Conclusie
1.Inleiding
2.Waar het in cassatie om gaat
3.Het eerste middel
Inleiding
12 dagen, samen met de dongle of de werktelefoon een mast aanstraalde bij het ‘kantoor’ of in [plaats] en dat de aan cliënt toegeschreven telefoons daar
nietbij aanwezig waren.
3. Bewijsoverwegingen
* [telefoonnummer 6]: werd gebruikt tussen 19 juni en 12 augustus 2013. Het nummer is alle dagen binnen het zendbereik van de [zendmast A] te [plaats] gebleven. Met het nummer is gebeld naar de aangevers in de zaaksdossiers 1, 3, 5 en 7. Het nummer belde op 26 juni 2013 tweemaal met * [telefoonnummer 4] , een nummer dat op de dongel stond vermeld.
Een geschrift, zijnde een brief van de [medeverdachte 1] aan het hof, d.d. 4 december 2020, Het houdt onder meer in - zakelijk weergegeven -:
Een proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 1]d.d. 2 juni 2021 afgelegd bij de raadsheer-commissaris. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - :
[medeverdachte 1]:
Een proces-verbaal van verhoor van de [medeverdachte 1] als getuige in de zaken van de medeverdachten, d.d. 14 januari 2022 afgelegd bij de raadsheer-commissaris. Dit proces-verbaal houdt onder meer in - zakelijk weergegeven - :
[medeverdachte 1]:
Aanvullende overweging
4.Het tweede middel
Redelijke termijn
NJ2023/133, r.o. 3.4 het volgende heeft vooropgesteld: [3]