ECLI:NL:PHR:2026:632

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
23 juni 2026
Publicatiedatum
22 juni 2026
Zaaknummer
25/01653
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 552f SvArt. 36b SrArt. 33c SrArt. 70m WVWArt. 3 lid 2 Besluit Voertuigen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging beschikking onttrekking auto met kilometerblokker wegens onvoldoende motivering

De zaak betreft een vordering tot onttrekking aan het verkeer van een Audi RS5 waarin een kilometerblokker was aangetroffen, een apparaat dat de kilometerstand manipuleert. De rechtbank Midden-Nederland had de vordering van het Openbaar Ministerie toegewezen en de auto onttrokken aan het verkeer. Belanghebbende, exploitant van een autoverhuurbedrijf, stelde dat de kilometerblokker zonder zijn medeweten was geplaatst door een huurder en betwistte dat hij op de hoogte was.

De rechtbank oordeelde dat de kilometerblokker al vóór verhuur aanwezig was en dat belanghebbende deze bedrijfsmatig toepaste. De rechtbank vond dat de aanwezigheid van de kilometerblokker risico's voor de verkeersveiligheid en het handelsverkeer opleverde, en dat het ongecontroleerde bezit van de auto in strijd was met de wet of het algemeen belang.

De Hoge Raad stelt in haar conclusie dat de rechtbank onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de auto een concreet gevaar voor de verkeersveiligheid vormt of het handelsverkeer onevenredig belemmert. De enkele aanwezigheid van een kilometerblokker en het verschil in kilometerstanden is onvoldoende. Ook is niet overwogen of de kilometerstand kan worden hersteld, bijvoorbeeld via een afspraak met een dealer. Daarom vernietigt de Hoge Raad de beschikking en wijst de zaak terug voor nieuwe behandeling.

De conclusie benadrukt dat auto’s met kilometerblokkers niet zonder meer vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer; het openbaar ministerie moet technische informatie over de auto aanleveren en de rechter moet gemotiveerd oordelen over risico’s voor verkeersveiligheid en handelsverkeer. De zaak wordt terugverwezen voor een zorgvuldige beoordeling van deze aspecten.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking tot onttrekking van de auto met kilometerblokker wegens onvoldoende motivering en wijst de zaak terug voor nieuwe behandeling.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer25/01653 B
Zitting23 juni 2026
CONCLUSIE
P.T.C. van Kampen
In de zaak
[belanghebbende] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,
hierna: de belanghebbende

1.Het cassatieberoep

1.1
De rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, heeft bij beschikking van 18 februari 2025 (parketnr. RK 25-002167) de vordering van de officier van justitie als bedoeld in art. 552f Sv tot onttrekking aan het verkeer van een in beslag genomen Audi RS5 toegewezen.
1.2
In de samenhangende zaak 25/01654, waarin ik vandaag ook concludeer, heeft de rechtbank het door de belanghebbende ingediende klaagschrift strekkende tot teruggave van dezelfde Audi RS5 ongegrond verklaard.
1.3
Het cassatieberoep is ingesteld namens de belanghebbende. De advocaat B.M.C.F. de Groen heeft één middel van cassatie voorgesteld.

2.De beschikking van de rechtbank

2.1
Het gaat in deze zaak om een auto waarin een kilometerblokker is aangetroffen. Dat is een elektronisch apparaatje dat in een auto kan worden ingebouwd om de kilometerstand te manipuleren. De op het dashboard weergegeven kilometerstand komt dan niet langer overeen met het werkelijk aantal gereden kilometers. De vraag is of zo’n auto vatbaar is voor onttrekking aan het verkeer.
2.2
De beschikking van de rechtbank houdt het volgende in:

