ECLI:NL:PHR:2026:13

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
6 januari 2026
Publicatiedatum
12 december 2025
Zaaknummer
24/03905
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Jeugdzaak over mishandeling tijdens amateurvoetbalwedstrijd met bewijsproblemen en alternatieve scenario's

In deze jeugdzaak is de verdachte, geboren in 2005, veroordeeld voor mishandeling tijdens een voetbalwedstrijd op 5 november 2022. De zaak is in cassatie gebracht na een eerdere veroordeling door het gerechtshof Den Haag, waar de verdachte een voorwaardelijke taakstraf en een schadevergoedingsmaatregel opgelegd kreeg. De verdachte zou een speler van de tegenpartij, [benadeelde], twee keer tegen het hoofd hebben geslagen, wat leidde tot letsel. In cassatie zijn er klachten over de bewijsvoering, waarbij de verdediging aanvoert dat de belastende verklaringen onbetrouwbaar zijn en dat er onderling overleg is geweest tussen getuigen. De conclusie van de Procureur-Generaal is dat het middel faalt en dat de redelijke termijn in de cassatiefase mogelijk is overschreden, maar dat dit geen rechtsgevolgen heeft voor de opgelegde straf. De Hoge Raad zal de zaak verwerpen, waarbij de verdachte mogelijk wordt vrijgesproken van de tenlastegelegde mishandeling, gezien de verwarrende situatie en de inconsistenties in de getuigenverklaringen.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer24/03905 J
Zitting6 januari 2026
CONCLUSIE
P.H.P.H.M.C. van Kempen
In de zaak
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2005,
hierna: de verdachte

1.Inleiding

1.1
De verdachte is bij arrest van 10 oktober 2024 door het gerechtshof Den Haag (parketnr. 22-001466-23) wegens “mishandeling” veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen jeugddetentie, met een proeftijd van 1 jaar. Ook heeft het hof de vordering van de benadeelde partij (bestaande uit een bedrag van € 318,57 aan materiële schade en € 500,- aan immateriële schade) toegewezen en voor het toegewezen bedrag van € 818,57 een schadevergoedingsmaatregel opgelegd, waarbij de duur van de gijzeling op 0 dagen is gesteld.
1.2
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo, beiden advocaat in Rotterdam, hebben één middel van cassatie voorgesteld.

2.Waar het in cassatie om gaat

2.1
De verdachte in deze jeugdzaak is veroordeeld voor het tijdens een voetbalwedstrijd mishandelen van een speler uit het team van de tegenpartij door hem twee keer tegen het hoofd te slaan waardoor deze speler letsel heeft opgelopen. Het middel klaagt dat door het hof niet is gereageerd op een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt en ook bevat het middel de klacht dat het hof een door het hof als alternatief scenario aangeduid verweer onjuist althans op onbegrijpelijke wijze heeft verworpen.
2.2
Deze conclusie strekt tot verwerping van het middel.

3.Het middel

3.1
Het middel bevat enerzijds de klacht dat het hof heeft verzuimd in het bijzonder de redenen op te geven waarom het is afgeweken van het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt dat de belastende verklaringen onbetrouwbaar zijn omdat zij tot stand zijn gekomen na onderling overleg en (ook) over een ander incident dan het ten laste gelegde verklaren, en komt anderzijds op tegen de verwerping door het hof van een door het hof als alternatief scenario aangeduid verweer.
3.2
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:
“hij op 5 november 2022 te Rotterdam [benadeelde] heeft mishandeld door die [benadeelde] meermalen op/tegen het hoofd te slaan.”
3.3
Deze bewezenverklaring berust op de volgende bewijsmiddelen:
“1.
Een proces-verbaal van aangifte van de politie Rotterdam met nr. PL1700-2022361085-2. Dit proces-verbaal houdt onder meer in – zakelijk weergegeven – (blz. 5 e.v.):
als de op 17 november 2022 afgelegde verklaring van [benadeelde] :
Ik voetbal bij [vereniging 1] . Op zaterdag 5 november 2022 hadden wij een voetbalwedstrijd tegen [vereniging 2] . De wedstrijd vond plaats in Rotterdam.
Wij stonden met 2-0 voor toen er een penalty tegen ons werd gegeven. [vereniging 2] scoorde en het stond 2-1.
Onze keeper hield volgens sommige spelers van [vereniging 2] de bal te lang in zijn bezit. Ik zag toen dat de keeper van [vereniging 2] vanuit zijn positie richting onze doelman vloog, waarop een speler van [vereniging 1] er tussen sprong.
