Conclusie
Nummer23/00931
Inleiding
Het middel
Redelijke termijn
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf maanden, waarvan acht voorwaardelijk, wegens het aannemen van giften als ambtenaar en medeplegen van het schenden van een ambtsgeheim. Het cassatieberoep richtte zich op de overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg.
Het hof had bij de beoordeling van de redelijke termijn de 24-maandentermijn als uitgangspunt genomen, terwijl de verdediging stelde dat vanwege de voorlopige hechtenis van anderhalve maand de kortere termijn van 16 maanden had moeten gelden. De Hoge Raad oordeelde dat het hof dit oordeel op begrijpelijke gronden heeft genomen en dat het ontbreken van een inhoudelijk verweer dit bevestigt.
De Hoge Raad concludeert dat de overschrijding van de redelijke termijn niet leidt tot vernietiging van het arrest en bevestigt de opgelegde straf. De conclusie van de plv. AG strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de straf van twaalf maanden gevangenisstraf, waarvan acht voorwaardelijk, blijft gehandhaafd.