ECLI:NL:PHR:2025:854
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Cassatieberoep tegen veroordeling voor schuldwitwassen en de vraag naar beschikkingsmacht over geldbedrag
In deze zaak gaat het om een cassatieberoep van een verdachte die door het gerechtshof 's-Hertogenbosch is veroordeeld voor schuldwitwassen. De verdachte, geboren in 2002, kreeg een taakstraf van 50 uren opgelegd, subsidiair 25 dagen hechtenis, en er werd een schadevergoedingsmaatregel opgelegd. Het hof heeft de vordering van de benadeelde partij behandeld en de verdachte is in cassatie gegaan. De advocaat van de verdachte heeft één middel van cassatie voorgesteld, waarin wordt betoogd dat het hof onvoldoende gemotiveerd heeft verworpen dat de verdachte niet de beschikkingsmacht had over het geldbedrag dat hem ten laste is gelegd. De verdachte had zijn bankpas en pincode afgegeven, wat volgens de verdediging zou betekenen dat hij niet over het geldbedrag kon beschikken. Het hof heeft echter geoordeeld dat de verdachte zich bewust was van de aanwezigheid van het geldbedrag op zijn rekening, ondanks het feit dat hij zijn bankpas had afgegeven. De Hoge Raad heeft in eerdere uitspraken bevestigd dat de feitelijke zeggenschap over een bankrekening niet automatisch vervalt bij het afgeven van de bankpas. De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep, waarbij ook wordt opgemerkt dat er sinds het instellen van het cassatieberoep twee jaar zijn verstreken, wat een schending van het recht op een redelijke termijn kan inhouden.