Ik zag toen dat deze speler door de keeper van [vereniging 2] bij zijn nek gegrepen werd. Er stonden andere spelers van [vereniging 2] bij en ik zag dat deze spelers om zich heen begonnen te slaan.
Ik hoorde dat onze trainer ons naar de kleedkamer stuurde, omdat het uit de hand begon te lopen. Om naar de kleedkamer te lopen, moesten wij over het veld, langs de groep die ruzie aan het maken was. In het voorbij lopen riep ik naar andere spelers van mijn team om rustig te doen en ook weg te gaan, mee naar de kleedkamer.
Ik kwam niet verder dan waar ons strafschopgebied zich bevindt, toen ik zag dat een van de spelers van [vereniging 2] mij van achteren voorbij liep, zich omdraaide en mij direct met gebalde vuist twee klappen in mijn gezicht gaf. Ik had helemaal geen aanleiding gegeven om mij te slaan. Ik zag de speler wegrennen en zag dat het de speler van [vereniging 2] was met rugnummer [01] .
Toen ik in de spiegel in de wc keek, zag ik dat mijn lip was opengespleten en dat ik een bloedneus had. Ik voelde dat ik duizelig was en ik had hoofdpijn en pijn aan mijn neus.
Ik wist niet hoe de speler heette die mij geslagen had, maar ik had wel zijn rugnummer gezien. Ik heb toen van een van mijn trainers de spelerslijst toegestuurd gekregen en toen zag ik dat de speler met rugnummer [01] [verdachte] heette. Ik ben hem toen op social media gaan opzoeken en ik herkende hem direct op een van de foto's die bij zijn profiel van Facebook stonden.
2.
Een geschrift, zijnde verslag van de wedstrijd van 5 november 2022 tussen [vereniging 2] tegen [vereniging 1] , ingezonden door voetbalvereniging [vereniging 1] aan de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond. Het verslag houdt onder meer in – zakelijk weergegeven–:
als de verklaring van [getuige 1] d.d. 7 november 2022 (blz. 21):
Na de gescoorde penalty ontstond er een grote duw- en trekpartij tussen beide ploegen. Ik stond er een paar meter vandaan naar te kijken, toen hun spits (rugnummer [01] !) naast mij kwam staan. Hij zei niks en wachtte een paar seconden voor hij ineens richting de groep sprintte, [benadeelde] uit de groep trok en hem 2 snelle klappen op zijn gezicht gaf met zijn vuisten. Daarna sprintte hij gelijk weer weg, waarop een paar jongens van ons achter hem aan rende. Ik ging naar [benadeelde] en toen zag ik dat zijn mond vrij hevig bloedde;
en
als de verklaring van [getuige 2] namens het bestuur d.d.7 november 2022 (blz. 22):
[benadeelde] kreeg uit het niets 2 vuistslagen van nummer [01] van [vereniging 2] . [benadeelde] is gehecht aan zijn gescheurde lip.
3.
Het proces-verbaal van de raadsheer-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in dit hof, van 21 februari 2024. Dit proces-verbaal houdt onder meer in –zakelijk weergegeven–:
als de op 21 februari 2024 tegenover deze raadsheer-commissaris afgelegde verklaring van [getuige 1] :
De voetbalwedstrijd was op 5 november 2022. U vraagt naar de duw- en trekpartij tussen beide ploegen en waar dat op het veld was. In ons strafschopgebied. Ik stond in het boogje van de bovenkant van het strafschopgebied. Ik stond als speler op het veld op dit moment.
U vraagt op hoe veel afstand de groep stond. Ongeveer 3 meter.
U vraagt wat er na het duwen en trekken gebeurde.
Ik zie dat de speler met rugnummer [01] achter mij vandaan komt, uit mijn rug, het slachtoffer twee slagen geeft en weer wegrent. Ik heb het rugnummer zeker zelf gezien.
De verdachte trok het slachtoffer aan zijn schouder om hem om te draaien. Het slachtoffer stond met zijn rug naar de verdachte toe. Na het draaien kwam hij met zijn gezicht naar de verdachte toe. Hij heeft twee klappen gekregen. Ik heb gezien dat de klappen op zijn gezicht terecht kwamen, rond zijn mond.
3.
De verklaring van de verdachte.
De verdachte heeft ter terechtzitting in eerste aanleg van 8 mei 2023 verklaard –zakelijk weergegeven–:
Ik was op 5 november 2022 voetbal aan het spelen.
De keeper was gefrustreerd.
Een teamgenoot van mij ging de bal pakken. Ze gingen duwen en trekken.
Ik maakte een beweging.
U vraagt mij of ik spits was die dag. Ja.
U vraagt mij of het kan het kloppen dat ik met rugnummer [01] speelde. Ja dat kan kloppen.”
