3.4.2Feit 2 (deelname aan een criminele organisatie)
De rechtbank legt de volgende feiten en omstandigheden ten grondslag aan haar oordeel.
Modus operandi
Zowel door de Rabobank als door individuele rekeninghouders is aangifte gedaan van oplichting en/of phishing. De modus operandi in het onderzoek Erwt zoals die uit de aangiftes van de Rabobank naar voren komt was - kort samengevat - als volgt.
Allereerst werden (in veel gevallen) uit naam van de Rabobank e-mails naar rekeninghouders verzonden, waarin stond vermeld dat een nieuwe update van het internetbankieren moest plaatsvinden, of dat er een beveiligingsrisico was omdat misbruik van hun internetbankieren-account werd gemaakt, of dat in verband met de invoering van de IBAN-code een nieuwe update uitgevoerd moest worden. Door op een link in de e-mail te klikken, kwamen slachtoffers op een website van ogenschijnlijk de Rabobank terecht. Op deze site werd gevraagd (persoonlijke) gegevens in te vullen.
Nadat slachtoffers hun gegevens hadden ingevuld, werden zij gebeld door een beschaafd Nederlands sprekende vrouw, die zich voordeed als medewerkster van de Rabobank. In de telefoongesprekken vroeg de ‘medewerkster’ om de inlog- en signeercodes van het internetbankieren van de Rabobankrekening van de slachtoffers.
Nadat de codes waren verkregen, werd ingelogd op de Rabobankrekening van de slachtoffers en werd het saldo bekeken. Vervolgens zochten de fraudeurs op internet naar dure goederen, met name horloges en auto’s. Hierna werd door een vrouw per e-mail en/of per telefoon contact gelegd met een juwelier of een autohandelaar. De vrouw informeerde naar te koop aangeboden horloges of auto’s en kondigde aan dat geld zou worden overgemaakt voor de aanschaf van deze goederen. Ook werd vermeld dat de betaalde goederen door een familielid, werknemer of iemand anders opgehaald zouden worden.
De rekeninghouders werden vervolgens opnieuw gebeld door de vrouw die zich voordeed als ‘medewerkster van de Rabobank’ met wie zij eerder contact hadden gehad. Weer werd om de inlog- en signeercodes gevraagd. Zodra die werden verkregen, werd ingelogd op de internetrekening van de slachtoffers en werd via een (spoed)overboeking geld overgemaakt naar de reeds benaderde juwelier of autohandelaar.
Na de overboeking werd weer contact opgenomen met de leveranciers om te verifiëren of het geld ontvangen was en om afspraken te maken met betrekking tot het ophalen van de bestelde en betaalde goederen.
Uit de aangiftes van de Rabobank blijkt voorts dat de bestelde en betaalde goederen kort na de overboeking werden opgehaald. De ophalers (ook wel katvangers genoemd) legitimeerden zich bij de juweliers.
Gebleken is dat er vanaf 14 november 2014 - nadat de branchevereniging van juweliers een waarschuwing had laten uitgaan naar hun leden - nauwelijks nog gebruik gemaakt werd van juweliers als ontvangers van het onrechtmatig overgeboekte geld. De werkwijze leek te zijn aangepast: verschillende autohandelaren hadden onrechtmatig overgeboekt geld ontvangen en in het contact met de autohandelaren werden de namen van slachtoffers gebruikt, in plaats van de namen die ook als werden gebruikt voor de ‘medewerkster van de Rabobank’. Bij de autohandelaren lieten de katvangers de bestelde en betaalde auto’s op hun naam zetten. In enkele gevallen bleek geld te zijn overgemaakt voor de aanschaf van andersoortige goederen of werd het saldo direct overgeboekt naar bankrekeningen van katvangers.
Uit de aangiften van de Rabobank blijkt ook dat de rekeninghouders en leveranciers werden gebeld met telefoonnummers en telefoons die slechts voor een korte periode en voor specifieke onderdelen van de phishing activiteiten gebruikt werden. Soms werden ook katvangers aangestuurd met deze telefoons en telefoonnummers.
Omvang onderzoek Erwt
In het onderzoek Erwt zijn 38 zaaksdossiers uitgewerkt, waarvan 27 zaken aan een of meer van de zes verdachten ten laste zijn gelegd. Verder bevat het dossier een overzicht van 44 zaken die in het kader van het onderzoek Erwt niet tot een verdere uitwerking hebben geleid. Ook bevat het dossier twee gevoegde zaken die aan de verdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] ten laste zijn gelegd en waarin sprake is van een vergelijkbare modus operandi. In het onderzoek komen naast de nu vervolgde zes verdachten nog 18 katvangers voor.
Gebruikte namen en e-mailadressen
Aangevers [aangever 1] , [aangever 2] , [aangever 3] , [aangever 4] en [aangever 5] hebben verklaard dat zij werden gebeld door een vrouw die zich [betrokkene 8] noemde en zich voorstelde als medewerkster van de Rabobank.
Medewerkers van de juweliers [A] , [B] , [C] , [D] , [E] , [F] en [G] hebben verklaard dat zij werden gemaild en/of gebeld door een vrouw die zich [betrokkene 8] noemde en die interesse in een of meer horloges toonde.
Medewerkers van juweliers [H] , [I] , [J] , [K] , [L] en [M] hebben verklaard dat zij werden gemaild en/of gebeld door een vrouw die zich [betrokkene 13] noemde en die interesse in een of meer horloges toonde.
Medewerkers van de juweliers [N] en [O] hebben verklaard dat zij werden gemaild en/of gebeld door een vrouw die zich [betrokkene 11] noemde en die interesse in een of meer horloges toonde. Aangevers [aangever 6] , [aangever 7] , [aangever 8] , [aangever 9] , [aangever 10] , [aangever 11] , [aangever 12] , [aangever 13] , [aangever 14] , [aangever 15] en [aangever 16] werden gebeld door vrouw die zich [betrokkene 12] noemde en zich voorstelde als medewerkster van de Rabobank.
De politie heeft onderzoek gedaan naar de gebruikte e-mailadressen. De hotmailadressen van [betrokkene 8] , [betrokkene 13] en [betrokkene 11] werden benaderd vanaf hetzelfde IP-adres, dat was uitgegeven door UPC aan [medeverdachte 1] op haar toenmalige verblijfadres in [plaats] .
Dongel en laptop (Acer)
De e-mailadressen van [betrokkene 8] , [betrokkene 13] en [betrokkene 11] bleken verband te houden met [telefoonnummer 3] en een toestel met [IMEI-nummer 1] . Dit laatste toestel is getapt (TA03) en bleek een Huawei dongel te zijn. Uit de tapsessies bleek dat in de dongel meerdere simkaarten met telefoonnummers hebben gezeten. Ook kon de politie vaststellen dat met name zendmasten in [plaats] en [plaats] werden aangestraald. De dongel werd alleen gebruikt voor het surfen op internet: er werd gezocht naar dure horloges en auto’s. Ook werd er gezocht op de namen van enkele slachtoffers en werd regelmatig de site van de Rabobank bezocht. Via de tap heeft de politie in april 2014 kunnen vaststellen dat de dongel in een Acer laptop zat, waarvan ook het serienummer via de tap werd gezien. Net voordat de politie op 7 mei 2014 binnentrad in de woning aan de [a-straat 1] in [plaats] , waar de verdachten [betrokkene 5] , [verdachte] en [medeverdachte 1] werden aangetroffen, werd daar een laptop uit het raam gegooid. Deze laptop bleek hetzelfde serienummer te hebben als de Acer laptop waar de getapte dongel in heeft gezeten. In de woning aan de [a-straat 1] werden twee dongels aangetroffen. Een dongel had het [IMEI-nummer 1] . Op deze dongel waren stickers bevestigd met de telefoonnummers * [telefoonnummer 3] , * [telefoonnummer 4] en * [telefoonnummer 5] . Het [telefoonnummer 4] bleek op 26 juni 2013 tweemaal contact te hebben gehad met * [telefoonnummer 6] en eenmaal op 7 augustus 2013 met * [telefoonnummer 7] .
