Conclusie
1.Inleiding
2.Het eerste middel
in plaats vanGHB kan worden gebruikt. Ten tweede wordt aangevoerd dat uit de bewijsvoering niet kan blijken dat de verdachte opzet had op de bevordering van een van de in art. 10 lid 4 Opiumwet Pro strafbaar gestelde gedragingen, noch dat hij wist of ernstige reden had om te vermoeden dat de GBL bedoeld was om GHB van te maken.
Het standpunt van de officier van justitie
bestemd wasvoor de productie van GHB faalt wat mij betreft. Uit de door de rechtbank (en het hof) vastgestelde omstandigheden, te weten i) de grote hoeveelheid van de aangetroffen GBL (937 liter), ii) verdachtes bekendheid met GHB, iii) de in verdachtes kantoorgedeelte van de opslagbox aangetroffen spuiten en hoeveelheden GHB, iv) het feit dat de verdachte bij de politie bekendstond als gebruiker van GHB en v) de melding over de vreemde geur die hing nabij de loods, kon het hof afleiden dat de GBL was bestemd voor het bereiden van GHB en dat de verdachte dit wist en ook opzet had op het voorbereiden en/of bevorderen hiervan.
3.Het tweede middel
voorhanden hebbenvan de GBL onbegrijpelijk is, omdat deze berust op onjuiste rechtsopvattingen en/of onbegrijpelijke vaststellingen. In de toelichting op het middel wordt daartoe aangevoerd dat de overweging van het hof dat een huurder van een loods wordt geacht te weten wat zich in de loods bevindt, tenzij hij die stelling kan ontkrachten met een redelijke en zo nodig verifieerbare verklaring, getuigt van een onjuiste rechtsopvatting. Daarnaast is het oordeel dat de verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van de GBL onbegrijpelijk, omdat geen vaststellingen zijn gedaan die erop wijzen dat de verdachte daadwerkelijk gebruikmaakte van de loods. Verder is de vaststelling dat de bovenverdieping van de loods waar de verdachte verbleef met een trap was verbonden met de loods niet te herleiden tot enig bewijsmiddel. Tot slot is de overweging dat de GBL “niet te missen was” vanwege de omvang onbegrijpelijk, omdat het slechts een kubieke meter aan dozen betreft en de locatie hiervan in de loods niet is vastgesteld door het hof.
de enige [4] huurder is en ook nog eens is aangetroffen in de kantoorruimte boven de door hem gehuurde loods.