Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
7 april 2026.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake de voorhanden hebben van 937 liter GBL als voorbereidingshandeling voor de productie van GHB, strafbaar gesteld in de Opiumwet.
De verdachte werd veroordeeld, maar stelde cassatieberoep in tegen het oordeel van het hof, met name over het opzet en het bewijs van het voorhanden hebben van GBL. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest alleen voor de strafmaat, met vermindering van de gevangenisstraf.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten over het bewijs en het opzet niet tot vernietiging leiden en dat het hof terecht heeft geoordeeld. Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn van berechting was overschreden, waardoor de strafduur verminderd moest worden.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof uitsluitend voor de strafduur en vermindert de gevangenisstraf tot elf maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot elf maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk wegens overschrijding van de redelijke termijn.