De harde schijf van de Acer laptop is onderzocht. Op de harde schijf zijn onder meer (delen van) mailberichten aan juweliers en autodealers in de zaaksdossiers 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8 (2x), 9, 10, 11, 12, 13 (2x), 14, 15, 23 en 35 aangetroffen, de naam [betrokkene 13] en ook nog kennelijke schermafbeeldingen van een notitie-app van een mobiele telefoon met daarop namen, adressen, rekeninggegevens en pasnummers, waaronder de naam [betrokkene 14] , die voorkomt in zaaksdossier 18.
Zendmastgegevens
Het adres [a-straat 1] in [plaats] (in [wijk 1] ) valt binnen het bereik van de [zendmast A] te [plaats] . Het adres [b-straat 1] in [plaats] valt binnen het bereik van de zendmasten [zendmast B] en [zendmast C] te [plaats] . Ook valt dit adres binnen het bereik van de zendmast aan de [c-straat] in [plaats] .
Telefoons en telefoonnummers
Bij de aanhouding van de verdachten [betrokkene 5] , [verdachte] en [medeverdachte 1] is de woning [a-straat 1] in [plaats] doorzocht en zijn 27 telefoons aangetroffen en in beslag genomen. Uit de aangiftes en de verklaringen van leveranciers waren ook al telefoonnummers naar voren gekomen. De politie heeft onderzoek gedaan naar de zendmastgegevens en historische verkeersgegevens van de aangetroffen telefoons en de daarin gebruikte en/of in verklaringen genoemde telefoonnummers. Op sommige nummers zijn taps gezet om gesprekken af te luisteren.
Onder meer de volgende telefoonnummers en telefoons komen in het onderzoek naar voren:
* [telefoonnummer 6]: werd gebruikt tussen 19 juni en 12 augustus 2013. Het nummer is alle dagen binnen het zendbereik van de [zendmast A] te [plaats] gebleven. Met het nummer is gebeld naar de aangevers in de zaaksdossiers 1, 3, 5 en 7. Het nummer belde op 26 juni 2013 tweemaal met * [telefoonnummer 4] , een nummer dat op de dongel stond vermeld.
* [telefoonnummer 7]: werd gebruikt van 27 juli 2013 tot en met 12 augustus 2013. Het nummer is alle dagen binnen het zendbereik van de [zendmast A] te [plaats] gebleven. Met het nummer is gebeld naar juweliers in de zaaksdossiers 1, 2, 4, 5, 6 en 7.
* [telefoonnummer 8]: werd gebruikt van 13 augustus 2013 tot en met 23 augustus 2014. Het nummer is alle dagen binnen het zendbereik van de [zendmast A] te [plaats] gebleven. Met het nummer is gebeld naar de aangevers in de zaaksdossiers 2, 6, 7 en 8 en naar een juwelier in zaaksdossier 2.
* [telefoonnummer 9]: werd gebruikt in 2013. Met het nummer is gebeld naar juweliers in de zaaksdossiers 4, 8, 9 en 11 en naar de aangever in zaaksdossier 9.
* [telefoonnummer 10]: is in gebruik geweest vanaf 8 oktober 2013 tot en met 30 oktober 2013. Op het nummer heeft een tap (TA02) gelopen. De stem van de gebruikster is herkend als die van [medeverdachte 1] . Het nummer is alle dagen binnen het zendbereik van de [zendmast A] te [plaats] gebleven. Met het nummer is gebeld met juweliers in de zaaksdossiers 12 en 14 en in enkele overige oplichtingszaken die in het proces-verbaal van onderzoek Erwt niet zijn uitgewerkt.
* [telefoonnummer 11]: Het nummer werd gebruikt van 17 december 2013 tot en met 10 januari 2014. Het nummer werd gebruikt in een blauwe Nokia telefoon met [IMEI-nummer 2] , die werd aangetroffen bij de doorzoeking op de [a-straat 1] . Het nummer is alle dagen, m.u.v. 23 december 2013, binnen het zendbereik van de [zendmast A] te [plaats] gebleven. Met het nummer is gebeld met de autohandelaar in zaaksdossier 18.
* [telefoonnummer 12]: Het nummer werd gebruikt van 17 december 2013 tot en met 10 januari 2014. Het nummer werd gebruikt in een blauwe Nokia telefoon met [IMEI-nummer 2] , die werd aangetroffen bij de doorzoeking op de [a-straat 1] . Het nummer is alle dagen binnen het zendbereik van de [zendmast A] te [plaats] gebleven. Met het nummer is op 7 januari 2014 tweemaal gebeld naar de aangever in zaaksdossier 12 en op 20 december 2013 met [aangever 17] (feit 4 voor [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] ).
* [telefoonnummer 13]: Het nummer werd gebruikt van 5 tot en met 27 februari 2014. Uit de datagegevens op de getapte Huawei dongel (TA03) bleek dat dit nummer werd opgegeven als contacttelefoonnummer voor de aankoop van horloges, soms met de naam [naam 1] . Het nummer is afgeluisterd (TA04) en werd gebruikt in een wit-zilverkleurige Samsung telefoon met [IMEI-nummer 3] , die werd aangetroffen bij de doorzoeking op de [a-straat 1] . Met het nummer is meermalen contact geweest met [telefoonnummer 14] , dat toebehoorde aan [medeverdachte 2] . In tapgesprekken op 27 februari 2014 wordt door [medeverdachte 2] gesproken met een Nederlands sprekende vrouw en met een Engelstalige man die hij [betrokkene 3] noemt. Het toestel straalde zendmasten aan [zendmast A] te [plaats] en [zendmast B] en [zendmast C] te [plaats] aan en is binnen de tapperiode binnen het bereik van de [zendmast A] te [plaats] gebleven. Met het nummer is gebeld met aangevers en/of leveranciers in zaaksdossiers 16, 17, 18, 19, 20, 21 en 26.
* [telefoonnummer 15]: Het nummer is gebruikt tussen 27 februari 2014 en 12 maart 2014. Het nummer werd gebruikt in een zwarte Samsung telefoon met [IMEI-nummer 4] , die werd aangetroffen bij de doorzoeking op de [a-straat 1] . Het nummer is alle dagen, m.u.v. 27 februari 2014, binnen het zendbereik van de [zendmast A] te [plaats] gebleven. Met het nummer zijn aangevers in de zaaksdossiers 20, 21, 22, 23 en 26 en autohandelaren in de zaaksdossiers 20, 21, 22 en 23 gebeld.
* [telefoonnummer 16]: werd gebruikt tussen 13 en 19 maart 2014. Het nummer werd gebruikt in een zwarte Samsung telefoon met [IMEI-nummer 5] , die werd aangetroffen bij de doorzoeking op de [a-straat 1] . Het toestel straalde zendmasten aan [zendmast A] te [plaats] en [zendmast B] en [zendmast C] te [plaats] aan. Met het nummer is driemaal contact geweest met [telefoonnummer 14] , dat toebehoorde aan [medeverdachte 2] . Met het nummer zijn aangevers in de zaaksdossiers 23, 24, 26 en 28 en autohandelaren in de zaaksdossiers 24 en 25 gebeld.
* [telefoonnummer 17]: werd gebruikt tussen 13 maart en 8 april 2014. dit nummer werd gebruikt in een telefoon van een onbekend merk met [IMEI-nummer 6] , die werd aangetroffen bij de doorzoeking op de [a-straat] . Het toestel straalde zendmasten aan [zendmast A] te [plaats] en [zendmast B] en [zendmast C] te [plaats] aan. Met het nummer is de aangever in zaaksdossier 26 gebeld.
* [telefoonnummer 18]: werd gebruikt tussen 20 en 25 maart 2014. Het nummer werd gebruikt in een Samsung telefoon met [IMEI-nummer 7] , die werd aangetroffen bij de doorzoeking op de [a-straat 1] . Ook [telefoonnummer 19] heeft in het toestel gezeten. Het toestel straalde zendmasten aan [zendmast A] te [plaats] en [zendmast C] te [plaats] aan. Met het nummer zijn de aangevers in zaaksdossiers 26 en 28 gebeld en de autohandelaar in zaaksdossier 25.
