Het tweede cassatiemiddel en de bespreking daarvan
Het middel
7. Het middel, bezien in samenhang met de toelichting daarop, keert zich tegen de bewezenverklaring van de onder 1. primair tenlastegelegde uitlokking van het medeplegen van moord.
Bewezenverklaring en bewijsvoering
8. Ten laste van de verdachte is onder feit 1 primair bewezenverklaard dat:
“ [betrokkene 2] en [betrokkene 3] op 25 oktober 2012 in de gemeente [plaats] , bij de woning waar na te noemen [betrokkene 1] en [slachtoffer] woonden, tezamen en in vereniging met elkander opzettelijk en met voorbedachten rade, te weten opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg, [slachtoffer] hebben doodgeschoten,
welk strafbaar feit hij, verdachte, in de periode van 1 juli 2012 tot en met 25 oktober 2012 in de gemeente [plaats] opzettelijk heeft uitgelokt door beloften en door het verschaffen van middelen en/of inlichtingen, door opzettelijk
- die [betrokkene 2] te benaderen/spreken met de opdracht/vraag om een buitenlander te zoeken die [betrokkene 1] zou moeten doodschieten en
- aan die [betrokkene 2] te vragen om een persoon, genaamd [betrokkene 1] , dood te schieten en
- door met die [betrokkene 2] af te spreken dat hij, verdachte, een aanzienlijk geldbedrag aan die [betrokkene 2] en/of aan/voor die [betrokkene 3] zou geven waarvoor die [betrokkene 3] die [betrokkene 1] zou moeten doodschieten en
- een (automatisch) vuurwapen voor het plegen van dat strafbaar feit te bewaren en
- een revolver aan die [betrokkene 2] te geven;”
9. Het bestreden promis-arrest houdt, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, de volgende bewijsmiddelen en bewijsoverwegingen in:
“
Bewijsmiddelen
De gewelddadige dood van [slachtoffer]
Op donderdag 25 oktober 2012 kwam om 21.42 uur een melding bij de politie binnen. Die melding werd gedaan door de dan twaalfjarige [betrokkene 4] . Hij meldde dat zijn moeder gewond was geraakt. Ze lag thuis, aan de [a-straat 1] te [plaats] , op de grond en zei niets meer. Ze liep naar buiten om de hond uit te laten, deed de deur open en toen viel ze ineens. [betrokkene 4] hoorde iets keihard knallen, vuurwerk ofzo, rond het huis, recht voor de deur. Zijn moeder lag binnen in de gang, net voor de deur. Op een vraag van de meldkamer of zijn moeder nog bewoog, antwoordde [betrokkene 4] dat ze een beetje met haar mond bewoog. Ze reageerde helemaal niet meer. [betrokkene 4] was op dat moment alleen thuis met zijn moeder en zijn negenjarige zusje [betrokkene 5] .
Toen de eerste politieagenten ongeveer acht minuten na de melding ter plaatse kwamen, merkten zij op dat het op het perceel erg donker was, maar dat er een lamp boven de voordeur brandde. In de gang achter de voordeur troffen de politieagenten een gewonde vrouw aan - naar later bleek [slachtoffer] ( [slachtoffer] ) [slachtoffer] - die op haar rug lag. Verbalisant [verbalisant] voelde in haar hals en voelde geen hartslag meer. Er werd vervolgens een reanimatie gestart en [slachtoffer] werd overgebracht naar het ziekenhuis, maar de hulpverlening mocht niet meer baten: [slachtoffer] was op 39-jarige leeftijd overleden.
De politieagenten die als eerste ter plaatse waren, zagen al vermoedelijke schotwonden bij [slachtoffer] en kogelgaten in en bij de voordeur, in een daarachter gelegen deur en in het stucwerk.
