dat beslagene de kilometer-blockers bedrijfsmatig heeft toegepast. Gelet op de aantasting van de integriteit van het handelsverkeer en de gevaren die aan het gebruik van kilometer-blockers verbonden zijn, is daarmee het ongecontroleerde bezit van de auto’s in strijd met de wet of het algemeen belang. De vordering zal daarom, zoals al overwogen, worden toegewezen.
De hierboven genoemde beslissing van de rechtbank Den Haag waar de beslagene naar heeft verwezen bevat geen enkele overweging over de achtergronden van die zaak en waarom de betreffende Audi in die zaak in beslag was genomen. Wel is in de beslissing te lezen dat de rechtbank bij haar beslissing om teruggave van de Audi te gelasten, gebonden was aan het standpunt van de officier van justitie dat het belang van strafvordering zich niet tegen teruggave van die Audi verzette. De rechtbank ziet in deze beslissing gelet op het voorgaande geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen.
Aangevoerd is dat beslagene disproportioneel (in haar bedrijfsbelang) zou worden getroffen door de maatregel van onttrekking aan het verkeer. De raadkamer heeft gelet hierop nog overwogen of nader onderzoek moet worden gedaan naar de vraag of het mogelijk is alleen de kilometer-blockers en niet de gehele auto’s aan het verkeer te onttrekken en de vordering dus slechts partieel toe te wijzen. Dat zou, gelet op de aan kilometer-blockers verbonden risico’s, alleen kunnen indien volledig herstel van de auto’s in de oorspronkelijke toestand mogelijk is, zoals beslagene voorstaat. Het Openbaar Ministerie stelt zich echter op het standpunt dat herstel van de auto’s in de oorspronkelijke toestand niet mogelijk is. De raadkamer ziet voor nader onderzoek hiernaar geen aanleiding, omdat aannemelijk is dat beslagene de kilometer-blockers bedrijfsmatig heeft toegepast, zoals hierboven al is overwogen.
De raadkamer heeft verder nog overwogen of beslagene een vergoeding moet worden toegekend op grond van artikel 33c lid 2 Sr. Omdat aannemelijk is dat beslagene met betrekking tot de aanwezigheid van de kilometer-lockers in de auto’s niet te goeder trouw is, is de raadkamer echter van oordeel dat beslagene niet onevenredig door de onttrekking van de auto’s wordt getroffen. Voor een vergoeding of geldelijke tegemoetkoming in de zin van artikel 33c lid 2 Sr is daarom ook geen plaats.
Het voorwaardelijke verzoek tot het doen horen van een getuige en het opstellen van een nader proces-verbaal van bevindingen, wordt gelet op het voorgaande afgewezen.”

3.Het middel

3.1
Het middel klaagt onder meer over de toewijzing door de rechtbank van de vordering tot onttrekking aan het verkeer van de auto’s.
Juridisch kader
3.2
In een recente beschikking van 17 maart 2026 is de Hoge Raad uitgebreid ingegaan op de vraag of personenauto’s waarin een kilometerblokker is aangetroffen, vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer. [1] Die beschikking geeft een genuanceerd antwoord op die vraag. De Hoge Raad overwoog onder meer het volgende:
“3.4.3. De onttrekking aan het verkeer kan worden opgelegd als (en voor zover) het betreffende voorwerp van zodanige aard is, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang. Hieruit volgt dat het moet gaan om een voorwerp waarvan de aard relevant is in die zin dat het ongecontroleerde bezit, al dan niet in samenhang met het redelijkerwijs te verwachten gebruik daarvan, juist in verband met die aard, in strijd is met de wet of het algemeen belang (vgl. HR 8 maart 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR7626 en HR 2 december 2025, ECLI:NL:HR:2025:1716).
3.4.4.
Op grond van artikel 36b lid 2 in samenhang met artikel 33c lid 2 Sr kent de rechter na een daartoe strekkend verzoek een geldelijke tegemoetkoming toe als dat nodig is om te voorkomen dat degene aan wie het onttrokken voorwerp toebehoort, door die onttrekking aan het verkeer onevenredig zou worden getroffen. Of de eigenaar van het voorwerp door de onttrekking aan het verkeer van zijn eigendom onevenredig wordt getroffen als hem geen geldelijke tegemoetkoming wordt toegekend, moet worden beoordeeld aan de hand van de omstandigheden van het geval. Daarbij kunnen worden betrokken hoe de eigenaar van het voorwerp zich in relatie tot dat voorwerp heeft gedragen, de waarde van het onttrokken voorwerp, alsmede eventueel voordeel dat de Staat na de onttrekking aan het verkeer met betrekking tot dat voorwerp verkrijgt, bijvoorbeeld door de verkoop (van onderdelen) daarvan. (Vgl. HR 10 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1156.)