3.4
Het bestreden arrest houdt verder de volgende bewijsoverweging in:
“De verdachte heeft aangevoerd dat hij zich uit een nekklem moest los worstelen en uit de escalatie is gegaan, waarbij hij de aangever zou hebben geraakt.
Deze alternatieve lezing van de verdachte vindt naar het oordeel van het hof geen steun in de bewijsmiddelen. De verdachte is de enige die dit verklaart.”
3.5
Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 26 september 2024 heeft de raadsman van de verdachte het woord gevoerd overeenkomstig zijn in hoger beroep aan het hof overgelegde en in het dossier gevoegde pleitnotities. Deze pleitnotities houden het volgende in: [1]

17 november 2022 wordt aangifte gedaan door [benadeelde] .
Hij verklaart over de schermutseling ( “Dit alles gebeurde toen ik onderweg was naar de kleedkamer”) en dat zijn trainer vertelde dat ze zouden gaan stoppen met de wedstrijd. Om naar de kleedkamer te lopen moest hij over het veld langs de groep die aan het ruziemaken was. Op basis van zijn verklaring kan worden afgeleid dat hij niet de groep met duwen, trekken en slaan aanwezig was.
Hij verklaart: “ik kwam niet verder dan ons strafschopgebied zich bevindt, toen ik zag dat een van de spelers [vereniging 2] mij van achter voorbij liep zich omdraaide en mij direct met gebalde vuisten twee klappen in mijn gezicht. Ik had helemaal geen aanleiding gegeven mij te slaan ik zag een speler wegrennen en zag dat het een speler van [vereniging 2] was met nummer [01] .”
Hij overhandigt diverse getuigenverklaringen van personen die gezien hebben dat hij zonder aanleiding zou zijn geslagen. Ook heeft hij de spelerslijst van de andere club bekeken om te zien wie nummer [01] droeg.
Op 17 december 2022 wordt de aangever aanvullen telefonisch gehoord. Hij antwoordt op de vraag hoe hij weet wie nummer [01] als shirt had. “Nadat ik was geslagen zag ik een speler met rugnummer [01] weggelopen. Mijn teamgenoten zagen dat de spelen met rugnummer [01] mij geslagen had”.
Hieruit kan worden afgeleid dat er voorafgaand aan de aangifte onderling contact is geweest tussen de spelers van [vereniging 1] over het voorval.
Het dossier bevat inderdaad een groot aantal verklaringen die zijn verzonden naar de KNVB. Deze verklaringen zijn allen gedateerd 7 november 2022.
[getuige 3] ( blz 11 )
“Wij (een paar uit ons team ) wouden ze uit elkaar halen, maar toen kwam het nummer [01] en sloeg hij voor mijn neus 2 keer achter elkaar met vuisten links en rechts onze speler waarvan zijn lip gehecht moest worden daardoor. Ik liep iets naar achter en zag er nog wel een paar slaan vanaf achter.”
[getuige 4] ( blz. [01] )
ik zag dat [betrokkene 1] werd beetgepakt en toen dat er iemand sloeg naar [benadeelde] . Die werd hard geslagen en ik zag meteen veel bloed. Ik probeerde de ruzie te sussen en om een medespelers bij te staan liep ik naar hem toe. Ik werd weggeduwd door de tegenpartij waarbij mijn bovenlip werd geraakt en daarna ben ik weggelopen."
[getuige 5] (blz.15 )
“ [benadeelde] van ons team wilde de boel sussen en kwam tussen [betrokkene 2] en de spelers van [vereniging 2] waarna ze zich ook op [benadeelde] richtten en hem sloegen.
[getuige 6] ( blz.17 )
“Hierop reageerde ik als bescherming voor mijn keeper dat is spelers weg moesten gaan terug naar een positie en vroeg ik mezelf af wat hij precies kwamen doen. Toen reageerde keeper van de tegenpartij op door mij vastpakken bij mijn keel ik duwde hem van mij af. Hierna kwam er een opeenvolging van spelers die elkaar begonnen te duwen. Wat ik verder hiernaar waargenomen is een medespeler die langs mijn kan rennen met bloed rond zijn mond achter hem kwam een tegenstander aanlopen die naar de grond aan het kijken was en rond zich heen aan het slaan was ook heb ik waargenomen dat er iemand van de tegenpartij geprobeerd heeft onze keeper te schoppen en slaan.”
[getuige 7] (blz. 19)
“Toen was de chaos compleet dat wat ik heb gezien is dat mijn teamgenoot gaat werd geslagen op zijn lippen door nummer [01] van de tegenpartij, een ander teamgenoot is bij zijn keel gegrepen en onze keeper is geschopt in de buurt van schouder/hoofd dit kon ik niet goed zien van een afstand.”
