Conclusie
1.Inleiding en samenvatting
brutobedrag, terwijl het bij de berekening van het [verweerster]-project van een
nettobedragis uitgegaan (zodat geen rekening is gehouden met belastingen die [eiseres] voor haar rekening heeft genomen).
2.Feiten en procesverloop
3.Bespreking van het cassatiemiddel
nettobedragenwat betreft het als gevolg van de wanprestatie van [verweerster] geen doorgang gevonden project (door het hof aangeduid als ‘het fictieve project’) en
brutobedragenwat betreft het Apollo-project, dat [eiseres] vanwege het niet doorgaan van het [verweerster]-project heeft kunnen uitvoeren.
het hof blijft bij de aangekondigde methode van schade begroten
netto-opbrengst betreft, immers
exclusiefbelastingen. Het door het hof in rechtsoverweging 2.4 van het eindarrest genoemde bedrag van € 509.136 is het resultaat na aftrek van € 6.778.170 als het bedrag voor de totale stichtingskosten. [15] De conclusie is dat het hof voor de hypothetische situatie heeft gerekend met een
netto-opbrengst van het [verweerster]-project. De lezing waarop de klacht van het subonderdeel berust, mist dus feitelijke grondslag.
subonderdeel 1.2heeft het hof de opbrengst van het Apollo-project vastgesteld op € 9.300.000 en betreft dat een brutobedrag. Voor zover het hof ervan uit zou zijn gegaan dat € 9.300.000 de
netto-opbrengst van het Apollo-project is, is dat onbegrijpelijk in het licht van de stelling van [eiseres] dat de netto-opbrengst € 8.175.948 bedraagt. [16] Verder is onbegrijpelijk dat het hof overweegt dat het onvoldoende aanknopingspunten ziet om de opbrengst bij te stellen naar € 8.175.948, omdat dit het nettobedrag is. Het hof heeft volgens de klachten namelijk niet toegelicht waarom bij het Apollo-project van een brutobedrag zou moeten of kunnen worden uitgegaan (terwijl bij het fictieve project met nettobedragen is gerekend).
inclusiefbelastingen, waarbij de verkoper op zich neemt om die belastingen te voldoen. [verweerster] heeft aangevoerd dat de netto-opbrengst in het Apollo-project € 8.501.857 bedraagt en de prijs vrij op naam € 9.625.000. [18] Volgens wat het hof heeft overwogen is de opbrengst in het Apollo-project € 9.300.000 (dus hoger dan de netto-opbrengst volgens zowel [verweerster] als [eiseres]!). Het hof komt tot dat bedrag door in rechtsoverweging 2.5 op te tellen het bedrag dat Apollo heeft betaald aan [eiseres] (€ 5.800.000) en de koopsom die Apollo heeft betaald aan Maatgraven voor de grond (€ 3.500.000). Uit de overeenkomst tussen Apollo en [eiseres] blijkt met zoveel woorden dat € 5.800.000 een bedrag is ‘vrij op naam (inclusief belastingen)’. [19] De bedoelde belastingen betreffen klaarblijkelijk onder meer een aanzienlijk bedrag voor de over de aanneemsom verschuldigde BTW; het Apollo-project betreft immers evenals het [verweerster]-project een turnkeyovereenkomst. [20] Verder blijkt uit de afrekeningen van de notaris aan [eiseres] en Maatgraven dat zowel bij de levering van [eiseres] aan Maatgraven als die van Maatgraven aan Apollo dat kosten voor overdrachtsbelasting en notariskosten zijn gemaakt, die niet voor rekening van afnemer Apollo kwamen (want in mindering gebracht op de door respectievelijk [eiseres] en Maatgraven als verkoper te ontvangen koopprijs). [21]
subonderdeel 1.4slagen.