ECLI:NL:PHR:2025:1050
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens beëindiging beslag op telefoons
In deze zaak heeft de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad geconcludeerd dat de klager niet-ontvankelijk is in het cassatieberoep tegen de beschikking van de rechtbank die het beklag ongegrond verklaarde. Dit volgt uit het feit dat het openbaar ministerie formeel heeft besloten tot teruggave van drie in beslag genomen telefoons, waarbij een afhaalbericht naar een huisadres van de klager is verstuurd. Hoewel de klager noch zijn raadsvrouw bekend waren met deze beslissing en het afhaalbericht, bevestigen nadere inlichtingen van het openbaar ministerie dat de teruggave formeel is geboekt.
Omdat de telefoons niet zijn afgehaald, heeft het arrondissementsparket in december 2024 besloten tot vervreemding of vernietiging van de telefoons. Volgens de Hoge Raad leidt het geven van een last tot teruggave tot beëindiging van het beslag, ook als het voorwerp niet feitelijk is teruggegeven aan de beslagene. Hierdoor ontbreekt het klager aan belang bij het cassatieberoep tegen de beschikking van de rechtbank.
De raadsvrouw van de klager heeft aangevoerd dat de afhaalbrieven naar een huisadres zijn gestuurd terwijl de klager gedetineerd was en ingeschreven stond op het adres van de penitentiaire inrichting. Dit verandert echter niets aan de formele beëindiging van het beslag. De vraag of het openbaar ministerie zich voldoende heeft gekweten van de last tot teruggave valt buiten het bestek van de cassatieprocedure.
De conclusie van de Procureur-Generaal is dan ook dat de klager niet-ontvankelijk is in het cassatieberoep. Deze conclusie wordt onderbouwd met verwijzingen naar eerdere jurisprudentie van de Hoge Raad.
Uitkomst: De klager is niet-ontvankelijk in het cassatieberoep omdat het beslag op de telefoons formeel is beëindigd door een last tot teruggave.