[getuige 1] ( blz.21)
“Ik stond er paar meter gedaan naar te kijken en wilde me er niet te veel mee bemoeien, toen hun spits (rugnummer [01] !) naast mij kwam staan. Hij zei niks en wacht een paar seconden voor een eens richting de groep sprintte [benadeelde] uit de groep trok en twee snelle klappen op zijn gezicht gaf met zijn vuisten. Daarna sprint hij gelijke weg waarop een paarjongens van ons achter hem aanrende.”
Ook de bestuursleden van [vereniging 1] hebben onder formulier een gezamenlijke verklaring afgelegd.
“De keeper van [vereniging 2] werd weggehouden door onze aanvoerder om verdere escalatie te voorkomen, waarop de keeper van [vereniging 2] onze aanvoerder bij de keel pakte. Toen dit gebeurde proberden enkele spelers van [vereniging 1] hun uit elkaar te halen. Vervolgens stortten vier spelers van [vereniging 2] zich op de spelers om in het wilde weg te slaan en 1 van onze spelers, [benadeelde] kreeg uit niets twee vuistslagen van nummer [01] van [vereniging 2] ....
Dit was echter niet het enige wat er gebeurde, ook nummer [02] van [vereniging 2] heeft onze keeper [betrokkene 2] met een kickbokstrap tegen zijn hoofd getrapt en ook wederom nummer [01] van [vereniging 2] was dan onze keeper op zoek en heeft hem ook nog een vuistslag tegen zijn lippen gegeven waardoor onze keeper een dikke lippen had. Er speelde ook nog een tweeling bij dans waar je en die hebben zich ook behoorlijk misdragen, ze proberen om spelers van achter een vuist aan te geven en daardoor om enkele spelers geraakt hebben. Nadat het totaal geëscaleerd was, zijn wij ( [getuige 2] , [getuige 7] en [getuige 3] ) en ook de trainer van [vereniging 2] er tussen gesprongen en hebben we de boel uit elkaar gehaald. Vervolgens zijn zij naar de kleedkamer gegaan.”
Op 14 december 2022 is bestuurslid [getuige 3] telefonisch als getuige gehoord maar heeft geen aanvulling gegeven op het KNVB rapport wat bij de stukken is gevoegd.
Op 14 december 2022 is een van de spelers, [getuige 1] telefonisch als getuige gehoord.
Na de inleiding de volgende vraag stelt:
“V: in jouw rapportformulier naar de KNVB verklaarde jij dat jij zag dat er een schermutseling ontstond tussen de spelers van beide teams waarna de speler met rugnummer [01] van de tegenpartij [benadeelde] uit de groep trok en twee vuistslagen in het gezicht gaf. Vervolgens zag jij dat de mond van [benadeelde] vrij hevig bloedde. Klopt dit?
A: Ja, dat klopt”
Niet kan worden gezegd dat politie zelf ter opsporing heeft verricht naar hetgeen zich op 5 november 2022 op het veld heeft afgespeeld.
Naast aangifte bestaat het dossier voornamelijk uit verklaringen die zijn gerapporteerd naar de KNVB. Het zijn geschriften, de bewijskracht is beperkt. Ze zijn ook zeer moeilijk te toetsen omdat spelers vanzelfsprekend contact met elkaar hebben gehad over het incident en de verklaringen zijn opgemaakt op 7 november 2022.
Duidelijk is dat er een duwen trek partij is geweest waarbij is geslagen.
De aangever verklaart dat hij op aanwijzen van zijn trainer naar de kleedkamer wilde gaan omdat ze zouden stoppen met de wedstrijd. Hij verklaart dat hij tijdens het weggelopen vanuit het strafschopgebied plotseling van achteren werd ingehaald en werd geslagen. Hij zegt in de aanvullende verklaring dat hij van zijn teamgenoten heeft dat gehoord dat nummer [01] heeft geslagen.
Verschillende teamgenoten noemen inderdaad nummer [01] maar ze noemen allemaal een andere situatie. ( de aangever waswelsteeds onderdeel van de duw- en trekpartij, waarbij is geslagen ) Ook de bestuursleden verklaren dat. De aangever verklaart dat hij niet heeft deelgenomen hij liep naar de kleedkamer op aanwijzen van de trainer.
De kennelijk meest belangrijke getuige is door de politie gehoord, [getuige 1] . Hij verklaart alleen over een heel ander soort situatie dan de aangever. Volgens deze getuige is de aangever uit de groep getrokken waardoor hij twee snelle klappen gezicht heeft gekregen door nummer [01] .
