Conclusie
NJ2019/454, m.nt. Vellinga, [2] waarin de Hoge Raad in dit verband drie bewijsvereisten formuleert. Ik meen dat de bewijsvoering van het hof niet aan dat kader voldoet. Zo kan al uit de enkele omstandigheid dat het besluit tot ongeldigverklaring van het rijbewijs van de verdachte per aangetekende brief en als gewone brief naar de verdachte is verzonden en die brieven vervolgens niet als onbestelbaar retour zijn gekomen, niet zonder meer worden afgeleid dat de verdachte "redelijkerwijs moest weten" dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard.