Conclusie
Nummer24/03052
Inleiding
met uitzondering van de bewezenverklaring van het tenlastegelegde met parketnummer 02-180674-21 en met aanvulling van de gronden ten aanzien van de bewijsmiddelen voor de overige feiten, en met uitzondering van de opgelegde sanctie.” Het hof heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht maanden, tot tweemaal één week hechtenis en gelast dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld en daarbij ter bescherming van de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen een twaalftal voorwaarden gesteld betreffende het gedrag van de ter beschikking gestelde, waaronder het zich laten opnemen in een forensisch psychiatrische kliniek of soortgelijke instelling en zich laten behandelen. [2] Het hof heeft bevolen dat de opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar is. Daarnaast heeft het hof uitdrukkelijk de beslissingen van de rechtbank bevestigd ten aanzien van de vorderingen tot tenuitvoerlegging van eerder opgelegde voorwaardelijke straffen. De rechtbank heeft de tenuitvoerlegging gelast van achtereenvolgens (i) de voorwaardelijke straf van één week jeugddetentie, opgelegd bij vonnis van 18 mei 2021 in de zaak onder parketnummer 02/059531-21, en daarbij bepaald dat deze zal worden vervangen door gevangenisstraf voor de duur van één week; (ii) de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van drie weken opgelegd bij vonnis van 11 februari 2020, en (iii) de voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie van één week, opgelegd bij vonnis van 16 januari 2020 en daarbij bepaald dat deze zal worden vervangen door één week gevangenisstraf.
overtreding van artikel 165, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994”.
handelen in strijd met artikel 27, eerste lid, van de Wet wapens en munitie”.
diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen”.
bedreiging met zware mishandeling”, en het aansluitend in de [A] mishandelen van die medewerker (feit 1) dat is gekwalificeerd als “
mishandeling”; de diefstal van broodjes uit die [A] (feit 4) dat is gekwalificeerd als “
diefstal” en het bedreigen van een politieagent met enig misdrijf tegen het leven gericht, tijdens het vervoer van de verdachte nadat hij met behulp van een politiehond was gevonden (feit 3) dat is gekwalificeerd als “
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht”. Ten derde gaat het om de resterende feiten die in de zaak met parketnummer 02-147286-21 bewezen zijn verklaard waarvan er twee zijn begaan in [plaats] op 3 juli 2021, toen de verdachte het hierboven genoemde vleesmes voorhanden heeft gehad. Het gaat om belediging van twee politieagenten (feit 6) dat is gekwalificeerd als “
eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar bediening, meermalen gepleegd” en de mishandeling van een van deze twee politieagenten (feit 5) dat is gekwalificeerd als “
mishandeling van een politieagente”.
Het middel
na sluitingstijd zou opwachten en hem dan zou pakken”, ten onrechte heeft gekwalificeerd als bedreiging met zware mishandeling. Een “
dergelijke bedreiging levert hooguit een in het Wetboek van Strafrecht niet strafbaar gestelde bedreiging met mishandeling op.”
1. hij op of omstreeks 5 juni 202 1 te [plaats] [slachtoffer] heeft mishandeld door voornoemde [slachtoffer] meermalen althans eenmaal, met kracht
1. op 5 juni 2021 te [plaats] [slachtoffer] heeft mishandeld door voornoemde [slachtoffer]
zich wederrechtelijk toe te eigenen”.
de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van dit hof op 12 juli 2024.”
Het klopt dat ik op 5 juni 2021 broodjes bij de [A] in [plaats] heb gestolen en dat ik aangever [slachtoffer] heb mishandeld en heb bedreigd met zware mishandeling op dezelfde dag. Ook heb ik op 5 juni 2021 [aangever] bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht.”
Op basis van de aangehechte bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 5 juni 2021 te [plaats] , [slachtoffer] heeft bedreigd met zware mishandeling door tegen hem te zeggen dat hij [slachtoffer] na sluitingstijd zou opwachten en hem dan zou pakken.
De bespreking van het middel
om de vraag of de betrokkene als gevolg van de uitlatingen en/of de gedragingen van de verdachte in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat de betrokkene zwaar lichamelijk letsel zou kunnen oplopen.” [5] In het licht van de mishandeling en het gedrag van de verdachte in de [A] waarmee de geuite bedreiging gepaard ging, acht ik het oordeel van het hof dat de verdachte de aangever heeft bedreigd met zware mishandeling niet onbegrijpelijk. [6]