Deze lezing niet overeen met die van de aangever.
De bestuursleden verklaren dat ze van het veld zijn gegaan nadat er al verschillende personen, inclusief de aangever zijn geslagen.
Dit komt ook niet overeen met de verklaring van aangever.
Het is ongetwijfeld een zeer verwarrende situatie geweest, alles naar aanleiding van een penalty genomen door nummer [01] . Hij was dus al het middelpunt Nummer [01] . [verdachte] verklaart dat hij ongewild in de schermutseling is beland ( hij had de penalty genomen en zijn aanwezigheid in het strafschopgebied was logisch ) Hij heeft gereageerd nadat hij van achteren bij de keel is gepakt. Hij heeft hierbij onopzettelijk iemand geraakt in de schermutseling. ( Dat kan aangever zijn geweest die toch aanwezig was in de duw- en trekpartij)
Dat is betreurenswaardig maar levert geen bewijs op voor de tenlastegelegde mishandeling.
Het opsporingsonderzoek is feitelijk grotendeels door de bestuursleden van [vereniging 1] verricht. Er onderling contact geweest tussen de spelers. Het is zeker in de kleedkamer besproken. Dat heeft invloed op de verklaringen afgelegd 2 dagen later op 7 november 2022.
Uit de aanwezige bewijsmiddelen sluiten de lezing van [verdachte] niet uit.
Zijn versie past in de verwarrende situatie die wordt beschreven.
[verdachte] moet worden vrijgesproken.”
In het kader van het hoger beroep zijn 6 getuigen gehoord.
Duidelijk is geworden hoe de zogenaamde KNVB verklaringen tot stand zijn gekomen.
Deze zijn op de maandag na de wedstrijd van 5 november 2024 opgemaakt.
Ze waren bestemd voor de KNVB en bedoeld om het staken van de wedstrijd te verklaren.
Deze stukken zijn later door aangever, [benadeelde] opgevraagd en bij de aangifte gevoegd.
Het is sowieso al lastig om een vechtpartij met meerdere personen te reconstrueren. Er is vaak onderling contact geweest voorafgaand aan de verklaring ( zoals ook in deze zaak ), en in dit geval zijn verklaringen opgesteld met en ander doel. Een verduidelijking naar de KNVB, van een gestructureerde waarheidsvinding was geen sprake. De verklaring van de drie elftalbegeleiders is dan ook een soort “groepsverklaring” waarin heel veel incidenten op het veld worden beschreven die niet zijn terug te vinden in andere verklaringen.
Eén van drie, [getuige 2] is als getuige gehoord.
Op 21 februari verklaart hij:
"We hebben alle drie onze perspectieven in de verklaring verwerkt”.
De escalatie is direct na het nemen van de penalty begonnen. Opvallend is dat niemand, geen van de getuigen weet wie die penalty heeft genomen, de nummer [01] .
Getuige [getuige 2] verklaart dat de zaak is geëscaleerd toen de ene keeper de andere keeper beetpakte. Op de vraag of hij heeft gezien wie het slachtoffer heeft geslagen antwoord hij ontkennend.
""Hij heeft de eigenlijke klap niet gezien. Ik zag in mijn ooghoek wel wat gebeuren, niet wetende wat er ging gebeuren." Ik zag dat er een beuk werd uitgedeeld niet wetende wie die beuk heeft uitgedeeld”
Hij heeft dus niet gezien welk persoon is geweest. Later verklaart hij op de vraag of hij van één van de andere jongens heeft gehoord door wie het slachtoffer is:
Hij kwam mij ook nog een klap geven en toen zeiden de anderen, [getuige 7] en [getuige 3] : dat is die nummer [01] . U vraagt of ik nog meer mensen heb gezien die geslagen hebben. Nee, dat is niet zo relevant. Maar er is meer geslagen”.
[getuige 2] kan niet verklaren of het de nr [01] is die heeft geslagen dat verklaart hij niet en hij heeft het feitelijk, volgens zijn verklaring ook niet gehoord. Hij spreekt over een volstrekt ander situatie, namelijk dat hij zelf is geslagen.
Hij verklaart ook nog over een kerel die met een kapotte hand stond te pronken zonder een rugnummer te noemen. Later blijkt dat hij dit zelf niet heeft gezien maar vaan [getuige 7] heeft gehoord.
Net als 4 andere getuigen heeft hij een situatieschets gemaakt. Hier kom ik nog op terug.
Aangever [benadeelde] verklaart dat hij feitelijk bij de escalatie niet in het strafschopgebied was. Hij zat op de bank of was net gewisseld. Ook hij maakt een tekening van waar hij op het veld is geslagen.