Tussenconclusie van het hof
[slachtoffer] is op 25 oktober 2012 te [plaats] gedood door verscheidene schotverwondingen, terwijl zij zich in de opening van de achterdeur van haar woning bevond. Zij is beschoten met vermoedelijk een automatisch, werkend machinepistool van het merk Skorpion. De schutter met dit wapen stond binnen een afstand van vijf meter, ter hoogte van de penanten tegenover de achteringang van de woning. Gelet op de schietlijnen en de beperkte spreiding van de inslagen is met dit wapen in korte tijd een reeks kogels afgevuurd, waarbij de schutter tijdens het schieten van houding en plaats is gewisseld, beginnend bij het rechter penant (bezien vanuit de snelweg). Ook is er minstens één keer geschoten met een revolver van het kaliber .38 special of .357 magnum.
De verklaringen van de partner van het slachtoffer, [betrokkene 1]
In de nacht volgend op het doodschieten van [slachtoffer] gaf [betrokkene 1] in een telefoongesprek met de politie aan dat hij maar met één persoon problemen had en hij noemde de naam [verdachte] uit [plaats] . Hij wilde niet zeggen waar het meningsverschil over ging, maar het speelde al enkele maanden. Verder gaf hij aan dat de schutter [betrokkene 2] zou kunnen zijn, die voor [verdachte] zou werken. […] Desgevraagd herhaalde [betrokkene 1] aan het einde van het gesprek dat hij alleen met [verdachte] problemen heeft en dat hij had gehoord dat hij bij [verdachte] bovenaan “het lijstje” stond. Op 27 oktober 2012 werd [betrokkene 1] voor het eerst door de politie gehoord. Hij verklaarde toen onder meer dat hij op donderdag 25 oktober 2012 rond 06.00 uur thuis was vertrokken naar Brazilië en pas op de dag ervoor spontaan had geboekt. Hij zat nog in het vliegtuig toen het gebeurd was. Hij had alleen tegen [slachtoffer] , zijn kinderen [betrokkene 4] en [betrokkene 5] en zijn moeder verteld dat hij naar Brazilië ging. Verder verklaarde hij dat [verdachte] en hij jarenlang vrienden van elkaar waren en dat de vriendschap zo’n vier maanden geleden beëindigd was. Er was een zakelijk conflict ontstaan tussen [verdachte] en [betrokkene 1] . Op 8 of 15 oktober 2012 had [verdachte] hem buiten bij zijn ( [betrokkene 1] ) huis gezegd dat hij het goed wilde maken, waarop [betrokkene 1] “nee” had gezegd. Hierna had [verdachte] zijn bedreigingen geuit: “Ik ruim je op”. Over [betrokkene 2] verklaarde [betrokkene 1] dat hij een soort loopjongen voor [verdachte] was die een kamer van [verdachte] had gekregen en die wel eens bij hem, [betrokkene 1] , aan de deur was geweest. Op 6 november 2012 heeft [betrokkene 1] in een telefoongesprek met de politie verklaard dat [verdachte] zwaar aan de coke zat en dat hij, [betrokkene 1] , en andere mensen in de omgeving van [betrokkene 1] en [verdachte] tot de conclusie waren gekomen dat met [verdachte] niet meer te werken viel. [betrokkene 1] verklaarde dat hij dit [verdachte] recht in zijn gezicht had gezegd in het bijzijn van anderen en dat [verdachte] hem dit kwalijk nam. [verdachte] had zich in grote schulden gestoken om gezamenlijke “projecten” met [betrokkene 1] en andere zakenpartners te kunnen financieren.
In zijn verhoor d.d. 19 december 2012 lichtte [betrokkene 1] desgevraagd een en ander (nogmaals) toe. Ongeveer twee weken voor de herfstvakantie had [verdachte] hem thuis aan de [a-straat 1] bedreigd. [verdachte] stond voor de deur en had geprobeerd om [betrokkene 1] weer bij zijn zakelijke activiteiten te betrekken. [verdachte] had nog aangegeven dat het aan zijn cocaïnegebruik te wijten was, maar dat hij daarmee was gestopt. [betrokkene 1] had hem duidelijk te verstaan gegeven dat hij niets meer met [verdachte] te maken wilde hebben en dat hij bij zijn standpunt bleef. [verdachte] is toen weggegaan, waarbij hij op het laatst had gezegd: “Jou ruim ik op of jou laat ik opruimen.” [betrokkene 1] had daaruit begrepen dat [verdachte] hem wilde vermoorden of laten vermoorden.