Standpunten
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De auto is in beslag genomen naar aanleiding van de melding van een verdachte situatie: het ging om het overhevelen van spullen uit de kofferbak van de ene auto naar de andere nabij een tankstation.
Uit zowel een indicatieve test van de richtingaanwijzer als het technisch onderzoek nadien bleek dat er een kilometerblokker aanwezig was in het voertuig. Dat is een later ingebouwd apparaatje waarmee de kilometerteller van de betreffende auto wordt gemanipuleerd, waardoor die een valse c.q. vervalste, in ieder geval onjuiste stand aangeeft. Deze blokker is door de verbalisant uit het voertuig verwijderd, maar het was niet langer mogelijk om de mate waarin eventuele manipulatie heeft plaatsgevonden te reconstrueren. Ook is het niet mogelijk om de werkelijk gereden kilometerstand te achterhalen door middel van een daartoe bestemde diagnose. Wel is duidelijk dat op de teller een stand was af te lezen van 103.585 kilometers, terwijl bij een diagnose van het motormanagementsysteem onder andere een kilometerstand van 184.245 werd waargenomen. Voertuigen met gemanipuleerde kilometertellers kunnen onderhoudsintervallen missen, wat tot ernstige mechanische problemen kan leiden. Aldus kunnen personen en instanties niet meer vertrouwen op de weergegeven kilometerstand van dit voertuig.
Het gebruik van een kilometerblokker kan ook leiden tot misleiding bij de verkoop of het onderhoud van een voertuig en wordt beschouwd als fraude. Daarnaast zijn auto’s met lage kilometerstanden meer waard en biedt het een oneerlijk voordeel bij het leasen van een voertuig.
Het is vastgesteld dat Audi alleen met behulp van illegale software in staat is om de kilometerstand terug te zetten. Audi bevestigt dat zij deze handelingen niet ondersteunt en dat het wettelijk verboden is om dergelijke aanpassingen uit te voeren. Om dit bedrog te stoppen en de verkeersveiligheid te waarborgen, moet de auto worden onttrokken aan het verkeer. Het ongecontroleerde bezit daarvan is in strijd met de wet of het algemeen belang.
Standpunt van belanghebbende
Belanghebbende is exploitant van een autoverhuurbedrijf en voor zijn inkomsten daarvan afhankelijk. De auto was verhuurd aan [betrokkene 1] . Buiten medeweten van belanghebbende om heeft [betrokkene 1] een kilometerblokker geplaatst in de auto en deze vervolgens onderverhuurd aan [betrokkene 2] , onder wie de auto in beslag is genomen. [betrokkene 1] bevestigt dit in een door hem opgestelde en ondertekende verklaring. Het plaatsen van een kilometerblokker door belanghebbende zou ook niet logisch zijn omdat dit zijn verdienmodel schaadt: extra verreden kilometers bovenop de afgesproken aantallen kilometers genereren meer inkomsten. Belanghebbende heeft ter onderbouwing van zijn standpunt twee verhuurovereenkomsten met betrekking tot de auto overgelegd, waaronder de verhuurovereenkomst met [betrokkene 1] voor de periode waarbinnen de dag viel dat de auto in beslag is genomen.
Ook is verwezen naar een gemaakte afspraak met een Audi-dealer in Duitsland om bij teruggave de kilometerstand terug te brengen in de oorspronkelijk toestand. Belanghebbende betwist dat deze correctie niet mogelijk zou zijn. Hier komt bi dat het rijden met een kilometerblokker in Duitsland niet verboden is, aldus belanghebbende.
Belanghebbende verzoekt primair om afwijzing van de vordering, subsidiair om een naar redelijkheid vast te stellen vergoeding als de vordering wordt toegewezen.
Beoordeling
Artikel 36b lid 1 onder 4 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) […] bepaalt dat onttrekking aan het verkeer van een in beslaggenomen goed kan worden opgelegd bij een afzonderlijke rechterlijke beslissing op vordering van de officier van justitie. Uit de processen-verbaal in het dossier blijkt dat de auto aan een controle is onderworpen naar aanleiding van een verdachte situatie en vervolgens in beslag is genomen binnen het rechtsgebied van deze rechtbank, zodat de strafzaak in eerste aanleg voor dit gerecht had kunnen worden vervolgd. De raadkamer is derhalve op grond van artikel 552f lid 1 van het Wetboek van Strafvordering bevoegd om op de vordering te beslissen.
De raadkamer stelt verder vast dat de officier van justitie heeft medegedeeld dat geen vervolging zal worden ingesteld tegen belanghebbende, zodat een beslissing op een vordering tot onttrekking aan het verkeer in het kader van een strafvervolging niet (meer) tot de mogelijkheden behoort. Het Openbaar Ministerie is daarom ontvankelijk in haar vordering.
In artikel 70m van de Wegenverkeerswet (hierna: WVW) is als misdrijf strafbaar gesteld het (laten) manipuleren van de tellerstand van voertuigen op zodanige wijze dat de op de teller aangegeven afstand niet overeenkomt met de door dat motorrijtuig werkelijk afgelegde afstand. In artikel 3 lid Pro 2 (onder verwijzing naar artikel 2 lid Pro 3) van het Besluit Voertuigen is het de eigenaar van een voertuig verboden om dat voertuig te (laten) rijden indien in dat voertuig een apparaat aanwezig is dat geschikt is om de teller van een motorrijtuig stil te zetten, of op andere wijze te manipuleren. Uit de processen-verbaal in het procesdossier blijkt dat de auto was voorzien van een kilometerblokker. Dat is volgens de processen verbaal een apparaat wat de kilometerstand van de auto kan beïnvloeden. Hiermee is het mogelijk een beperkt gedeelte van de daadwerkelijk afgelegde kilometers op de teller te registreren. De raadkamer is gelet hierop van oordeel dat met de betrekking tot de auto de strafbare feiten van artikel 70m WVW en artikel 3 lid 2 Besluit Pro Voertuigen zijn begaan. Uit artikel 36c Sr volgt dat de auto daarom vatbaar is voor onttrekking aan het verkeer als deze van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang.
De raadkamer zal de vordering tot onttrekking aan het verkeer van de auto toewijzen en overweegt daartoe als volgt.
Op de door belanghebbende overgelegde verhuurovereenkomst met [betrokkene 1] voor de periode van 1 november 2024 tot en met 1 december 2024 staat dat de kilometerstand bij aanvang van de verhuurperiode 102.451 kilometer was. Uit het proces-verbaal van bevindingen van 2 januari 2025 van verbalisant [verbalisant] blijkt dat op 18 november 2024 met diagnose-apparatuur verschillende kilometerstanden zijn vastgesteld, waaronder een stand van 184.245 kilometer. Alleen al hieruit blijkt dat de stelling van belanghebbende dat de kilometerblokker is aangebracht na verhuur aan [betrokkene 1] niet kan kloppen. Dat zou immers betekenen dat tussen de start van de verhuurovereenkomst (1 november 2024, kilometerstand 102.451) en de dag dat de auto in beslag werd genomen (18 november 2024, kilometerstand 184.245) 81.794 kilometer is gereden. Dat zou neerkomen op een onmogelijk gemiddeld aantal van 4.544 gereden kilometers per dag. Gelet hierop kan het niet anders dan dat de kilometerblokker al in de auto moet hebben gezeten voordat deze door belanghebbende aan [betrokkene 1] werd verhuurd. Van belanghebbende, als exploitant van een verhuurbedrijf, mag worden verwacht dat hij goed op de hoogte is van de technische staat van de verhuurde auto’s. Daarbij komt dat kilometerstanden voor verhuurbedrijven een belangrijke, zo niet cruciale rol in de bedrijfsvoering spelen – zoals ter zitting ook is bevestigd. Zij worden om die reden ook veelvuldig ingevuld op de verhuurovereenkomsten, zoals ook op de verhuurovereenkomst tussen belanghebbende en huurder [betrokkene 1] . Gelet op het voorgaande is onaannemelijk dat belanghebbende niet op de hoogte was van de kilometerblokker. De raadkamer achter verder van belang dat uit voornoemd proces-verbaal van verbalisant [verbalisant] blijkt dat op 27 oktober 2024 te Amsterdam en op 10 november 2024 te Prinsenbeek in twee andere aan belanghebbende toebehorende auto’s eveneens kilometerblokkers werden aangetroffen, hetgeen door belanghebbende ter zitting niet is weersproken. Nu drie auto’s van beslagene waren voorzien van een kilometerblokker, is aannemelijk dat beslagene de kilometerblokkers bedrijfsmatig heeft toegepast. De raadkamer ziet gelet hierop ook geen aanleiding behandeling van de zaak aan te houden teneinde nader te laten onderzoeken of de aangebrachte kilometerblokker zonder blijvende risico’s voor de verkeersveiligheid en de integriteit van het handelsverkeer uit de auto is te verwijderen, nog daargelaten dat het systeem waarbij de Dienst Wegverkeer (RDW) een melding Wacht op keuring (WOK) aan een kenteken koppelt tot deze is goedgekeurd, niet van toepassing is op buitenlandse auto’s. Uit het procesdossier blijkt dat de aanwezigheid van de kilometer-blokker in de auto risico’s oplevert voor de verkeersveiligheid en aantasting van de integriteit van het handelsverkeer. Gelet op het voorgaande is het ongecontroleerde bezit van de auto in strijd met de wet of het algemeen belang, zodat de vordering, zoals al overwogen, worden toegewezen.
De raadkamer ziet geen grond voor toekenning van een vergoeding op grond van artikel 36b lid 2 juncto artikel 33c, lid 2 van het Wetboek van Strafrecht. Aannemelijk is dat belanghebbende niet te goeder trouw is en de kilometerblokker bedrijfsmatig heeft toegepast. Niet geoordeeld kan daarom worden dat belanghebbende door de onttrekking aan het verkeer onevenredig wordt getroffen.”

