Conclusie
1.Inleiding
2.De zaak en het middel
3.De bewezenverklaring, de bewijsmiddelen en de bewijsmotivering
Feit 1
(pagina 696)de bewoner aan te houden. (…)
A: Op 5 augustus, de dag ervoor, kwam er een jongen. Hij heet [betrokkene 2] . Een zwarte jongen. Hij zei tegen mij: “Ken jij iemand waar ik een wapen kan kopen?”
(pagina 1429)Dit bericht krijgt om 15.07 uur de status 'gelezen'.
Feit 1
"Yo komt van [plaats] , daar hij is alle 4 regele, hoor ik hoelaat hij kan kome, hoop nog vandaag".Dit bericht is om 15.07 uur door [medeverdachte] gelezen. [verdachte] heeft bevestigd dat hij betrokken was bij de afspraak, dat hij dit bericht naar [medeverdachte] heeft gestuurd en dat dit zag op de afspraak en dat hij dacht dat de personen met wie de afspraak was gemaakt, de personen uit de grijze Polo en blauwe Golf, uit [plaats] kwamen. Dit hadden die personen zelf gezegd. Bovendien sluit het genoemde aantal (4) naadloos aan op de aantallen wapens waarover door [betrokkene 2] en [betrokkene 1] onderling wordt gesproken betreffende deze wapendeal.
4.Het verweer van de verdediging
5.Het beoordelingskader
De vraag of aan de bovenstaande eisen is voldaan, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vergt een beoordeling van het concrete geval. De Hoge Raad kan hierover geen algemene regels geven, maar slechts tot op zekere hoogte duidelijkheid verschaffen door het formuleren van aandachtspunten en door het beslissen van concrete gevallen, waarbij de toetsing in cassatie overigens sterk wordt gekleurd door de precieze bewijsvoering van de feitenrechter, waaronder begrepen een eventuele op het medeplegen toegesneden nadere motivering.”