De verklaring van [betrokkene 2] ondersteund door overige bewijsmiddelen
Dat er op zakelijk vlak onenigheid was tussen [verdachte] en [betrokkene 1] en dat [verdachte] daarom van [betrokkene 1] af wilde, heeft ook [betrokkene 2] verklaard. Hij heeft uiteindelijk — als kroongetuige— op 19 en 20 oktober 2017, aangevuld in zijn latere verhoor op 26 september 2018, verklaard over de aanleiding, de opdracht tot de moord op [betrokkene 1] en de feitelijke uitvoering van die opdracht, die tot de dood van [slachtoffer] heeft geleid. Zijn verklaringen worden op al deze onderdelen ondersteund door getuigenissen van anderen en daarnaast op verschillende punten ook door de resultaten van technisch onderzoek.
[betrokkene 2] heeft verklaard dat [betrokkene 1] van [verdachte] zijn geld wilde hebben, dat [betrokkene 1] het zat was en zijn geld opeiste. Het betrof een bedrag van € 600.000,00 tot € 650.000,00. Die geldkwestie speelde, omdat [verdachte] zaken deed door mensen te vragen om het door hen verdiende geld aan een drugstransport te investeren in een volgend transport. Hierdoor zouden ze na dat volgende transport weer meer geld verdienen. [verdachte] was echter buiten de transportlijn gezet door [betrokkene 1] , omdat hij niet aan zijn betalingsverplichtingen voldeed en hierdoor ook [betrokkene 1] de mensen niet kon betalen. Daardoor waren mensen klaar met [verdachte] . De reden dat [verdachte] niet aan zijn betalingsverplichtingen kon voldoen, was dat er een partij van 50 en een partij van 80 kilo cocaïne verdwenen waren. […]. Mensen in Brazilië zouden niet meer met [verdachte] willen werken. [betrokkene 1] had hem gezegd dat [verdachte] zich aan zijn afspraken moest houden en dat hij het zat was. [betrokkene 1] had zijn geld opgeëist. Het zou om € 600.000 tot € 650.000 gaan. [verdachte] had tegen [betrokkene 1] gezegd dat hij het geld niet had. [betrokkene 1] was vervolgens weggegaan.
[betrokkene 2] heeft verklaard dat [verdachte] hem enige tijd na het gesprek in de frituur heeft benaderd met de vraag of hij iemand uit het buitenland kon vinden die [betrokkene 1] voor een bedrag van € 50.000,00 met een vuurwapen wilde opruimen. Voor [betrokkene 2] was duidelijk dat [verdachte] met ‘opruimen’ het doden van [betrokkene 1] bedoelde. Hij heeft toen tegen [verdachte] gezegd dat hij wel iemand wist uit de omgeving van zijn toenmalige vriendin [betrokkene 6] . Tijdens het gesprek is verder besproken dat [betrokkene 2] [verdachte] op de hoogte zou stellen als er nog spullen nodig waren, zoals vuurwapens. Dat gesprek heeft in juli 2012 plaatsgevonden in de keuken van het appartement waar [betrokkene 2] net met [betrokkene 6] was ingetrokken. Het appartement maakte deel uit van de woning van [verdachte] , gelegen aan de [b-straat 1] in [plaats] , gemeente [plaats] .
