ECLI:NL:PHR:2025:667
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens overschrijding inzendtermijn in zaak deelneming terroristische organisatie
De verdachte is door het gerechtshof Den Haag veroordeeld tot 6,5 jaar gevangenisstraf wegens deelneming aan een terroristische organisatie. Tegen dit arrest is cassatie ingesteld met drie middelen. De Hoge Raad beoordeelt dat de eerste twee middelen niet voldoen aan de vereisten van een cassatiemiddel en daarom onbesproken blijven.
Het derde middel klaagt over de overschrijding van de redelijke termijn voor het indienen van het cassatieberoep. Dit middel voldoet wel aan de vereisten en leidt tot de conclusie dat de verdachte niet-ontvankelijk is in het cassatieberoep. De Procureur-Generaal adviseert de Hoge Raad om de niet-ontvankelijkverklaring uit te spreken.
Er zijn geen ambtshalve gronden gevonden om het arrest van het hof te vernietigen. De Hoge Raad volgt het advies en verklaart het cassatieberoep niet-ontvankelijk, waardoor de strafrechtelijke veroordeling van het hof in stand blijft.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens overschrijding van de inzendtermijn.