Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Het eerste middel
naderhebben kunnen specificeren, niet afdoet aan de conclusie dat sprake is van een stoornis en/of gebrekkige ontwikkeling.
3.Het tweede middel
12. Vordering van de [benadeelde 1]
verhoogd.
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte heeft op 31 mei 2020 twee wandelaars aangevallen en één slachtoffer van dichtbij in de buik geschoten. Het hof veroordeelde hem voor poging tot doodslag, bedreiging en wapenhandel, legde een gevangenisstraf van 66 maanden op en een maatregel van terbeschikkingstelling (tbs) met dwangverpleging. Tevens werd een schadevergoedingsmaatregel opgelegd ten behoeve van de benadeelde partij.
De verdachte voerde in cassatie aan dat het hof onvoldoende had gemotiveerd dat hij ten tijde van het delict leed aan een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens, een vereiste voor oplegging van tbs. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht op basis van een PBC-rapportage en overige bevindingen aannam dat de verdachte een psychische stoornis had en een groot gevaar vormde voor de samenleving zonder behandeling.
Daarnaast werd het cassatiemiddel gericht tegen de toewijzing van immateriële schade aan de benadeelde partij verworpen. Het hof had de schadevergoeding van € 20.000 toegekend binnen de grenzen van de oorspronkelijke vordering en voldoende gemotiveerd op grond van het blijvende lichamelijke en psychische letsel. De Hoge Raad bevestigt dat de immateriële schade naar billijkheid is begroot en dat het hof niet onbegrijpelijk handelde.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de oplegging van tbs met dwangverpleging en de toewijzing van immateriële schade van € 20.000 aan het slachtoffer.