* [telefoonnummer 20]: is gebruikt van 25 maart tot en met 3 april 2014. Dit nummer werd genoemd door de aangeefster in zaaksdossier 26. De historische verkeersgegevens zijn opgevraagd en onderzocht. Het toestel waar de simkaart met dit nummer in zat, straalde onder meer zendmasten [zendmast B] en [zendmast C] te [plaats] aan. Het nummer heeft contact gehad met [telefoonnummer 21] dat toebehoorde aan [medeverdachte 2] . Met het nummer is gebeld met aangevers in de zaaksdossiers 26, 28 en 37 en met autohandelaren in de zaaksdossier 26 en 27.
* [telefoonnummer 22]: Het nummer werd gebruikt van 2 tot en met 11 april 2014. Dit nummer werd gebruikt in een Nokia 105 telefoon met [IMEI-nummer 8] , die werd aangetroffen bij de doorzoeking op de [a-straat 1] . Het toestel straalde de zendmasten [zendmast B] en [zendmast C] te [plaats] aan. Met het nummer werden aangevers in zaaksdossiers 21, 22, 23, 26, 29 en 36 gebeld.
* [telefoonnummer 23]: werd gebruikt van 14 april tot en met 1 mei 2014. Dit nummer kwam naar voren in afgeluisterde gesprekken die gevoerd werden met een telefoonnummer van [medeverdachte 2] en werd vervolgens zelf getapt (TA09). Het nummer werd gebruikt in een Samsung E1200 telefoon met [IMEI-nummer 9] , die werd aangetroffen bij de doorzoeking op de [a-straat 1] . Het toestel straalde onder meer de zendmasten [zendmast B] en [zendmast C] te [plaats] aan. Er zijn gesprekken afgeluisterd die een vrouw voerde met medeverdachten, waaronder [medeverdachte 2] , en ook met rekeninghouders van de Rabobank en met leveranciers. De stem van de gebruikster is herkend als die van [medeverdachte 1] . Met het nummer werden aangevers in zaaksdossiers 30 en 34 en de autohandelaar in zaaksdossier 30 gebeld.
* [telefoonnummer 24]: werd gebruikt van 17 tot en met 28 april 2014. Dit nummer kwam naar voren in afgeluisterde gesprekken die gevoerd werden met een telefoonnummer van [medeverdachte 2] en werd vervolgens zelf getapt (TA12). Het nummer werd gebruikt in een Samsung E1200 telefoon met [IMEI-nummer 9] , die werd aangetroffen bij de doorzoeking op de [a-straat 1] . Het toestel straalde onder meer de zendmasten [zendmast B] en [zendmast C] te [plaats] aan. Met het nummer is gebeld naar de aangevers in zaaksdossiers 31 en 32.
* [telefoonnummer 25]: is gebruikt van 29 april tot en met 7 mei 2014. Dit nummer werd gebruikt in een zwarte Samsung GT-E1180 telefoon met [IMEI-nummer 10] , die werd aangetroffen bij de doorzoeking op de [a-straat 1] . Op zowel de telefoon als de simkaart stonden sms-berichten die verband hielden met de zaaksdossiers 25, 33, 34, 35. Met het nummer zijn aangevers in de zaaksdossiers 32, 33, 34 en 37 en een autohandelaar in zaaksdossier 34 gebeld.
* [telefoonnummer 2]Tijdens de doorzoeking is een blauwe Samsung GT-E1200 aangetroffen met daarin een simkaart met het [telefoonnummer 2] . Op de simkaart staan sms-berichten die verband houden met enkele niet tenlastegelegde (‘overige’) oplichtingszaken in het onderzoek Erwt. De politie heeft dit nummer afgeluisterd van 6 tot 19 mei 2014 (TA11). Het nummer had contact met het [telefoonnummer 26] van [medeverdachte 2] .
Gehanteerde terminologie
In de afgeluisterde gesprekken worden personen geregeld ‘Chop’ of ‘Chopper’ genoemd. Deze termen zouden afkomstig zijn uit een Nigeriaans liedje ‘Chop your dollar’. Het liedje gaat over de ’419-scam’, waarmee gerefereerd wordt aan artikel 419 van het Nigeriaanse Wetboek van Strafrecht, dat het leegplukken van andermans rekening strafbaar stelt.
Zo komt de term Chopper voor in de volgende gesprekken:
Gesprek tussen NN man * [telefoonnummer 27] en [medeverdachte 2] op 16 april 2014:
[medeverdachte 2] : Hey? ..goed je te horen ik probeer iedereen te bereiken maar iedereen heeft zijn telefoon uit.
NN man * [telefoonnummer 27] : Serieus??
[medeverdachte 2] : Ja! [verdachte] (fon). ik.uh hij vertelde me dat hij mij zou bellen maar ik wacht nog steeds. vanaf 1 uur al..
NN man* [telefoonnummer 27] : hhmmm,...
[medeverdachte 2] : Ja!, .. wat ben je aan het doen?!
NN man* [telefoonnummer 27] : hmm .. niet al te veel .. morgen! ben je klaar voor morgen?!
[medeverdachte 2] : Jazeker maar uh ik heb het [verdachte] (fon) al gezegd dat ik euh niet meer met die andere man werk. [betrokkene 15] .. (fon) weet Je? je moet de kosten voorschieten (cover the expenses)
NN man * [telefoonnummer 27] : (onderbreekt [medeverdachte 2] ) Maak niet uit?! Ik wil niet weten met wie je werkt. als je iets hebt... regel het zelf! .. ja?! Maar laat het op z'n minst aan [betrokkene 16] (fon) weten ja?!
(19:22:48)
[medeverdachte 2] : Ja? Ik heb mensen klaar staan ... Ik heb mensen klaar staan?! Heb je iets klaar staan?. (wordt onderbroken door NN man * [telefoonnummer 27] )
NN man * [telefoonnummer 27] : morgen, .. morgen hebben wie niemand om te werken dus als je niet serieus bent of geld nodig hebt (broke in the money).. dan .. hoeven we niet met jou te werken morgen?
Gesprek tussen NN man * [telefoonnummer 27] (1) en NN man * [telefoonnummer 28] (2) op 6 mei 2014:
2: Hallo.
1: Ja. Chopper (...).
2: Ja.
1: Hé, die gasten uit Duitsland hebben mij zojuist gebeld om te zeggen dat zij al in de stad zijn, dus ik weet niet wat ik hen zeggen moet: hoe laat kan die andere komen zodat zij dat kunnen komen ophalen?
2: Eh, voor werk?
1: Hoe laat, die afspraak voor dinsdag; hoe laat weet jij zeker dat zij het kunnen komen ophalen, die jongens zijn nu al in de buurt. Ik heb jou gisteren gezegd dat zij vandaag hier zouden zijn, toch?
Ook de termen ‘soldaat’ en ‘kantoor’ worden gebruikt:
Gesprek tussen NN man * [telefoonnummer 27] en [medeverdachte 2] op 14 april 2014:
[medeverdachte 2] : ja ‘good’ ... he waar, waar zijn jullie? op het kantoor?!
NN man(1) * [telefoonnummer 27] : Nee nee, we zijn ver van het kantoor ...
[medeverdachte 2] : Okay okay.
NN man(1) * [telefoonnummer 27] : Maar we zijn druk we zijn druk.
[medeverdachte 2] : Omdat ik euh .. een soldaat net heb bereikt.
NN man(1) * [telefoonnummer 27] : Wacht even wacht even ...
NN man(2) * [telefoonnummer 27] : Hallo?! ( vermoedelijk andere stem)
[medeverdachte 2] : Ja ‘ [betrokkene 17] ’ (Fon)
NN man(2) * [telefoonnummer 27] : Je .. je hebt al iemand gevonden of niet?!
[medeverdachte 2] : Nee voor morgenochtend?!
NN man(2) * [telefoonnummer 27] : Morgenochtend man!? Is laat?!
[medeverdachte 2] Ja, euh .. ik heb ik heb haar net ontmoet en ik was net ook boos op haar want zij vertelde mij op vrijdag dat wij op maandag wat kunnen doen maar zij heeft ook drie kinderen,.. ze kan niet zomaar weggaan.
NN man(2) * [telefoonnummer 27] : Maar euh.. als ik kan .laat mij kijken of ik iemand kan regelen want misschien kan jij die persoon dan gebruiken?
