Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Slotsom
4.Beslissing
26 mei 2015.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie van klaagster behandeld tegen een beschikking van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Het centrale geschilpunt betrof het ontbreken van een proces-verbaal van het raadkameronderzoek, zoals voorgeschreven in artikel 25, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering.
De Hoge Raad constateerde dat het proces-verbaal ontbrak bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken en dat op navraag bij het hof bleek dat het proces-verbaal niet was opgemaakt. Dit verzuim betreft een wezenlijke vormfout in de raadkamerprocedure, waardoor het onderzoek en de daarop gebaseerde beschikking nietig zijn.
Als gevolg hiervan vernietigde de Hoge Raad de bestreden beschikking en verwees de zaak terug naar het gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor hernieuwde behandeling en beslissing op het bestaande klaagschrift. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking wegens het ontbreken van het proces-verbaal van het raadkameronderzoek en wijst de zaak terug naar het gerechtshof.