Conclusie
1.Inleiding
2.Waar het in cassatie om gaat
3.Het middel
Standpunt van het openbaar ministerie
NJ2021/400 m.nt. Klip, r.o. 2.3.1 heeft de Hoge Raad – onder verwijzing naar HR 26 oktober 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM9968,
NJ2010/586, r.o. 2.4 – deze drie situaties uiteengezet: [2]
NJ2023/173 m.nt. Keijzer het volgende vooropgesteld:
NJ2023/173 m.nt. Keijzer, r.o. 2.3.1-2.3.3 niet miskend. [4] Daarbij komt dat het hof uiteindelijk geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf heeft opgelegd, maar een taakstraf van tachtig uren. Ook als de bestreden overweging van het hof wordt aangemerkt als argument voor mogelijke toepassing van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, heeft de overweging in die zin feitelijk dus niet in strafverhogende zin gewerkt.