Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
Het bij aanvullende schriftuur ingediende (derde) middel
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak klaagt de klager dat het hof heeft nagelaten om tijdig een proces-verbaal van de raadkamerzitting van 17 februari 2023 op te maken en vast te stellen, wat volgens hem leidt tot nietigheid van het onderzoek en de daarop gebaseerde beschikking.
De Hoge Raad stelt vast dat het proces-verbaal bij het insturen van het dossier aan de Hoge Raad niet was opgemaakt en kennelijk pas na een verzoek van de Hoge Raad zelf is opgesteld. Dit is in strijd met artikel 25, eerste lid, Sv, dat voorschrijft dat een proces-verbaal van het raadkameronderzoek moet worden opgemaakt door de griffier.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is bepaald dat een proces-verbaal dat pas na een verzoek wordt opgemaakt, geen acht verdient en dat het ontbreken van een proces-verbaal leidt tot nietigheid van het onderzoek en de beschikking.
Daarom wordt de bestreden beschikking vernietigd en wordt de zaak terugverwezen naar het gerechtshof Den Haag voor een nieuwe behandeling en beslissing.
De overige middelen blijven onbesproken omdat het procesrechtelijke middel toereikend is voor vernietiging.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking wegens het ontbreken van een proces-verbaal en wijst de zaak terug naar het gerechtshof voor nieuwe behandeling.