3.Het middel

3.1
Het middel klaagt over de toewijzing door de rechtbank van de vordering tot onttrekking aan het verkeer van de auto.
Juridisch kader
3.2
In zijn beschikking van 17 maart 2026 is de Hoge Raad uitgebreid ingegaan op de vraag of personenauto’s waarin een kilometerblokker is aangetroffen, vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer. [1] Die beschikking geeft een genuanceerd antwoord op die vraag. De Hoge Raad overwoog onder meer het volgende:
“3.4.3. De onttrekking aan het verkeer kan worden opgelegd als (en voor zover) het betreffende voorwerp van zodanige aard is, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang. Hieruit volgt dat het moet gaan om een voorwerp waarvan de aard relevant is in die zin dat het ongecontroleerde bezit, al dan niet in samenhang met het redelijkerwijs te verwachten gebruik daarvan, juist in verband met die aard, in strijd is met de wet of het algemeen belang (vgl. HR 8 maart 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR7626 en HR 2 december 2025, ECLI:NL:HR:2025:1716).
3.4.4.
Op grond van artikel 36b lid 2 in samenhang met artikel 33c lid 2 Sr kent de rechter na een daartoe strekkend verzoek een geldelijke tegemoetkoming toe als dat nodig is om te voorkomen dat degene aan wie het onttrokken voorwerp toebehoort, door die onttrekking aan het verkeer onevenredig zou worden getroffen. Of de eigenaar van het voorwerp door de onttrekking aan het verkeer van zijn eigendom onevenredig wordt getroffen als hem geen geldelijke tegemoetkoming wordt toegekend, moet worden beoordeeld aan de hand van de omstandigheden van het geval. Daarbij kunnen worden betrokken hoe de eigenaar van het voorwerp zich in relatie tot dat voorwerp heeft gedragen, de waarde van het onttrokken voorwerp, alsmede eventueel voordeel dat de Staat na de onttrekking aan het verkeer met betrekking tot dat voorwerp verkrijgt, bijvoorbeeld door de verkoop (van onderdelen) daarvan. (Vgl. HR 10 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1156.)
3.5.
Een personenauto is niet zonder meer van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit ervan in strijd is met de wet of het algemeen belang (vgl. HR 4 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2238). Dat wordt niet anders op de enkele grond dat in die auto door de politie een kilometerblokker is aangetroffen die daaruit al is verwijderd, of die – met niet meer dan redelijke van de daarbij betrokken functionarissen te vergen inspanningen – daaruit kan worden verwijderd (om die kilometerblokker te kunnen onttrekken aan het verkeer).
3.6.
Niettemin kan onder omstandigheden een personenauto waarin een kilometerblokker is aangetroffen, van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit ervan in strijd is met de wet of het algemeen belang, waardoor de auto alsnog in aanmerking komt voor onttrekking aan het verkeer.
3.7.
Een geval als bedoeld onder 3.6 kan zich voordoen als de rechter vaststelt dat de auto – ook na de verwijdering daaruit van de kilometerblokker – een concreet gevaar voor de verkeersveiligheid vormt terwijl het aan dat gevaar ten grondslag liggende gebrek niet met redelijke inspanningen kan worden hersteld. De enkele omstandigheid dat de kilometerstand van de auto (zoals deze wordt weergegeven op de kilometerteller) mogelijk niet juist is, brengt niet mee dat de auto daadwerkelijk een concreet gevaar voor de verkeersveiligheid vormt.
3.8.1.
Daarnaast kan zich een geval als bedoeld onder 3.6 voordoen als de rechter vaststelt dat – ook na de verwijdering van de kilometerblokker – het normale handelsverkeer ten aanzien van de auto onevenredig wordt belemmerd doordat de waarde van de auto onduidelijk of te hoog is als gevolg van de kans dat de kilometerstand van de auto (zoals deze wordt weergegeven op de kilometerteller) wezenlijk lager is dan het daadwerkelijk daarmee gereden aantal kilometers.