Over wie hem heeft geslagen, heeft hij van teamgenoten gehoord, maar hij weet niet van welke teamgenoten. Hij heeft geen eigen kennis van wie hem heeft geslagen.
Getuige [getuige 3] verklaart dat de vechtpartij in het strafschopgebied heeft plaatsgevonden. Daar is ook [benadeelde] geslagen. ( Dit is in tegenspraak met de verklaring de aangever ) Het rugnummer [01] weet hij na het lezen zijn KNVB verklaring. Hij zou het nu niet meer weten.
Hij verklaart dat er in de kleedkamer over het incident is gesproken, en ook nadien op de training. Dit zal ook de waarneming beïnvloeden.
Ook hij heeft een situatieschets gemaakt.
Getuige [getuige 7] heeft dit ook gedaan, hij plaatst net als getuige [getuige 3] en [getuige 1] de vechtpartij in het strafschop gebied, daar is [benadeelde] ( de aangever )ook geslagen. [getuige 7] verklaart wel dat hij de wetenschap over nummer [01] niet van zichzelf heeft.
“Dat heeft hij achteraf van bijvoorbeeld [getuige 2] gehoord. Ik zag zelf niet dat het nummer [01] was”[getuige 2] heeft het ook niet van zichzelf, maar ook weer gehoord. Zie zijn getuigenverklaring bij de rhc.
[getuige 1] plaatst de vechtpartij in het strafschopgebied en verklaart dat de nummer [01] daar aangever [benadeelde] heeft geslagen. ( dit verklaart [benadeelde] niet ). Hij verklaart wel dat zij het ongetwijfeld in de kleedkamer over de nummer [01] hebben gesproken.
[verdachte] , de nummer [01] was de penaltynemer, maar dat weet niemand meer. Hij stond in de escalatie in het strafschopgebied en heeft zich eruit geworsteld. Maar aangever [benadeelde] was daar ( het strafschopgebied ) naar eigen zeggen niet.
Verschillende getuigen ( [getuige 2] , [getuige 7] en aangever [benadeelde] ) hebben nummer [01] niet zien slaan, maar dit van anderen gehoord.
Getuigen [getuige 3] en [getuige 1] plaatsen het slaan in het strafschopgebied, waar [benadeelde] ( naar eigen zeggen) tijdens de escalatie niet is geweest. De situatieschetsen maken dit duidelijk Koeze heeft dit ook gezien, maar niet door wie.
Uit de verklaringen kan niet de overtuiging worden verkregen wie [benadeelde] heeft geslagen. Het is ook verwarrend, alle getuigen zullen de escalatie op het veld hebben besproken, dat beïnvloedt de waarneming en een rugnummer wordt dan snel overgenomen, dat blijkt uit dit dossier. Wie heeft nu wat gezien en wat gehoord is niet te reconstrueren.
Op basis van het beschikbare bewijs is de lezing van [verdachte] ook mogelijk, namelijk dat hij zich uit een nekklem moest los worstelen en uit de escalatie is gegaan
Met conclusie: vrijspraak”
3.6
De toelichting op het middel houdt in dat het onjuist althans onbegrijpelijk is dat in de ogen van het hof de verdediging slechts het verweer heeft gevoerd dat de verdachte zich uit een nekklem los moest worstelen en uit de escalatie is gegaan waarbij hij de aangever zou hebben geraakt. Volgens de stellers van het middel houdt de onder 3.5 weergegeven pleitnota immers in:
- dat de belastende verklaringen zijn gebundeld ten behoeve van een tuchtzaak bij de KNVB;
- dat de verklaringen de facto uit één bron komen (te weten tegenstander [vereniging 1] ) en dat uit de verklaringen onmiskenbaar volgt dat er vóór het afleggen daarvan overleg is geweest;
- dat de situatie op het veld dusdanig chaotisch was dat verschillende verklaringen gaan over verschillende momenten, en dat de focus lag op degene die de penalty heeft genomen waardoor het rugnummer waar de verdachte mee speelde als het ware in het collectieve geheugen van de getuigen staat gegrift.
Over de verklaringen van de (voornaamste) getuige [getuige 1] (een teamgenoot van de aangever) – wiens verklaringen door het hof voor het bewijs zijn gebezigd (bewijsmiddelen 2 en 3) – is door de verdediging aangevoerd dat deze over een ander moment verklaart en deze verklaringen na onderling overleg tot stand zouden zijn gekomen. Volgens de stellers van het middel is door de verdediging aangevoerd dat de belastende verklaringen onbetrouwbaar en onbruikbaar zijn als bewijsmiddel.