3.5.
Een personenauto is niet zonder meer van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit ervan in strijd is met de wet of het algemeen belang (vgl. HR 4 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2238). Dat wordt niet anders op de enkele grond dat in die auto door de politie een kilometerblokker is aangetroffen die daaruit al is verwijderd, of die – met niet meer dan redelijke van de daarbij betrokken functionarissen te vergen inspanningen – daaruit kan worden verwijderd (om die kilometerblokker te kunnen onttrekken aan het verkeer).
3.6.
Niettemin kan onder omstandigheden een personenauto waarin een kilometerblokker is aangetroffen, van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit ervan in strijd is met de wet of het algemeen belang, waardoor de auto alsnog in aanmerking komt voor onttrekking aan het verkeer.
3.7.
Een geval als bedoeld onder 3.6 kan zich voordoen als de rechter vaststelt dat de auto – ook na de verwijdering daaruit van de kilometerblokker – een concreet gevaar voor de verkeersveiligheid vormt terwijl het aan dat gevaar ten grondslag liggende gebrek niet met redelijke inspanningen kan worden hersteld. De enkele omstandigheid dat de kilometerstand van de auto (zoals deze wordt weergegeven op de kilometerteller) mogelijk niet juist is, brengt niet mee dat de auto daadwerkelijk een concreet gevaar voor de verkeersveiligheid vormt.
3.8.1.
Daarnaast kan zich een geval als bedoeld onder 3.6 voordoen als de rechter vaststelt dat – ook na de verwijdering van de kilometerblokker – het normale handelsverkeer ten aanzien van de auto onevenredig wordt belemmerd doordat de waarde van de auto onduidelijk of te hoog is als gevolg van de kans dat de kilometerstand van de auto (zoals deze wordt weergegeven op de kilometerteller) wezenlijk lager is dan het daadwerkelijk daarmee gereden aantal kilometers.
3.8.2.
Aangenomen mag worden dat zo’n belemmering van het handelsverkeer in voldoende mate wordt voorkomen als i) de correcte kilometerstand inmiddels is hersteld of in voldoende mate is benaderd op de kilometerteller, of ii) het gegeven dat de kilometerstand van de auto niet betrouwbaar is (omdat deze is gemanipuleerd door de kilometerblokker) op een eenvoudige manier – bijvoorbeeld door een registratie bij de Dienst Wegverkeer – voor derden kenbaar is gemaakt.
3.9.1.
Het openbaar ministerie dat op de onder 3.7 en/of 3.8.1 genoemde grond(en) de onttrekking aan het verkeer vordert van een personenauto waarin een kilometerblokker heeft gezeten, is ervoor verantwoordelijk dat de hiervoor benodigde (technische) informatie over de auto zich bij de (proces)stukken bevindt voordat de zaak op de terechtzitting of in raadkamer wordt behandeld en vult daartoe zo nodig tijdig het dossier aan. In voorkomende gevallen kan de rechter – desnoods door aanhouding van de behandeling van de zaak – bewerkstelligen dat stukken met nadere informatie over de gevolgen voor de verkeersveiligheid of over belemmeringen van het handelsverkeer als de auto weer in het verkeer zou worden gebracht, alsnog bij de processtukken worden gevoegd.
3.9.2.
Van de betrokkene die zich keert tegen een vordering van het openbaar ministerie tot onttrekking aan het verkeer of die zich op grond van Titel IX van het Vierde Boek van het Wetboek van Strafvordering beklaagt over de inbeslagneming of onttrekking aan het verkeer van de auto, mag in beginsel worden verwacht dat hij het nodige onderneemt om – na de ontdekking en verwijdering van de kilometerblokker – de belemmering (op zijn kosten) weg te (doen) nemen op een van de onder 3.8.2 bedoelde manieren. De omstandigheid dat hem daartoe van overheidswege niet (voldoende) gelegenheid is geboden, kan een rol spelen bij de beantwoording van de vraag of de auto aan het verkeer kan worden onttrokken en of in dat geval aanleiding bestaat voor de toekenning van een geldelijke tegemoetkoming als bedoeld in artikel 36b lid 2 in samenhang met artikel 33c lid 2 Sr.”
