Conclusie
1.Inleiding
2.Het middel
1. Het proces-verbaal van aangifte d.d. 16 december 2020 (dossierpagina’s 350-352), voor zover inhoudende als verklaring van aangeefster [aangeefster] :
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het hof ’s-Hertogenbosch veroordeeld tot twintig maanden gevangenisstraf wegens diefstal met geweld, gepleegd op 16 december 2020 te Sittard. De diefstal betrof het wegnemen van een postpakket en handscanner van een pakketbezorger, waarbij geweld werd gebruikt. Het hof baseerde zijn oordeel op verklaringen van het slachtoffer, getuigen, en forensisch DNA-onderzoek op een achtergelaten mondkapje.
De verdediging voerde cassatie aan tegen de bewezenverklaring en stelde onder meer dat het hof onvoldoende gemotiveerd had afgeweken van het standpunt dat de verdachte vrijgesproken moest worden. De Hoge Raad oordeelt dat het hof toereikend gemotiveerd heeft waarom het DNA-spoor op het mondkapje als daderspoor geldt en waarom de verdachte als dader is aangemerkt.
De Hoge Raad constateert dat de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak is overschreden en acht dit aanleiding tot strafvermindering. De conclusie van de procureur-generaal strekt tot vernietiging van het hofarrest uitsluitend wat betreft de strafduur, vermindering van de straf naar de gebruikelijke maatstaf, en verwerping van het beroep voor het overige.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de gevangenisstraf wegens termijnoverschrijding en bevestigt de veroordeling voor medeplegen diefstal met geweld.