[medeverdachte 2] : Euh nog een keer?
NN man(2) * [telefoonnummer 27] : Laten we vandaag iets doen ... Laat mij kijken of ik iemand snel regelen.. dan heb je een persoon en dan kun je wat doen.
Gesprek tussen NN man 1 * [telefoonnummer 26] en NN man 2 * [telefoonnummer 27] op 22 april 2014:
2: heb je mijn sms ontvangen?
1: Ja, maar [betrokkene 18] , mijn soldaat, zij kan vandaag niet, man.
2: Maar je hebt de sms al?
1: Ja, ik heb het adres al.
2: Oké, dus je hebt het nu.
1: Ja, luister, gisteren zei je dat je iemand hebt om vandaag met mij mee te gaan, toch?
2: Wacht even, hoe zit het nou? Je zei toch dat je over een halfuur wegging?
1: Ja, ik ga al maar heb je iemand om met mij mee.
Tablet Samsung Galaxy
Bij de doorzoeking op de [a-straat 1] is een tablet Samsung Galaxy aangetroffen en inbeslaggenomen. De data op de tablet en de simkaart in het toestel zijn uitgelezen en onderzocht. Uit de data van de tablet blijkt er met de tablet op veel websites van autobedrijven en/f motorbedrijven gekeken is. Ook zijn de sites van de Rabobank, de ABN-AMRO bank en de SNS bank bezocht. Tevens zijn met de tablet websites van autohandelaren bezocht die voorkomen in de zaaksdossiers 30, 33 en 34.
Schrijfblok
Bij de doorzoeking op de [a-straat 1] werd een schrijfblok aangetroffen en inbeslaggenomen. Op dit schrijfblok stonden aantekeningen met namen, adressen, telefoonnummers, horloge- en automerken en prijzen die voorkomen in de zaaksdossiers 7, 8, 15, 18, 25, 26, 29, 30, 31, 32, 34, 35, 36 en 37.
Verklaringen [medeverdachte 2]
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de verklaring van [medeverdachte 2] , afgelegd bij de politie, moet worden uitgesloten van het bewijs, omdat deze onbetrouwbaar zou zijn. Daartoe heeft de raadsman aangevoerd dat [medeverdachte 2] aantoonbaar zou hebben gelogen over aantallen auto’s die hij heeft doorverkocht en over de manier waarop hij andere katvangers heeft leren kennen.
De rechtbank constateert dat [medeverdachte 2] sinds zijn eerste verhoor in 2015 - weliswaar na confrontatie met voor hem belastend bewijsmateriaal - op hoofdlijnen consequent heeft verklaard over zijn eigen rol en de rol van [verdachte] bij de feiten waarvan [medeverdachte 2] wordt verdacht. [medeverdachte 2] heeft - in aanwezigheid van de raadsman van [verdachte] - tijdens zijn verhoor als getuige bij de rechter-commissaris op 31 januari 2018 en - desgevraagd door de raadsman van [verdachte] - als getuige tijdens de inhoudelijke behandeling op 8 april 2019 verklaard dat hij blijft bij de verklaring die hij heeft afgelegd bij de politie. Deze verklaring vindt bovendien steun in (ander) objectief bewijsmateriaal, zoals in de ping gesprekken op de Blackberry telefoon van [medeverdachte 1] en in de aanwezigheid van [verdachte] in de woning aan de [a-straat 1] op 7 mei 2014. Ook het gegeven dat [medeverdachte 2] geregeld de naam ‘ [verdachte] ’ noemde in de gesprekken die door de politie zijn afgeluisterd, ondersteunt naar het oordeel van de rechtbank de betrouwbaarheid van diens verklaring. Bovendien heeft [medeverdachte 2] ook zichzelf belast in zijn verklaring, hetgeen naar het oordeel van de rechtbank bijdraagt aan de betrouwbaarheid daarvan. De rechtbank gaat dan ook voorbij aan het verweer van de raadsman en zal de verklaring van [medeverdachte 2] voor het bewijs gebruiken.
[medeverdachte 2] heeft tijdens zijn verhoor op 2 juni 2015 onder meer het volgende verklaard. Hij was medio 2013 in café [P] in [wijk 2] in contact gekomen met [betrokkene 6] , een Afrikaanse jongen van ongeveer 35 jaar oud. [betrokkene 6] noemde zich aan de telefoon ook “ [betrokkene 17] ” en zo noemden anderen hem ook. [medeverdachte 2] kon wat geld verdienen door voor [betrokkene 6] / [betrokkene 17] auto’s op zijn naam te zetten en deze auto’s dan bij [betrokkene 6] / [betrokkene 17] af te leveren. Later vroeg [medeverdachte 2] op verzoek van [betrokkene 6] / [betrokkene 17] ook aan anderen om auto’s op hun naam te zetten. Hij stond in contact met [betrokkene 6] via de kroeg of via de telefoon. [betrokkene 6] had altijd andere telefoonnummers.
[medeverdachte 2] had ook contact met [betrokkene 18] of [betrokkene 3] . Hij kreeg van [verdachte] of [betrokkene 3] te horen naar welk adres hij moest gaan en zij namen het geld aan van auto’s die hij had weggebracht.
[medeverdachte 2] had ook contact met een Nederlandse vrouw, ongeveer 30 jaar oud. Hij kende deze vrouw als [bijnaam medeverdachte 1] . Zij regelde alles, hij hoefde alleen maar naar de garage te gaan en dan was alles geregeld. Hij heeft haar nooit het geld van de auto gegeven.
[medeverdachte 2] kwam ook op “kantoor”. Dit was het café en ook een flat in [wijk 1] op de […] etage. Als hij daar kwam, waren daar meestal [bijnaam medeverdachte 1] , [betrokkene 3] en [verdachte] . [medeverdachte 2] heeft verklaard dat de telefoonnummers * [telefoonnummer 14] en * [telefoonnummer 26] van hem kunnen zijn.
[medeverdachte 2] heeft [bijnaam medeverdachte 1] herkend op een politiefoto van [verdachte] , [betrokkene 6] oftewel [betrokkene 17] oftewel [verdachte] op een politiefoto van [verdachte] en [betrokkene 3] op een politiefoto van [betrokkene 5] .
Ter terechtzitting op 9 april 2019 heeft [medeverdachte 2] verklaard dat zijn bijnaam ‘ [bijnaam medeverdachte 2] ’ is.
Telefoons en telefoonnummers in gebruik bij [medeverdachte 1]
* [telefoonnummer 29]: Tijdens de doorzoeking op de [a-straat 1] is een zwarte BlackBerry Curve 8520 aangetroffen met [IMEI-nummer 11] en met daarin een simkaart met telefoonnummer * [telefoonnummer 29] . Het telefoonnummer straalde voornamelijk een zendmast aan in [plaats] , binnen welk bereik het verblijfadres van [medeverdachte 1] viel. Op de telefoon zijn foto’s aangetroffen die verband houden met [medeverdachte 1] . Bij de contacten stonden onder meer vermeld: [betrokkene 18] met telefoonnummers * [telefoonnummer 30] en * [telefoonnummer 31] en [betrokkene 17] met * [telefoonnummer 32] . Met deze nummers is telefooncontact geweest in maart en april 2014. Ook is contact geweest met het [telefoonnummer 2] . [medeverdachte 1] heeft verklaard dat zij dit Blackberry toestel gebruikte om te bellen.
* [telefoonnummer 33]: Tijdens de doorzoeking is ook een zwart/witte BlackBerry 9900 Bold aangetroffen met [telefoonnummer 33] , [IMEI-nummer 12] en [ping nummer 1] . Voor het ping nummer was een useraccount aangemaakt met de naam ‘ [bijnaam medeverdachte 1] ’. Het telefoonnummer straalde voornamelijk zendmasten aan in [plaats] , binnen welk bereik het verblijfadres van [medeverdachte 1] viel. Op de telefoon zijn foto’s aangetroffen die verband houden met [medeverdachte 1] . Sommige van deze foto’s zijn opgeslagen als “ [bijnaam medeverdachte 1] ”.