3.3
Kort samengevat heeft de Hoge Raad geoordeeld dat auto’s met een kilometerblokker niet zonder meer vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer. Dat kan onder omstandigheden anders zijn, bijvoorbeeld als kan worden vastgesteld dat de auto een concreet gevaar vormt voor de verkeersveiligheid of de auto het normale handelsverkeer onevenredig belemmert. Het openbaar ministerie moet in dit verband de hiervoor benodigde (technische) informatie over de auto bij de processtukken voegen. De rechter zal het oordeel dat zich een van deze gronden voor onttrekking voordoet moeten motiveren.
De bespreking van het middel
3.4
De rechtbank heeft overwogen dat de processen-verbaal in het procesdossier en de door de beslagene ingebrachte e-mail van de [deskundige] verschillen over de vraag of de inbeslaggenomen auto’s zonder risico’s in de oorspronkelijke toestand kunnen worden hersteld, maar dat daaruit wel blijkt dat tijdens de aanwezigheid van de kilometerblokkers wel degelijk veiligheidsrisico’s bestaan. Ook heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat aannemelijk is dat de beslagene de kilometerblokkers bedrijfsmatig heeft toegepast. De rechtbank heeft vervolgens geoordeeld dat het ongecontroleerde bezit van de auto’s – “[g]elet op de aantasting van de integriteit van het handelsverkeer en de gevaren die aan het gebruik van kilometer-blockers verbonden zijn” – in strijd met de wet of het algemeen belang.
3.5
Voor zover de rechtbank in aanmerking heeft genomen dat de beslagene de kilometerblokkers bedrijfsmatig heeft toegepast, geldt dat deze overweging van geen belang is voor de vraag of de auto’s van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang. Voor de onttrekking aan het verkeer is immers slechts de aard van het voorwerp zelf relevant. [2]
3.6
Tegen de achtergrond van het hiervoor weergegeven juridisch kader is het oordeel van de rechtbank ook voor het overige ontoereikend gemotiveerd. In de eerste plaats is daarbij van belang dat de enkele omstandigheid dat de kilometerstand van de auto mogelijk niet juist is, niet meebrengt dat de auto een concreet gevaar voor de verkeersveiligheid vormt. De rechtbank heeft in dat verband weliswaar vastgesteld dat er tijdens de aanwezigheid van de kilometerblokkers veiligheidsrisico’s bestaan, maar heeft niets overwogen over de vraag of die veiligheidsrisico’s ook na de verwijdering van de kilometerblokkers bestaan. Bovendien blijkt uit de overwegingen van de rechtbank ook onvoldoende om welk “concreet gevaar voor de verkeersveiligheid” het hier gaat. In de tweede plaats is van belang dat uit de overwegingen van de rechtbank niet blijkt dat zich een geval voordoet waarin het normale handelsverkeer ten aanzien van de auto’s onevenredig wordt belemmerd doordat de waarde van de auto’s onduidelijk of te hoog is als gevolg van de kans dat de kilometerstand van de auto (zoals deze wordt weergegeven op de kilometerteller) wezenlijk lager is dan het daadwerkelijk daarmee gereden aantal kilometers. In dat verband is van belang dat de rechtbank uitdrukkelijk niet is ingegaan op de door de verdediging geopperde mogelijkheid dat de correcte kilometerstand kan worden hersteld, hetgeen is onderbouwd met een verwijzing naar de door de verdediging ingebrachte e-mail van de [deskundige] . Daarmee is in het midden gebleven of een eventuele belemmering van het handelsverkeer in voldoende mate kan worden voorkomen doordat de correcte kilometerstand kan worden hersteld of in voldoende mate kan worden benaderd.
3.7
Het middel klaagt hierover terecht. Dat betekent dat de overige klachten over de proportionaliteit en subsidiariteit en het uitblijven van de in art. 33c lid 2 Sr bedoelde vergoeding geen bespreking behoeven.

4.Slotsom

4.1
Het middel slaagt.
4.2
Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden beschikking aanleiding behoren te geven.
4.3
Deze conclusie strekt tot vernietiging van de beschikking van de rechtbank en tot terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Midden-Nederland, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.HR 17 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:349, rov. 3.3.1 e.v.
2.HR 17 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:349, rov. 3.4.3.