[betrokkene 2] heeft verklaard dat [verdachte] [betrokkene 1] uit de weg wilde ruimen omdat [betrokkene 1] de transportlijn vanuit Brazilië had overgenomen. [verdachte] werd niet meer door [betrokkene 1] bij de transporten betrokken en stond zo dus buitenspel. Als [betrokkene 1] uit de weg was geruimd, kon [verdachte] de lijn weer overnemen. [verdachte] heeft tijdens dat gesprek en ook daarna nog herhaald dat “de deur in Brazilië voor ons weer opengaat als [betrokkene 1] er niet meer is”. [betrokkene 2] heeft verklaard dat [betrokkene 6] in het appartement aanwezig was toen [verdachte] kwam en dat [verdachte] toen aan [betrokkene 6] heeft gevraagd om even weg te gaan, omdat hij een gesprek wilde met [betrokkene 2] . Hieraan heeft zij gehoor gegeven. Na het gesprek heeft zij nog aan [betrokkene 2] gevraagd wat [verdachte] wilde. [betrokkene 2] heeft tegen haar toen alleen verteld dat hij een buitenlander naar Nederland moest laten komen om de problemen van [verdachte] op te lossen.
[betrokkene 6] heeft op haar beurt verklaard dat zij begin of half augustus 2012 in de woning van [verdachte] een keer is weggestuurd door [betrokkene 2] en [verdachte] . Zij moest de kamer verlaten en de deur dichtdoen. [betrokkene 6] heeft verklaard dat zij vervolgens in een naastgelegen ruimte de was is gaan ophangen en dat zij toen een en ander heeft opgevangen van het gesprek tussen [betrokkene 2] en [verdachte] . Ze werd nieuwsgierig en luisterde mee. Overigens blijkt uit nader onderzoek door de politie dat dit akoestisch gezien ook daadwerkelijk mogelijk is. [betrokkene 6] heeft verklaard dat zij hoorde dat gesproken werd over ‘iemand te vinden wie dat zou doen’, ‘ [verdachte] moest een persoon hebben uit het buitenland, hij kon dat doen en dan vertrekt. Dan kan niemand hem vinden.’ Toen de politie [betrokkene 6] nogmaals vroeg wat zij precies had gehoord tijdens het gesprek, antwoordde zij ‘ [verdachte] had problemen met die kameraad voor uhh en voor hij wil iets slechts voor hem terug doen en dat was iets over een groot bedrag, er was iets fout gegaan met deze kameraad en het beste is als iemand komt uit het buitenland voor dat werk voor dat schieten en dan (...) kan die hem terugsturen en dan kan hem (onverstaanbaar) vinden.’ ‘Het eerste wat hij (hof, [betrokkene 2] ) zei was dat ik ga dat niet zelf maken maar hij had iemand in de bedoeling die kan het wel doen voor [verdachte] ’. In een later verhoor heeft [betrokkene 6] nog verklaard dat [verdachte] tijdens het gesprek aan [betrokkene 2] had aangeboden om iets te doen, dat [betrokkene 2] dit had geweigerd en dat [verdachte] toen aan [betrokkene 2] vroeg of hij een buitenlander zou kunnen vinden om naar Nederland te komen. [betrokkene 2] antwoordde hierop dat hij al iemand op het oog had. Later heeft [betrokkene 2] tegen haar gezegd dat hij daarmee [betrokkene 3] bedoelde. Volgens [betrokkene 6] was er in ieder geval door [verdachte] gesproken over schieten en ook het woord ‘wapen’ is gevallen.