Ook zijn foto’s op de telefoon aangetroffen die gerelateerd kunnen worden aan verschillende zaaksdossiers en schermafbeeldingen van notities waarin geldbedragen worden verdeeld, o.a. met “ [betrokkene 19] ” en “ [betrokkene 17] ”. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat zij deze telefoon gebruikte om te pingen met [verdachte] , met wie zij redelijk goed bevriend was. Met deze [verdachte] doelt zij op [verdachte] , die samen met haar in de woning aan de [a-straat] werd aangehouden.
* [telefoonnummer 34]: [medeverdachte 1] heeft verder verklaard dat het [telefoonnummer 34] aan haar toebehoort. Dit nummer is getapt met taplijn TA14. In tapsessie 67 geeft de gebruiker volgens de politie de naam “ [bijnaam medeverdachte 1] ” op.
Vergelijkend spraakonderzoek [medeverdachte 1]
Het Nederlands Forensisch Instituut (hierna: NFI) heeft een vergelijkend spraakonderzoek uitgevoerd. De stem die gebruikmaakt van [telefoonnummer 34] (waarvan [medeverdachte 1] heeft verklaard dat het haar telefoonnummer is) is onder meer vergeleken met de stem die gebruikmaakt van telefoonnummers * [telefoonnummer 10] (op 21 en 30 oktober 2013) en * [telefoonnummer 23] (op 15 en 16 april 2014). Het NFI constateert dat de bevindingen van het onderzoek t.a.v. formele gesprekken ‘zeer veel waarschijnlijker’ zijn als - kort gezegd - de gesprekken gevoerd zijn door [medeverdachte 1] , dan wanneer zij door iemand anders gevoerd zijn. Voor de informele gesprekken acht het NFI dit ‘veel waarschijnlijker’.
Tussenconclusie t.a.v. telefoons en telefoonnummers
Gelet op het vorenstaande staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat [medeverdachte 1] de vaste gebruiker was van bovengenoemde BlackBerry telefoons met nummers * [telefoonnummer 29] en * [telefoonnummer 33] en van de telefoon met [telefoonnummer 34] en dat zij gebruik heeft gemaakt van de telefoonnummers * [telefoonnummer 10] (op 21 en 30 oktober 2013) en * [telefoonnummer 23] (op 15 en 16 april 2014).
Vingerafdrukken op de Acer laptop
Op de Acer laptop zijn vingerafdrukken aangetroffen van [medeverdachte 1] .
Vingerafdrukken op het schrijfblok
Op het schrijfblok is een vingerafdruk aangetroffen van [medeverdachte 1] .
Vergelijkend handschriftonderzoek
Het NFI heeft een vergelijkend handschriftonderzoek uitgevoerd. Het NFI heeft daarin geconstateerd dat de bevindingen van het onderzoek ‘veel waarschijnlijker’ zijn als het handschrift door [medeverdachte 1] is geproduceerd dan wanneer dat door een willekeurig andere persoon is geproduceerd.
Telefoon en telefoonnummer in gebruik bij [verdachte] :
BlackBerry Q10 met [telefoonnummer 1]: Tijdens de doorzoeking in de woning aan de [a-straat 1] is een BlackBerry Q10 aangetroffen met daarin een simkaart met [telefoonnummer 1] en [ping nummer 2] . Het [telefoonnummer 1] straalde tussen 1 juni 2013 en 8 mei 2014 ‘s nachts en in het weekend voornamelijk twee zendmasten binnen het bereik van de [a-straat 1] aan.
Uit onderzoek is voorts gebleken dat tussen [ping nummer 2] en [ping nummer 1] , toebehorend aan [medeverdachte 1] , is gepingd, waarbij de gebruiker van * [ping nummer 2] “ [betrokkene 17] ” of “ [verdachte] ” werd genoemd en de ping naam [naam 2] $ had. Deze [naam 2] $ sprak de andere gebruiker aan met [bijnaam medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] heeft verklaard dat zij deze telefoon gebruikte om te pingen met “ [verdachte] ”. Met deze [verdachte] doelt zij op verdachte [verdachte] , die samen met haar in de woning aan de [a-straat] werd aangehouden.
Het [telefoonnummer 1] heeft op 6 mei 2014 de [zendmast B] te [plaats] aangestraald, in het bereik van [b-straat 1] . Het [telefoonnummer 27] dat aan verdachte [betrokkene 5] wordt toegeschreven (zie hieronder) straalde eveneens masten aan in het bereik van de [b-straat] . [telefoonnummer 27] werd op dat moment afgeluisterd (TA10). In het gesprek werd door [betrokkene 5] gezegd dat “ [naam 2] ” bij hem was.
Tussenconclusie t.a.v. telefoons en telefoonnummers
Gelet op het vorenstaande staat - anders dan door de raadsman is betoogd - naar het oordeel van de rechtbank vast dat [verdachte] de vaste gebruiker was van bovengenoemde BlackBerry telefoon met [telefoonnummer 1] .
Verjaardag [verdachte]
Het [telefoonnummer 26] van verdachte [medeverdachte 2] is afgeluisterd (TA08). Op 16 april 2014 feliciteerde [medeverdachte 2] iemand die gebruikmaakte van [telefoonnummer 23] en die zich “ [betrokkene 17] ” noemde alsnog met zijn verjaardag. [verdachte] is jarig op [geboortedatum] .
Vingerafdrukken op het schrijfblok
Op de achterzijde van de tweede pagina van het schrijfblok is een vingerafdruk van [verdachte] aangetroffen. Het NFI heeft nader onderzoek uitgevoerd. Het NFI heeft geconstateerd dat de bevindingen van het onderzoek “extreem veel waarschijnlijker” zijn als het spoor afkomstig is van [verdachte] dan wanneer het afkomstig is van een willekeurig ander persoon.
Telefoons [betrokkene 5]
* [telefoonnummer 27]: dit nummer werd gebruikt in een witte Samsung telefoon met [IMEI-nummer 13] die werd aangetroffen bij de doorzoeking op de [a-straat 1] . Van 1 juli 2013 tot en met 6 mei 2014 was het nummer gekoppeld aan IMEI-nummer *2610. Het nummer is van 6 tot en met 19 mei 2014 getapt (TA10). Uit deze tap is gebleken dat het nummer veelvuldig contact had met [telefoonnummer 26] dat in gebruik was bij [medeverdachte 2] . Overdag straalde het nummer hoofdzakelijk de zendmasten [zendmast A] te [plaats] en [zendmast B] en [zendmast C] te [plaats] aan. ‘s Nachts straalde het nummer [zendmast D] te [plaats] aan. Het verblijfsadres van [betrokkene 5] valt binnen het bereik van deze zendmast. In de afgeluisterde gesprekken werd de gebruiker van het nummer ‘ [betrokkene 3] ’ genoemd. Op 16 april 2014 belde [medeverdachte 2] met dit nummeren noemde de gebruiker van het nummer ‘ [betrokkene 19] ’. Hij verontschuldigde zich daarna meerdere malen omdat hij de naam [betrokkene 19] openlijk over de telefoon had genoemd.
Op de simkaart van het nummer stonden berichten over (grote) geldbedragen, garages, gesloten rekeningen, telefoonnummers en [b-straat 2] . Ook werd een sms-bericht aangetroffen met de naam van de leverancier in zaaksdossier 31.
Op 2 juni 2015 werd de verdachte [medeverdachte 2] gehoord. [medeverdachte 2] werd tijdens het verhoor geconfronteerd met een telefoongesprek tussen zichzelf met [telefoonnummer 26] en de gebruiker van * [telefoonnummer 35] , door hem aangesproken als ‘ [betrokkene 18] ’. Op de vraag van verbalisanten wie ‘ [betrokkene 18] ’ was, verklaarde [medeverdachte 2] : “Dat is iemand anders uit de groep. [betrokkene 18] of [betrokkene 3] ”. Even later werd door verbalisanten aan de verdachte [medeverdachte 2] de politiefoto van [betrokkene 5] getoond. Hierop verklaarde [medeverdachte 2] : “Dat is [betrokkene 3] ”.
