Conclusie
1.Inleiding
2.Het middel
benvan [B] en jij moet 80.000 euro betalen' en 'jij moet betalen' en 'als je naar de politie gaat is het probleem nog niet opgelost' en dichtbij die [benadeelde] te staan en te zeggen: 'je gaat betalen anders heb je een groot probleem', en
Strafblad
binnen het rijk in Europa[mijn cursivering, D.P.] aan eenig strafbaar feit schuldig maakt”. [5] Het ging destijds dus om verschillende rechtsstelsels met eigen strafbepalingen, zodat niet voor de hand ligt dat de recidiveregeling van art. 421-423 (oud) Sr ook gold in een situatie waar de eerdere veroordeling zag op in Curaçao gepleegde en berechte strafbare feiten.
zelfstandig landbinnen het Koninkrijk der Nederlanden. [9] Art. 43a Sr hield een veralgemenisering van de recidiveregeling van art. 421-423 (oud) Sr in. [10] Aanleiding van deze wetswijziging was de motie Nicolaï, Van Oven en Van de Camp, [11] waarin tot uitdrukking werd gebracht “dat bij het bepalen van de strafhoogte nadrukkelijker rekening moet worden gehouden met de recidive” en aan de regering werd verzocht “een voorstel te doen om recidive als algemene strafverzwaringsgrond op te nemen in het Wetboek van Strafrecht, waarbij aan de rechter een motiveringsplicht wordt opgelegd”. Ik zie in de wettekst noch de wetsgeschiedenis van art. 43a Sr – mede gezien hetgeen ik in het vorige randnummer uiteen het gezet – aanknopingspunten voor de stelling dat deze veralgemenisering naast betrekking op veroordelingen van een Nederlandse rechter ook betrekking heeft op veroordelingen van soortgelijke misdrijven door een strafrechter in Curaçao.