- Over de uitvoering van de opdracht: de voorbereiding
Het ronselen van de schutter
[betrokkene 2] heeft verklaard dat hij bij het aanvaarden van de opdracht van [verdachte] al meteen dacht aan de stiefvader van [betrokkene 6] : [betrokkene 3] door [betrokkene 2] ‘ [betrokkene 3] ’ genoemd. [betrokkene 3] kwam bij hem op, omdat hij wist dat die wel wat geld kon gebruiken. Hij wilde polsen hoe [betrokkene 3] erin zou staan om iemand voor geld te doden. Hij heeft [betrokkene 3] bij verschillende gelegenheden in Letland benaderd. Tijdens het eerste gesprek, eind juli/begin augustus 2012, heeft hij met [betrokkene 3] besproken of deze het leuk zou vinden om naar Nederland te komen. Ongeveer een week later is [betrokkene 2] opnieuw naar Letland gevlogen en heeft hij met [betrokkene 3] gesprekken gevoerd of hij in Nederland iets wilde verdienen. [betrokkene 2] had hem verteld dat hij bij een autobedrijfje wat aan auto’s kon sleutelen. Die communicatie verliep met handen en voeten. [betrokkene 3] sprak geen Engels. [betrokkene 2] kende slechts een aantal woorden Russisch en als [betrokkene 6] aanwezig was, dan tolkte zij. Tussen die eerste twee gesprekken met [betrokkene 3] heeft [betrokkene 2] aan [verdachte] laten weten dat hij wilde aftasten hoe [betrokkene 3] in elkaar zat. [verdachte] heeft toen gezegd dat [betrokkene 2] het rustig aan moest doen en het goed moest aanpakken. Pas toen hij voor de derde keer in Letland was, heeft [betrokkene 2] [betrokkene 3] in diens garage over de opdracht verteld, zo heeft [betrokkene 2] verklaard. [betrokkene 2] had een briefje gemaakt en daarop € 40.000,00 geschreven. Dit briefje had hij naar [betrokkene 3] geschoven en met handen en voeten duidelijk gemaakt dat hij naar Nederland moest komen om iemand dood te maken. Hij heeft met zijn handen een schietende beweging gemaakt en het Russische woord voor man genoemd. Ook heeft hij nog met zijn handen een snijbeweging langs zijn keel gemaakt. Ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep heeft [betrokkene 2] verklaard dat hij, om duidelijk te maken dat het om een man ging en niet om een vrouw, zijn eigen geslachtsdelen heeft beetgepakt en vervolgens borsten heeft uitgebeeld, waarna hij met zijn vinger van links naar rechts heeft bewogen. [betrokkene 3] heeft daarop gezegd: “da da” oftewel: “is goed”.
[betrokkene 2] is daarna weer terug naar Nederland gevlogen. [verdachte] bleek op dat moment naar Brazilië te zijn. Na terugkomst heeft [betrokkene 2] [verdachte] op de hoogte gebracht, waarna [verdachte] desgevraagd € 4.500,00 a € 5.000,00 aan [betrokkene 2] heeft gegeven om een wapen te betalen en vliegtickets voor de reis van Letland naar Nederland te regelen. [betrokkene 2] heeft verklaard dat hij vervolgens met [betrokkene 6] en [betrokkene 3] naar Riga is gereden om daar een nieuw paspoort voor [betrokkene 3] te bestellen. Hij heeft [betrokkene 6] geld gegeven om (vlieg)tickets voor [betrokkene 3] te kopen en is alleen teruggevlogen. Ook [betrokkene 6] heeft verklaard dat [betrokkene 2] haar geld heeft gegeven om tickets voor [betrokkene 3] te kopen en dat [betrokkene 2] toen zelf weer is teruggegaan. [betrokkene 2] heeft verder verklaard dat hij vervolgens [betrokkene 7] heeft benaderd om tegen betaling [betrokkene 3] in huis te nemen. [betrokkene 7] heeft bevestigd dat zij inderdaad [betrokkene 3] gehuisvest heeft op verzoek van [betrokkene 2] en ook [betrokkene 3] zelf heeft over het verblijf bij [betrokkene 7] verklaard.
Het wapen
[betrokkene 2] heeft verklaard dat hij op het moment dat [verdachte] hem geld gaf voor een wapen, hij al over een wapen beschikte. Dit wapen, een Skorpion, was hem aangeboden tijdens een drugstransactie in Maastricht met een Pool, genaamd [betrokkene 8] . […].
[betrokkene 2] heeft het wapen in een kast in zijn appartement gelegd, maar daar is het gevonden door [betrokkene 6] . Daarop is het wapen in bewaring gegeven bij [verdachte] , zo heeft [betrokkene 2] verklaard.