* [telefoonnummer 31]: dit nummer werd gebruikt in een zwart/grijze Samsung telefoon met [IMEI-nummer 15] die werd aangetroffen bij de doorzoeking op de [a-straat 1] . Het nummer straalde ‘s nachts zendmasten aan binnen het bereik van het toenmalige verblijfsadres van [betrokkene 5] . Het nummer stond bovendien opgeslagen in de telefoon van [betrokkene 20] , de ex-vriendin van [betrokkene 5] . Voorts os gebleken dat het nummer contact heeft gehad met het [telefoonnummer 29] , behorend bij een zwarte BlackBerry Curve 8520. Dit toestel werd gebruikt door verdachte [medeverdachte 1] . Het nummer heeft verder contact gehad met [telefoonnummer 2] (afgeluisterd op taplijn TA11). * [telefoonnummer 24] (afgeluisterd op taplijn TA12) en * [telefoonnummer 14] (afgeluisterd op taplijn TA05).
[betrokkene 5] heeft in zijn verhoor op 8 mei 2014 verklaard dat hij een Samsung telefoon had met een nummer eindigend op * [telefoonnummer 41] .
* [telefoonnummer 37]: dit nummer werd gebruikt in een zwarte iPhone met [IMEI-nummer 16] die werd aangetroffen bij de doorzoeking op de [a-straat 1] . Uit de historische verkeersgegevens is gebleken dat het toestel is gebruikt van 24 januari 2014 tot en met 7 mei 2014 en dat met het telefoonnummer zeer waarschijnlijk geen gesprekken zijn gevoerd, maar dat het vrijwel uitsluitend werd gebruikt voor dataverkeer. Het nummer straalde ‘s nachts twee zendmasten aan binnen het bereik van het toenmalige verblijfsadres van [betrokkene 5] .
In de data van de zwarte iPhone zijn veel foto’s van [betrokkene 5] aangetroffen en ook van het zoontje van [betrokkene 20] . Verder stond er een schermafdruk in de telefoon met de naam van de aangever en de begunstigde in zaaksdossier 37 en een foto van een briefje met de naam van de leverancier in zaaksdossier 16. Ook stonden op deze telefoon twee bestanden met aantekeningen en met lijsten van klantgegevens van de SNS-bank en van de Rabobank. Ten slotte stonden op de telefoon cookies van de Rabobank. Een van de cookies hield verband met de overboeking in zaaksdossier 37.
Tussenconclusie t.a.v. telefoons en telefoonnummers
Gelet op het vorenstaande staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat [betrokkene 5] de vaste gebruiker was van bovengenoemde Samsung telefoons met nummers * [telefoonnummer 27] en * [telefoonnummer 31] en van de zwarte iPhone met [telefoonnummer 37] .
Zwarte administratiemap
Bij de doorzoeking op de [a-straat 1] werd een zwarte map met administratie aangetroffen en inbeslaggenomen. Deze map bevatte allereerst verschillende stukken, zoals pasfoto’s, een vreemdelingendocument en brieven van Nederlandse overheidsinstanties gericht aan [betrokkene 5] . Naast deze stukken werden ook andere documenten aangetroffen, zoals papieren met gebruikersnamen en wachtwoorden van bankrekeningen en aantekeningen betreffende naam en adresgegevens, inclusief bankrekeninggegevens, waarvan soortgelijke gegevens zijn aangetroffen op beide inbeslaggenomen iPhones. Ook bevatte de map een stuk tekst dat begint met “attentie klant” en waarin gevraagd wordt om een formulier te downloaden en rekeninggegevens in te vullen en terug te sturen.
De rechtbank betrekt verder nog bij haar oordeel de redengevende feiten en omstandigheden zoals die zijn vervat in zaaksdossier 26 en feit 3 van de tenlastelegging van [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] , welke feiten niet afzonderlijk op de tenlastelegging van de verdachte staan.
Zaaksdossier 26
Aangifte [aangever 18] . [aangever 18] heeft op 31 maart 2014 aangifte gedaan van oplichting. Zij heeft verklaard dat ze op 26 maart 2014 in de middag werd gebeld door een vrouw die vertelde dat ze van de Rabobank was en dat het internetbankieren doorgelicht moest worden tegen fraudegevoeligheid. De vrouw sprak accentloos Nederlands en “had een klein beetje een hoge stem”. Op haar verzoek heeft ze haar betaalpas in de random reader gestoken en de inlogcode doorgegeven. De volgende dag, 27 maart 2014, omstreeks 14.00 uur werd ze opnieuw gebeld door dezelfde vrouw. Ook toen heeft aangeefster meegewerkt en de gevraagde codes doorgegeven en de door de vrouw opgenoemde codes ingetoetst. Ook heeft ze de I- en S-toetsten ingedrukt. Op 31 maart 2014 zag aangeefster dat er een bedrag van € 49.950.- was overgeboekt naar autobedrijf [Q] .
Aangifte Rabobank
Op 26 november 2014 heeft de Rabobank aangifte gedaan van (onder meer) frauduleuze overboekingen van € 49.950,- en € 8.900,- op 27 maart 2014.
[getuige] (autobedrijf [Q] )
[getuige] , eigenaar van het autobedrijf [Q] in [plaats] , heeft verklaard dat hij op 27 maart 2014 omstreeks 12:45 uur werd gebeld door het [telefoonnummer 20] . Hij kreeg een vrouw aan de lijn die [betrokkene 21] heette. Zij wilde graag de Range Rover met [kenteken 1] kopen. Haar chauffeur zou de auto komen bekijken. Omstreeks 15:00 uur kwamen een man en een vrouw de zaak binnen om de auto namens [betrokkene 21] te bekijken. Hierna heeft getuige opnieuw conctact gehad met [betrokkene 21] . [betrokkene 21] vertelde hem dat ze het afgesproken bedrag van € 49.950.- over zou maken naar de rekening van het autobedrijf [Q] . Hij zag korte tijd later dat dit ook gebeurd was. Omdat [betrokkene 21] niet aanwezig was, mocht het voertuig op naam van de aanwezige vrouw gezet worden, te weten [betrokkene 22] .
Historische verkeersgegevens [telefoonnummer 20]
Uit de historische verkeersgegevens van de telefoon met het [telefoonnummer 20] is gebleken op 27 maart 2014 tweemaal is gebeld naar het telefoonnummer van [aangever 18] en dat eveneens op 27 maart 2014 viermaal naar het telefoonnummer van autobedrijf [Q] . is gebeld. De bij dit [telefoonnummer 20] horende telefoon straalde alle dagen dat het nummer is gebruikt de zendmasten aan van de basisstations [e-straat 1] te [plaats] . [d-straat 1] te [plaats] en [c-straat] te [plaats] .
Daarnaast is gebleken dat op 27 maart 2014, voorafgaand aan het ophalen van de Range Rover bij autobedrijf [getuige] , meerdere keren contact is geweest tussen het [telefoonnummer 20] en het [telefoonnummer 21] , die in gebruik was bij [medeverdachte 2] .
Uit de vergelijking tussen het tijdstip van de overboeking, zoals die blijkt uit de aangifte van de Rabobank, en de historische gegevens van [telefoonnummer 20] is gebleken dat de overboeking plaatsvond terwijl [aangever 18] door het betreffende nummer werd gebeld:
Overboeking Rabobank Historische gegevens * [telefoonnummer 20] met [telefoonnummer 38]
Datum Tijd Datum Tijd Duur gesprek in sec
27-03-2014 14:15 27-03-2014 14:03 876
Telefoons en telefoongegevens
[telefoonnummer 13]
Uit de historische verkeersgegevens van het [telefoonnummer 13] is gebleken dat tussen 5 en 26 februari 2014 31keer is gebeld naar het telefoonnummer van [aangever 18] . De duur van de gesprekken ligt tussen de 3 en 9 seconden. De bij het [telefoonnummer 13] horende telefoon straalde alle dagen dat het nummer is gebruikt de zendmast aan van in totaal drie basisstations, te weten: [e-straat 1] te [plaats] , [d-straat 1] te [plaats] en [f-straat 1] te [plaats] .