3.8.2.
Aangenomen mag worden dat zo’n belemmering van het handelsverkeer in voldoende mate wordt voorkomen als i) de correcte kilometerstand inmiddels is hersteld of in voldoende mate is benaderd op de kilometerteller, of ii) het gegeven dat de kilometerstand van de auto niet betrouwbaar is (omdat deze is gemanipuleerd door de kilometerblokker) op een eenvoudige manier – bijvoorbeeld door een registratie bij de Dienst Wegverkeer – voor derden kenbaar is gemaakt.
3.9.1.
Het openbaar ministerie dat op de onder 3.7 en/of 3.8.1 genoemde grond(en) de onttrekking aan het verkeer vordert van een personenauto waarin een kilometerblokker heeft gezeten, is ervoor verantwoordelijk dat de hiervoor benodigde (technische) informatie over de auto zich bij de (proces)stukken bevindt voordat de zaak op de terechtzitting of in raadkamer wordt behandeld en vult daartoe zo nodig tijdig het dossier aan. In voorkomende gevallen kan de rechter – desnoods door aanhouding van de behandeling van de zaak – bewerkstelligen dat stukken met nadere informatie over de gevolgen voor de verkeersveiligheid of over belemmeringen van het handelsverkeer als de auto weer in het verkeer zou worden gebracht, alsnog bij de processtukken worden gevoegd.
3.9.2.
Van de betrokkene die zich keert tegen een vordering van het openbaar ministerie tot onttrekking aan het verkeer of die zich op grond van Titel IX van het Vierde Boek van het Wetboek van Strafvordering beklaagt over de inbeslagneming of onttrekking aan het verkeer van de auto, mag in beginsel worden verwacht dat hij het nodige onderneemt om – na de ontdekking en verwijdering van de kilometerblokker – de belemmering (op zijn kosten) weg te (doen) nemen op een van de onder 3.8.2 bedoelde manieren. De omstandigheid dat hem daartoe van overheidswege niet (voldoende) gelegenheid is geboden, kan een rol spelen bij de beantwoording van de vraag of de auto aan het verkeer kan worden onttrokken en of in dat geval aanleiding bestaat voor de toekenning van een geldelijke tegemoetkoming als bedoeld in artikel 36b lid 2 in samenhang met artikel 33c lid 2 Sr.”
3.3
Kort samengevat heeft de Hoge Raad dus geoordeeld dat auto’s met een kilometerblokker niet zonder meer vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer. Dat kan onder omstandigheden anders zijn, bijvoorbeeld als kan worden vastgesteld dat de auto een concreet gevaar vormt voor de verkeersveiligheid of de auto het normale handelsverkeer onevenredig belemmert. Het openbaar ministerie moet in dit verband de hiervoor benodigde (technische) informatie over de auto bij de processtukken voegen. De rechter zal het oordeel dat zich daadwerkelijk een grond voor onttrekking voordoet, moeten motiveren.
De bespreking van het middel
3.4
In haar overwegingen heeft de rechtbank veel aandacht besteed aan de vraag wie de kilometerblokker in de auto heeft ingebouwd. Die overwegingen zijn vooral een reactie op het standpunt van de verdediging dat de huurder van de auto ( [betrokkene 1] ) de kilometerblokker heeft ingebouwd zonder medeweten van de betrokkene (in de overwegingen van de rechtbank: de belanghebbende). De rechtbank overweegt dat het niet anders kan dan dat de kilometerblokker al voorafgaand aan de verhuur aan [betrokkene 1] in de auto moet hebben gezeten en vervolgens dat aannemelijk is dat de betrokkene de kilometerblokkers bedrijfsmatig heeft toegepast.
3.5
