Conclusie
1.Inleiding
2.Waar het in cassatie om gaat
3.Het middel
17 november 2022 wordt aangifte gedaan door [benadeelde] .
"We hebben alle drie onze perspectieven in de verklaring verwerkt”.
""Hij heeft de eigenlijke klap niet gezien. Ik zag in mijn ooghoek wel wat gebeuren, niet wetende wat er ging gebeuren." Ik zag dat er een beuk werd uitgedeeld niet wetende wie die beuk heeft uitgedeeld”
“Dat heeft hij achteraf van bijvoorbeeld [getuige 2] gehoord. Ik zag zelf niet dat het nummer [01] was”[getuige 2] heeft het ook niet van zichzelf, maar ook weer gehoord. Zie zijn getuigenverklaring bij de rhc.
PHvK) naast hem kwam staan en ineens richting de groep sprintte, de aangever uit de groep trok en hem met zijn vuisten klappen op zijn gezicht gaf. Dit “uit de groep trekken” zou hebben bestaan uit het door de verdachte aan de schouder van de aangever trekken om de aangever zo om te draaien daar deze met zijn rug naar de verdachte toe stond. De verdachte heeft in zijn voor het bewijs gebezigde verklaring verklaard dat de keeper van [vereniging 1] gefrustreerd was en er een duw-en trekpartij ontstond waarbij hij (de verdachte) een beweging heeft gemaakt en daarin tevens bevestigd dat hij (de verdachte) met rugnummer [01] speelde. Ook deze verklaring is niet onverenigbaar met de verklaringen van de aangever en [getuige 1] dat het bewezenverklaarde handelen in de directe nabijheid van de ruziënde groep bij het strafschopgebied plaatsvond.