[telefoonnummer 15]
Uit de historische verkeersgegevens van het [telefoonnummer 15] is gebleken dat tussen 5 maart en 12 maart 2014 22 keer is gebeld naar de [aangever 18] . De contacten betroffen steeds een aantal seconden. De bij het [telefoonnummer 15] horende telefoon straalde alle dagen dat het nummer is gebruikt de zendmast aan van basisstation [f-straat 1] te [plaats] .
[telefoonnummer 16]
Uit de historische gegevens van het [telefoonnummer 16] is gebleken dat tussen 14 en 19 maart 2014 zes keer contact is opgenomen met het telefoonnummer van [aangever 18] . De bij het nummer eindigend op - [telefoonnummer 16] horende telefoon straalde op 13, 14, 17 en 19 maart 2014 de zendmast aan van basisstation [f-straat 1] te [plaats] en de resterende tijd de zendmast van de basisstations [e-straat 1] te [plaats] en [d-straat 1] te [plaats] .
[telefoonnummer 17]
Uit de historische gegevens van het [telefoonnummer 17] blijkt dat er één maal op 28 maart 2014 met het telefoonnummer is gebeld naar het telefoonnummer van [aangever 18] . Het contact vond plaats om 08:40 uur en heeft 85 seconden geduurd. De bij het nummer eindigend op - [telefoonnummer 17] horende telefoon straalde op 14 maart 2014 en in de periode van 21 maart 2014 tot en met 8 april 2014 vrijwel dagelijks de zendmast aan van basisstation [f-straat 1] te [plaats] . Daarnaast straalde de telefoon in de periode tussen 21 maart 2014 en 8 april 2014 de zendmast aan van de basisstations in [plaats] .
Schrijfblok
In het schrijfblok dat is aangetroffen in de woning aan de [a-straat 1] te [plaats] , stond onder meer de tekst: “ [telefoonnummer 39] ” geschreven.
Acer laptop
Uit onderzoek aan de aangetroffen Acer laptop en de tap op het [IMEI-nummer 17] (TA03, de dongel) is gebleken dat op 27 maart 2014 omstreeks 15:51 uur op de site van autobedrijf [Q] is gekeken naar een Land Rover Evoque met [kenteken 1] .
Uitdraai RDW
Uit een uittreksel van de RDW blijkt dat voornoemde Range Rover met het [kenteken 1] voor drie dagen op naam van [betrokkene 22] heeft gestaan. Op 31 maart 2014 is de auto overgeschreven op naam van [betrokkene 23] en diezelfde dag nog overgeschreven op naam van [R] B.V.
Verklaring [medeverdachte 2]
heeft verklaard dat hij met zijn ex-vriendin genaamd [betrokkene 22] in opdracht van [verdachte] naar garagebedrijf [getuige] is gereden om daar een Range Rover op te halen. Hij heeft aan [betrokkene 22] gevraagd om de auto op haar naam te zetten. Hij heeft de Range Rover vervolgens (door)verkocht aan [betrokkene 23] . Het geld dat hij daarvoor heeft ontvangen, heeft hij aan [verdachte] gegeven. Hij heeft een bedrag van € 100,- ontvangen voor het ophalen en verkopen van de auto en [betrokkene 22] een bedrag van € 250,- vanwege het op haar naam laten zetten van de auto.
Feit 3 van de tenlastelegging van [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1]
Aangifte [aangever 19] c.q. [S]
Op 2 december 2013 heeft [aangever 19] namens zijn vader [aangever 20] en namens [S] aangifte gedaan van computercriminaliteit. Op 29 november 2013 is van de Rabobank rekening van de cafetaria een bedrag van € 42.950 afgeschreven door [T] met Rabobank [rekeningnummer 1] , met omschrijving BMW X6, [kenteken 2] . Op 21 november 2013 werd de opa van aangever gebeld door een [betrokkene 24] die zich voordeed als iemand van de Rabobank. Zij belde in verband met de verandering van de omschrijving van de Sepa incasso. De opa van aangever heeft toen het bankrekeningnummer van de cafetaria doorgegeven. Op 29 november 2013 werd de opa van aangever weer gebeld door [betrokkene 24] , met de mededeling dat de beveiliging van de Sepa de vorige keer niet goed gelukt was. Aangever nam de telefoon over en [betrokkene 24] vertelde dat zij twee uur lang niet mochten internetbankieren. Diezelfde dag nog werd aangever gebeld door de afdeling Fraudedienst van de Rabobank. Die vertelde dat er een groot bedrag van de rekening was afgeschreven. Aangever heeft toen gebeld met [T] . Die vertelde dat er net een BMW X6 met [kenteken 2] was verkocht voor € 42.950 en dat hij ook was gebeld door de fraude afdeling van de Rabobank.
Aangifte [aangever 21] c.q. [T]
Op 25 november 2015 heeft [aangever 21] , mede namens zijn bedrijf [T] , ook aangifte gedaan van oplichting. Op vrijdag 29 november 2013 had hij een BW X6 met kenteken [kenteken 2] verkocht voor een bedrag van € 42.950. In opdracht van [betrokkene 25] uit [plaats] was de [medeverdachte 2] , die zich voorstelde als de chauffeur van [betrokkene 25] , in de show room verschenen voor een bezichtiging. In het bijzijn van [aangever 21] belde [medeverdachte 2] [betrokkene 25] en werd besloten tot de koop van de BMW X6. [aangever 21] heeft daarna nog met [betrokkene 25] gesproken over de betaling en overschrijving van de BMW. Het bedrag van € 42.950 werd overgemaakt van [rekeningnummer 2] , die op naam stond van [S] . [aangever 21] heeft bij [betrokkene 25] gecontroleerd of dit correct was. Er stond een juiste omschrijving bij, namelijk BMW X6 [kenteken 2] . De BMW is via de RDW op naam gezet van [medeverdachte 2] en de koopovereenkomst is namens/in opdracht van [betrokkene 25] door [medeverdachte 2] ondertekend. Nadat de koop was gesloten en [medeverdachte 2] met de BMW was vertrokken, werd [aangever 21] gebeld door het fraudeteam van de Rabobank. Ook werd [aangever 21] dezelfde dag gebeld door [aangever 19] . Die vertelde dat de inloggegevens van zijn vader/grootvader onze valse voorwendselen waren verstrekt aan een onbekend persoon en dat € 42.950 was gebruikt voor de aanschaf van een auto vanuit het bedrijf van [aangever 21] .
Bevindingen
De dienst informatie heeft gezocht op de naam [betrokkene 25] , in combinatie met het in de koopovereenkomst van de BMW X vermelde adres [g-straat 1] te [plaats] . Uit dit onderzoek is geen bestaand persoon bekend geworden. Het in de koopovereenkomst vermelde [telefoonnummer 40] is niet te herleiden naar een fysiek persoon. Datzelfde geldt voor het e-mailadres dat vermeld wordt in de koopovereenkomst: [e-mailadres] . De naam [betrokkene 11] komt ook niet voor in de gemeentelijke bassiadministratie of de systemen van de politie. Dit alles doet de politie vermoeden dat de opgegeven [betrokkene 25] een valse identiteit is.
Verklaring [medeverdachte 2]
Toen [medeverdachte 2] door de politie werd gevraagd wat hij kon verklaren over een BMW type X6, verklaarde hij dat hij wist waar het over ging. Een jongen die hij lang kent, had hem gevraagd om een auto op te halen en op zijn naam te zetten. [medeverdachte 2] zou daar ongeveer € 300 of € 400 voor krijgen. [medeverdachte 2] is destijds via via in contact gekomen met die jongen; een Afrikaanse jongen genaamd [verdachte] . [medeverdachte 2] kende deze jongen ook als Chopper. De opdracht was simpel: hij moest de auto ophalen en bij de jongen brengen. De auto zou dezelfde dag nog van zijn naam gehaald worden. Het was in januari of december van 2013. Hij weet niet meer waar het was of namens wie hij de auto op moest halen. Hij kreeg de auto wel mee en deze heeft toen een aantal dagen op zijn naam gestaan. Hij heeft nooit geld gekregen om contant te betalen. Er is tussen de € 40.000 en € 50.000 betaald voor de auto.