3.7
Gelet op hetgeen onder 3.6 is weergegeven had het hof volgens de stellers van het middel op dit uitdrukkelijk onderbouwde standpunt moeten reageren, temeer nu de door de aangever voor het bewijs gebezigde verklaring – inhoudende dat hij in het voorbijgaan van de verdachte door de verdachte is geslagen – wezenlijk verschilt van de voor het bewijs gebezigde verklaring van [getuige 1] waarin deze stelt dat de verdachte het slachtoffer uit de groep aan zijn schouder heeft getrokken om hem om te draaien en aangever vervolgens heeft geslagen. Ook komt daar volgens de stellers van het middel bij dat de verwerping van het ‘alternatieve scenario’ op de grond dat dit geen steun vindt ‘in de bewijsmiddelen’, onjuist althans onbegrijpelijk is, omdat de rechter in geval van een bewezenverklaring slechts redengevende bewijsmiddelen voor het bewijs mag gebruiken en verklaringen of ander bewijs die een gevoerd bewijsverweer ondersteunen niet als redengevend voor het bewijs kunnen worden aangemerkt en dus juist niet als bewijsmiddel kunnen worden gebruikt.
3.8
Uit de onder 3.3 weergegeven bewijsmiddelen blijkt dat het hof – naast de verklaring van de aangever (bewijsmiddel 1), de verklaring van [getuige 2] (bewijsmiddel 2) en de verklaring van de verdachte (bewijsmiddel 4) [2] – twee verklaringen van [getuige 1] voor het bewijs heeft gebezigd. Daarvan betreft de ene de verklaring die is opgenomen in een ander geschrift als bedoeld in art. 344 lid 1 onder 5° Sv (bewijsmiddel 2) en de andere de door [getuige 1] op 21 februari 2024 bij de raadsheer-commissaris afgelegde verklaring (bewijsmiddel 3). Verder blijkt uit het bestreden arrest dat de alternatieve lezing van de verdachte dat hij zich uit een nekklem los moest worstelen en uit de escalatie is gegaan waarbij hij de aangever zou hebben geraakt, door het hof is verworpen omdat deze lezing naar het oordeel van het hof geen steun vindt in de bewijsmiddelen. De verdachte zou de enige zijn die dit heeft verklaard.
3.9
Door de verdediging is over de door [getuige 1] afgelegde verklaringen aangevoerd dat deze getuige over een heel ander soort situatie dan de aangever verklaart. De aangever zou blijkens de verklaring van [getuige 1] uit de groep zijn getrokken waardoor hij twee snelle klappen in zijn gezicht heeft gekregen door nummer [01] , welke lezing niet overeen zou komen met de lezing van de aangever die verklaart dat hij niet aan de duw-en trekpartij heeft deelgenomen en zich op het moment van het slaan niet in het strafschopgebied bevond. Over getuige [getuige 2] is aangevoerd dat hij niet zelf kan verklaren dat nummer [01] heeft geslagen en hij bovendien over een volstrekt andere situatie spreekt, namelijk de situatie dat hij zelf is geslagen.
3.1
Het bestreden arrest houdt geen overweging in over de betrouwbaarheid van de verklaringen van [getuige 1] (en [getuige 2] ). Dat is niet onbegrijpelijk in aanmerking genomen dat hetgeen over die verklaringen is aangevoerd niet in de sleutel van de onbetrouwbaarheid van de verklaringen is gezet. Niet wordt met zoveel woorden bepleit dat genoemde verklaringen vanwege hun onbetrouwbaarheid van het bewijs zouden moeten worden uitgesloten. [3] Kern van het verweer van de verdediging is dat het beschikbare bewijs ruimte laat voor de lezing van de verdachte dat hij zich uit een nekklem los moest worstelen en uit de escalatie is gegaan waarbij hij de aangever heeft geraakt. Tot twee maal toe is de conclusie die in de pleitnota aan de gehele uiteenzetting wordt verbonden enkel dat de aanwezige bewijsmiddelen de lezing van de verdachte niet uitsluiten c.q. dat die lezing ook mogelijk is.