[…]
[betrokkene 2] heeft verder verklaard dat hij op 24 oktober 2012 in de avond woorden met [verdachte] heeft gekregen. [verdachte] vond het namelijk te lang duren en wilde dat er eindelijk actie zou worden ondernomen. [betrokkene 2] haalde vervolgens diezelfde avond nog [betrokkene 9] op en vroeg hem als chauffeur te fungeren bij de uitvoering van de moord opdracht. [betrokkene 9] weigerde volgens [betrokkene 2] echter om betrokken te raken, toen hij tijdens de voorverkenning met [betrokkene 2] de woning van [betrokkene 1] herkende. Door de druk die [verdachte] eerder die avond had gezet op [betrokkene 2] om actie te ondernemen, besloot [betrokkene 2] na de weigering van [betrokkene 9] om zelf uit te stappen bij de woning van [betrokkene 1] om te kijken of de bus van [betrokkene 1] op de oprit stond. [betrokkene 2] werd vervolgens overlopen door [slachtoffer] . Hij kende [slachtoffer] , omdat hij haar verschillende keren had gezien als hij een boodschap van [verdachte] aan [betrokkene 1] moest overbrengen. Tijdens het overhaast wegrijden, raakte [betrokkene 2] een varkensrug.
- Over de uitvoering van de opdracht: het schietincident
[betrokkene 2] heeft verklaard dat hij een dag na de voorverkenning, 25 oktober 2012, had besloten dat het die dag moest gaan gebeuren, mede door de ruzie met [verdachte] van de dag ervoor. Hij haalde [betrokkene 3] op bij [betrokkene 7] en reed rond 17.00/18.00 met hem naar de woning van [verdachte] om de Skorpion op te halen. Door [verdachte] wordt, zo heeft [betrokkene 2] verklaard, naast de tas met de Skorpion ook een revolver ter beschikking gesteld. De Skorpion en bijbehorende munitie worden door [betrokkene 2] en [betrokkene 3] schoongemaakt in de badkamer van de woning van [verdachte] . Bij die schoonmaak worden handschoenen gedragen. Het hof merkt evenals de rechtbank in dat kader op dat er inderdaad geen biologische sporen zijn aangetroffen op de hulzen, kogels en kogeldelen op de plaats delict. In de badkamer heeft [betrokkene 2] nog een keer duidelijk gemaakt aan [betrokkene 3] dat het die dag ging gebeuren. Hij wees naar de grond, daarmee bedoelde hij vandaag, en maakte een schietgebaar. Alvorens [betrokkene 2] en [betrokkene 3] naar de [a-straat] in [plaats] rijden, hebben ze hun mobiele telefoons uitgezet en deze die in de brievenbus bij [betrokkene 7] gedeponeerd, zo heeft [betrokkene 2] verklaard.
Uit de telefoongegevens blijkt dat de telefoon die in gebruik was bij [betrokkene 3] zich op 25 oktober 2012 gedurende de dag hoofdzakelijk heeft opgehouden in een geografisch gebied te [plaats] waarin de woning van [betrokkene 7] is gelegen (
het hof begrijpt telkens: bij gebruik van de telefoon een cell-id (antenne van een zendmast) heeft aangestraald die een gebied bereikt waarin de betreffende woning is gelegen). De telefoon in gebruik bij [betrokkene 2] bevond zich om 17.07 uur ook in dat gebied. Tussen 18.08 uur en 19.54 uur bevond de telefoon van [betrokkene 2] zich in een geografisch gebied waarin de woning van [verdachte] is gelegen. Ook de telefoon van [betrokkene 3] maakte om 20.08 uur (de eerste registratie sinds 16.15 uur) contact met een cell-id die het gebied kan bereiken waarin de woning van [verdachte] is gelegen.
[betrokkene 7] heeft verklaard dat [betrokkene 2] en [betrokkene 3] die avond rond half zes bij haar zijn vertrokken. Ze heeft die avond nog telefonisch contact gehad met [betrokkene 2] , omdat ze niet op [betrokkene 3] en hem wilde wachten met het eten. [betrokkene 2] heeft toen gezegd dat zij wat later kwamen.