Voor de vraag of de auto in de onderhavige zaak vatbaar is voor onttrekking aan het verkeer zijn deze overwegingen echter van geen belang. Zij zeggen immers niets over de vraag of die auto van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang. Voor de onttrekking aan het verkeer is slechts de aard van het voorwerp zelf relevant. [2] De rechtbank heeft in dit verband slechts overwogen dat “[u]it het procesdossier blijkt dat de aanwezigheid van de kilometer-blokker in de auto risico’s oplevert voor de verkeersveiligheid en aantasting van de integriteit van het handelsverkeer” en heeft vervolgens geoordeeld dat “het ongecontroleerde bezit van de auto in strijd [is] met de wet of het algemeen belang”.
3.6
Dit oordeel van de rechtbank is niet toereikend gemotiveerd. Met de enkele verwijzing naar “het procesdossier” heeft de rechtbank onvoldoende duidelijk gemaakt op grond waarvan de rechtbank heeft geconcludeerd dat de in de onderhavige zaak inbeslaggenomen auto risico’s oplevert voor de verkeersveiligheid en/of dat de auto de integriteit van het handelsverkeer aantast.
3.7
Ook voor zover ervan moet worden uitgegaan dat de rechtbank met deze verwijzing naar het procesdossier het oog heeft gehad op hetgeen de officier van justitie ten grondslag heeft gelegd aan de vordering tot onttrekking aan het verkeer, is het oordeel van de rechtbank – tegen de achtergrond van het hiervoor geschetste juridisch kader – ontoereikend gemotiveerd. De enkele verwijzing van de rechtbank naar “risico’s […] voor de verkeersveiligheid en aantasting van de integriteit van het handelsverkeer” is onvoldoende. In de eerste plaats is daarbij van belang dat de enkele omstandigheid dat de kilometerstand van de auto mogelijk niet juist is, niet meebrengt dat de auto een concreet gevaar voor de verkeersveiligheid vormt. Uit de overwegingen van de rechtbank blijkt niet dat de auto – ook na de verwijdering daaruit van de kilometerblokker – een concreet gevaar voor de verkeersveiligheid vormt. In de tweede plaats is van belang dat uit de overwegingen van de rechtbank ook niet blijkt dat zich een geval voordoet waarin het normale handelsverkeer ten aanzien van de auto onevenredig wordt belemmerd doordat de waarde van de auto onduidelijk of te hoog is als gevolg van de kans dat de kilometerstand van de auto (zoals deze wordt weergegeven op de kilometerteller) wezenlijk lager is dan het daadwerkelijk daarmee gereden aantal kilometers. Uit die overwegingen kan weliswaar worden afgeleid dat het verschil tussen de kilometerstand (+/- 184.000 km) en de daadwerkelijk gereden kilometers (+/- 102.000) aanzienlijk is, maar daarmee is nog niet gezegd dat de waarde van de auto als gevolg daarvan onduidelijk of (veel) te hoog is. In dat verband merk ik op dat de (terloopse) opmerking van de rechtbank dat het WOK-systeem van de RDW niet van toepassing is op buitenlandse auto’s, daartoe niet volstaat. Bovendien – en belangrijker – heeft de rechtbank niets overwogen over de verwijzing van de verdediging naar de gemaakte afspraak bij de Audi-dealer in Duitsland om de kilometerstand terug te brengen in de oorspronkelijk toestand en de betwisting van het standpunt dat dit niet mogelijk zou zijn. Daarmee is in het midden gebleven of een eventuele belemmering van het handelsverkeer in voldoende mate kan worden voorkomen doordat de correcte kilometerstand kan worden hersteld of in voldoende mate kan worden benaderd.

4.Slotsom

4.1
Het middel slaagt.
4.2
Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden beschikking aanleiding behoren te geven.
4.3
Deze conclusie strekt tot vernietiging van de beschikking van de rechtbank en tot terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Midden-Nederland, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.HR 17 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:349, rov. 3.3.1 e.v.
2.HR 17 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:349, rov. 3.4.3.