3.11
Daarbij komt dat uit de bewijsvoering blijkt dat de door de aangever en [getuige 1] afgelegde verklaringen over de locatie waar de mishandeling plaatsvond – anders dan door de verdediging is bepleit – wel degelijk overeenkomen. Daartoe is van belang dat uit het samenstel van de onder 3.3 weergegeven bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat het team waarvoor de verdachte op 5 november 2022 uitkwam ( [vereniging 2] ) op enig moment in de wedstrijd een penalty kreeg, dat deze penalty werd benut en er daaropvolgend een grote duw-en trekpartij ontstond omdat enkele spelers van [vereniging 2] vonden dat de keeper van [vereniging 1] de bal te lang in zijn bezit had. De keeper van [vereniging 2] vloog hierbij vanuit zijn positie richting de keeper van [vereniging 1] waarop een speler van [vereniging 1] ertussen sprong. Deze speler werd vervolgens door de keeper van [vereniging 2] bij zijn nek gegrepen en de andere spelers van [vereniging 2] die erbij stonden begonnen om zich heen te slaan. De aangever (die bij [vereniging 1] behoorde) werd intussen door zijn trainer gemaand naar de kleedkamer te gaan omdat het uit de hand dreigde te lopen. De aangever kwam op weg naar de kleedkamer niet verder dan het strafschopgebied waar de ruziënde groep zich bevond. Hij zag toen dat één van de spelers van [vereniging 2] – de speler met rugnummer [01] – hem van achteren voorbij liep, zich omdraaide en hem direct met gebalde vuist twee klappen in zijn gezicht gaf. Dat de aangever zich op het moment van de klappen in de directe nabijheid van de ruziënde groep bevond vindt verdere bevestiging in de verklaring van getuige [getuige 1] die heeft verklaard dat hij zelf op een paar meter afstand van de ruziënde groep – in de strafschop cirkelboog – stond te kijken toen ‘hun’ spits met rugnummer [01] (ik begrijp: de spits van [vereniging 2] ,
PHvK) naast hem kwam staan en ineens richting de groep sprintte, de aangever uit de groep trok en hem met zijn vuisten klappen op zijn gezicht gaf. Dit “uit de groep trekken” zou hebben bestaan uit het door de verdachte aan de schouder van de aangever trekken om de aangever zo om te draaien daar deze met zijn rug naar de verdachte toe stond. De verdachte heeft in zijn voor het bewijs gebezigde verklaring verklaard dat de keeper van [vereniging 1] gefrustreerd was en er een duw-en trekpartij ontstond waarbij hij (de verdachte) een beweging heeft gemaakt en daarin tevens bevestigd dat hij (de verdachte) met rugnummer [01] speelde. Ook deze verklaring is niet onverenigbaar met de verklaringen van de aangever en [getuige 1] dat het bewezenverklaarde handelen in de directe nabijheid van de ruziënde groep bij het strafschopgebied plaatsvond.
3.12
Tegen deze achtergrond doet het verschil tussen de verklaringen van de aangever en getuige [getuige 1] over de precieze wijze waarop de verdachte de aangever heeft benaderd onmiddellijk voorafgaand aan het slaan van de aangever niet af aan de omstandigheid dat uit de bewijsvoering in voldoende mate kan worden afgeleid dat de aangever en getuige [getuige 1] verklaren over hetzelfde incident dat zich in de directe nabijheid van de ruziënde groep bij het strafschopgebied heeft afgespeeld.
3.13
Ook blijkt uit de gebezigde bewijsmiddelen waarom het alternatieve scenario van de verdachte niet opgaat: de verdachte bevond zich immers ten tijde van het slaan van de aangever niet in de ruziënde groep, maar is in de richting van de ruziënde groep gerend in de directe nabijheid waarvan de aangever zich bevond. Het bewezenverklaarde daderschap van de verdachte is toereikend gemotiveerd.
3.14
Het middel treft geen doel.

4.Afronding

4.1
Het middel faalt en kan worden afgedaan met toepassing van art. 81 lid 1 RO.
4.2
Ambtshalve merk ik op dat de Hoge Raad in deze jeugdzaak mogelijk uitspraak doet nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken sinds de instelling van het cassatieberoep op 22 oktober 2024. Dat betekent dan dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 lid 1 EVRM in de cassatiefase wordt overschreden. Gelet op de straf die aan de verdachte is opgelegd kan de Hoge Raad dan volstaan met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden. [4]
4.3
Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.Het gedeelte dat loopt tot en met de zin “ [verdachte] moet worden vrijgesproken.” is door de raadsman geciteerd uit de pleitnota in eerste aanleg.
2.Per abuis is door het hof tweemaal een bewijsmiddel als bewijsmiddel 3 genummerd. Aangezien de voor het bewijs gebezigde verklaring van de verdachte na de als bewijsmiddel 3 weergegeven verklaring van getuige [getuige 1] is opgenomen, merk ik de verklaring van de verdachte aan als bewijsmiddel 4.
3.Zie in dit verband bijv. HR 15 november 2022, ECLI:NL:HR:2022:1485, HR 9 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:541, HR 13 mei 2014, ECLI:NL:HR:2014:1094,
4.HR 17 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD2578,