Naar het oordeel van het hof volgt uit het voorgaande dat [betrokkene 2] en [betrokkene 3] op 25 oktober 2012 aan het eind van de middag samen bij [betrokkene 7] zijn geweest en van daaruit samen naar de woning van [verdachte] zijn gegaan, waar zij beiden omstreeks 20.00 waren.
Verder blijkt uit de telefoongegevens van het telefoonnummer van [verdachte] ( [telefoonnummer] ) dat zijn telefoon zich die dag tussen 18.00 uur en 21.36 uur in een geografisch gebied bevond waarin zijn eigen woning aan de [b-straat 1] te [plaats] is gelegen.
Tussen 19.54 uur en 23.30 uur heeft [betrokkene 2] geen telefonische contacten gehad, hetgeen opvallend is omdat er in de twee weken daarvoor tussen die tijdstippen wel veel telefoonregistraties waren. Hieruit kan worden afgeleid dat [betrokkene 2] zijn telefoon toen kennelijk heeft uitgezet. Na het telefonische contact tussen de telefoon van [betrokkene 3] met [betrokkene 7] om 20.08 uur zijn er geen geregistreerde contacten meer met de telefoon van [betrokkene 3] . Dat er toen geen telefonisch contact is geweest met de telefoon van [betrokkene 2] en [betrokkene 3] past naar het oordeel van het hof in de verklaring van [betrokkene 2] dat die beide telefoons voordat hij en [betrokkene 3] die avond naar de [a-straat] in [plaats] zijn afgereisd in de brievenbus van de woning van [betrokkene 7] zijn gegooid.
[betrokkene 2] verklaarde op 20 oktober 2017 dat als [betrokkene 1] thuis was, de Vito bus dan op de oprit zou staan. [betrokkene 2] zou [betrokkene 1] aanwijzen zodat hij zou weten om welke persoon het zou gaan en dan zou [betrokkene 3] de klus klaren. Op 26 september 2018 verklaarde [betrokkene 2] dat [betrokkene 3] niet wist wie hij moest doodschieten: “De bedoeling was dat als de bus van [betrokkene 1] daar zou staan dat (..) ik had me voorgenomen dat ik [betrokkene 3] , als [betrokkene 1] thuis zou zijn, om hem [betrokkene 1] aan te wijzen, zodat [betrokkene 3] wist op wie hij moest schieten. Maar [betrokkene 1] was er niet.” Ter terechtzitting in eerste aanleg op 3 oktober 2019: “Ik wist niet of [betrokkene 3] een goede schutter was” (p-v terechtzitting pagina 16). En: “Nee ik kon niet met hem (hof, [betrokkene 3] ) communiceren” (p-v terechtzitting pagina 19), “Als [betrokkene 1] er was zou ik hem aanwijzen en dan zou ik [betrokkene 3] zijn ding laten doen. Ik had tijdens de autorit van [betrokkene 7] naar de villa uitgelegd dat het die dag ging gebeuren. Ik heb hem dat in de badkamer van de villa ook nog eens verteld. Ik zou [betrokkene 1] aanwijzen aan [betrokkene 3] . Hoe hij het ging doen, wist ik niet. Het leek mij logisch dat (...) als [slachtoffer] daar liep en [betrokkene 3] had dat gezien, dat hij dan niet zou schieten. U vraagt mij of wij dat hadden afgesproken. Ik kon niet met hem communiceren. Ik was de taal niet machtig” (p-v terechtzitting pagina 26).
Met betrekking tot het schietincident zelf heeft [betrokkene 2] het volgende verklaard. [betrokkene 2] heeft de auto in een doodlopend straatje geparkeerd tussen het voetbalveld en een aldaar gelegen tuindersbedrijf. Via een pad tussen de autosnelweg en het voetbalveld zijn ze in het achterste gedeelte van de tuin van de familie [betrokkene 1] gekomen. Het was er donker. [betrokkene 2] en [betrokkene 3] liepen vervolgens samen naar de woning.