Conclusie ten aanzien van feit 2
Algemeen
Een criminele organisatie als bedoeld in artikel 140 Sr is een samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en structuur, tussen ten minste twee personen. Niet is vereist dat daarbij komt vast te staan dat men samenwerkt met althans bekend is met alle andere personen die deel uitmaken van de organisatie of dat de samenstelling van het samenwerkingsverband steeds dezelfde is. Aanwijzingen voor het bestaan van een dergelijk samenwerkingsverband kunnen bijvoorbeeld zijn gemeenschappelijke regels, een bepaalde gezamenlijke werkwijze, het voeren van overleg, gezamenlijke besluitvorming, een taakverdeling en een bepaalde hiërarchie. De organisatie dient het plegen van misdrijven tot oogmerk te hebben, hetgeen betekent dat het plegen van misdrijven het naaste doel van de organisatie is. Voor het bewijs van het oogmerk kan betekenis toekomen aan het meer duurzame of gestructureerde karakter van de samenwerking. Dat kan blijken uit de onderlinge verdeling van werkzaamheden of onderlinge afstemming van activiteiten van deelnemers binnen de organisatie met het oog op het bereiken van het gemeenschappelijke doel van de organisatie. Ook kan het oogmerk blijken uit de planmatigheid of stelselmatigheid van de met het oog op dit doel verrichte activiteiten van deelnemers binnen de organisatie.
Er is sprake van deelnemen aan een organisatie als bedoeld in artikel 140 Sr, indien de verdachte behoort tot de organisatie en een aandeel heeft in, dan wel ondersteunt, gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het in dat artikel bedoelde oogmerk, te weten: het plegen van misdrijven. De verdachte dient in dat verband in zijn algemeenheid te weten dat de organisatie tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven. Niet is vereist dat de deelnemer enige vorm van opzet heeft gehad op de door de organisatie beoogde concrete misdrijven, aan enig concreet misdrijf heeft deelgenomen of van enig concreet misdrijf wetenschap heeft gehad.
Ten aanzien van de onderhavige zaak
Uit de bewijsmiddelen die hiervoor zijn besproken blijkt dat in 2013 en 2014 op grote schaal geld is ‘gephisht’ van rekeningen bij de Rabobank. Dit geld werd vervolgens witgewassen door dure goederen te kopen. Phishing en witwassen vergen een planmatige en gestructureerde aanpak, intensieve samenwerking en duidelijke afstemming tussen de daarbij betrokken personen. In de onderhavige zaak was daarvan zonder meer sprake. Klanten van de Rabobank kregen (in de meeste gevallen) eerst een valse e-mail waarin hen werd gevraagd op een link te klikken en/of persoonsgegevens achter te laten. Ze werden kort daarna telefonisch benaderd door een vrouw die zich voordeed als medewerkster van de Rabobank die met hen enkele stappen wilde doorlopen in verband met - in de meeste gevallen - een update van het beveiligingssysteem. Mensen verstrekten nietsvermoedend inloggegevens en codes, waarmee door anderen betalingen konden worden verricht. Terwijl de mensen nog aan de telefoon zaten met de ‘medewerkster van de Rabobank’, werden al bedragen van hun rekening overgemaakt naar rekeningen van derden, waarop vrijwel direct op diverse plekken verspreid over Nederland dure horloges of auto’s werden gekocht. Uit het dossier blijkt dat verschillende auto’s kort na de aankoop met het ‘gephishte’ geld werden doorverkocht voor een opvallend lagere koopsom.
De reeds aangehaalde bewijsmiddelen leveren naar het oordeel van de rechtbank in onderling verband en samenhang beschouwd het wettig en overtuigend bewijs dat een samenwerkingsverband actief is geweest dat tot doel had op frauduleuze wijze het geld van de bankrekeningen te halen en dit zo snel mogelijk buiten het bereik van de rekeninghouder en de bank te brengen; ‘Choppen’ in de terminologie van de verdachten.
Dat het om een grootschalig, planmatig en gestructureerd samenwerkingsverband ging, blijkt uit de beschreven modus operandi, uit het aanzienlijke aantal zaken en verdachten dat in het onderzoek Erwt naar voren is gekomen, uit de hierna te bespreken rolverdeling tussen de verschillende verdachten en uit de wijze waarop zij hun werkzaamheden uitvoerden. De informatie op basis waarvan de rekeninghouders benaderd werden, was systematisch geordend. De telefoonnummers waarmee de verdachten de rekeninghouders, leveranciers en katvangers belden, werden slechts gedurende enkele weken gebruikt. Er werd bijgehouden wanneer een rekeninghouder of leverancier moest worden teruggebeld en of sprake was van specifieke aandachtspunten. Als duidelijk was hoeveel geld er precies op een rekening stond, werd gezocht naar goederen voor dat specifieke bedrag. Vervolgens werd ervoor gezorgd dat de katvangers al in de buurt van de juwelier of autodealer waren, zodat zij onmiddellijk na de frauduleuze overboeking de horloges of auto’s konden afhalen. Het bedrijfsmatige, gestructureerde, karakter van het samenwerkingsverband blijkt ook uit de tapgesprekken. De verdachten gingen naar ‘kantoor’, bespraken hun werk en vrije tijd, en gebruikten specifieke benamingen voor specifieke medewerkers: ‘choppers’ haalden de rekeningen leeg en ‘soldaten’ haalden de goederen op.
Rolverdeling [betrokkene 5] , [verdachte] en [medeverdachte 1]
Hoewel het onderzoek niet alle schakels in het samenwerkingsverband heeft kunnen blootleggen (zo is niet duidelijk geworden wie het brein achter de organisatie was en waar de initiële contactgegevens van de rekeninghouders van de Rabobank vandaan kwamen) is naar het oordeel van de rechtbank wel komen vast te staan dat [betrokkene 5] , [verdachte] en [medeverdachte 1] over een langere periode hebben deelgenomen aan dit samenwerkingsverband en daarin elk hun eigen rol en taak hadden, die cruciaal was voor het welslagen van de door de organisatie beoogde misdrijven.
Zo was [betrokkene 5] degene die zich (onder meer) bezighield met het selecteren en verkrijgen van vertrouwelijke informatie van rekeninghouders en het verspreiden van e-mailberichten die van een bank afkomstig leken. Op de bij [betrokkene 5] aangetroffen zwarte iPhone zijn bestanden aangetroffen met daarop de bankrekeninggegevens (rekeningnummers, telefoonnummer, geboortedata en pasnummer) van een groot aantal gedupeerden in de onderhavige zaak. Deze informatie bleek onmisbaar te zijn voor het plegen van de oplichtingen.
[verdachte] hield zich bezig met het uitzoeken van aan te schaffen goederen en was daarnaast degene die ervoor zorgde dat potentiële katvangers werden gevonden, geronseld en geïnstrueerd. Ook zorgde hij voor de snelle doorverkoop van de aangeschafte goederen en nam hij de opbrengst in ontvangst van de katvangers.
[medeverdachte 1] ten slotte was degene die de rekeninghouders van de Rabobank benaderde en hen de informatie wist te ontfutselen waarmee de organisatie toegang verkreeg tot de rekening. Daarnaast onderhield zij contact met de juweliers en autodealers en stuurde zij de katvangers aan die op pad werden gestuurd om de horloges, auto’s en motoren op te halen.
Naar het oordeel van de rechtbank hebben [betrokkene 5] , [verdachte] en [medeverdachte 1] alle drie een substantieel aandeel gehad in de criminele organisatie en de verwezenlijking van het oogmerk van die organisatie. Zoals hiervoor is overwogen en uit de bewijsmiddelen blijkt, was sprake van een handelwijze die een planmatige aanpak, intensieve samenwerking en duidelijke afstemming tussen de daarbij betrokken personen vergde. De rechtbank acht dan ook bewezen dat [betrokkene 5] , [medeverdachte 1] en [verdachte] hebben deelgenomen aan een samenwerkingsverband dat tot doel had om misdrijven te plegen.
Voor wat betreft de pleegperiode van [verdachte] sluit de rechtbank aan bij de verklaring van [medeverdachte 2] , die heeft verklaard dat hij een halfjaar met [verdachte] heeft “gewerkt”. De rechtbank acht dan ook bewezen dat [verdachte] gedurende de ten laste gelegde periode aan de criminele organisatie heeft deelgenomen.”