Ter hoogte van de pilaren (hof, de “stenen penanten” uit het forensisch onderzoek) heeft [betrokkene 2] [betrokkene 3] duidelijk gemaakt dat hij daar moest wachten en wel bij de meest rechtse pilaar kijkend naar het huis. [betrokkene 2] deed dat door naar de grond te wijzen en met zijn hand maakte hij duidelijk “wachten”. Vervolgens maakte hij met zijn arm een draaiende beweging in een cirkel en wees hij met zijn wijsvinger en middelvinger naar zijn ogen, om aan te geven dat hij om de woning zou lopen om te gaan kijken. [betrokkene 3] is vervolgens daar ter hoogte van de rechterpilaar gaan zitten. [betrokkene 3] had de Skorpion bij zich en [betrokkene 2] droeg de revolver achter zijn broeksband. [betrokkene 2] is toen naar de andere kant van de woning gelopen. De bus van [betrokkene 1] stond namelijk niet op de oprit en dat zou betekenen dat [betrokkene 1] niet thuis zou zijn. [betrokkene 2] wilde zich ervan vergewissen dat de bus van [betrokkene 1] niet aan de andere kant van de woning stond. Omdat [betrokkene 2] ook daar niets zag, is hij dezelfde weg weer terug gelopen, over de tweede oprit. Tijdens het teruglopen wenkte [betrokkene 2] naar [betrokkene 3] , een soort van ‘kom hier’ beweging, en riep hem, ‘ [betrokkene 3] ’, in de veronderstelling dat hij achter hem aan zou komen. Toen hij een boom/plant/struik met een plantenbak passeerde, riep hij nog een keer en zwaaide hij nog een keer met zijn hand en liep door. Hij zwaaide en riep in de richting ‘waar hij bij die pilaar’ (het hof begrijpt: in de richting van de stenen penant waar [betrokkene 2] [betrokkene 3] eerder had gepositioneerd). [betrokkene 2] heeft verklaard dat hij [betrokkene 3] niet kon zien en niet wist of [betrokkene 3] hem gezien had. Hij heeft ook geen reactie van [betrokkene 3] gehoord. Op het moment dat hij [betrokkene 3] voor de tweede keer riep en wenkte, keek hij richting de snelweg en hoorde hij dat er achter hem werd geschoten. Hij schrok, dacht dat er mogelijk vanuit de woning op hem en [betrokkene 3] werd geschoten, draaide zich om en begon zelf ook te schieten met de revolver. Die heeft hij, zonder concreet ergens op te richten, naar eigen zeggen leeggeschoten. Hij rende terug naar de auto en wachtte daar totdat [betrokkene 3] ook weer in zou stappen. Die vertelde dat hij had geschoten en sprak van een vrouw en een hond. [betrokkene 2] verifieerde dit nog door met zijn handen de welving van borsten na te bootsen. [betrokkene 2] reed vervolgens samen met [betrokkene 3] weg in de richting van Duitsland. Onderweg worden de handschoenen van [betrokkene 3] , de hulzen van de revolver en het magazijn van de Skorpion weggegooid. [betrokkene 2] heeft verklaard dat hij tijdens de autorit boos is geworden op [betrokkene 3] , omdat het helemaal niet de bedoeling was om op de vrouw te schieten.
Uiteindelijk is [betrokkene 2] met [betrokkene 3] naar [betrokkene 10] gereden. Daar heeft hij van alles geroepen en aan [betrokkene 10] en [betrokkene 11] verteld dat er geschoten was. De Skorpion heeft [betrokkene 2] bij [betrokkene 10] achter gelaten.
Ook [betrokkene 10] en diens partner [betrokkene 11] hebben verklaard dat [betrokkene 2] en [betrokkene 3] (“ [betrokkene 3] ”) die avond na de moord bij hen thuis zijn geweest. [betrokkene 11] heeft verklaard dat [betrokkene 2] stuiterend binnenkwam, echt heel druk en helemaal in paniek was. Volgens [betrokkene 10] en [betrokkene 11] zou hij hebben gezegd: “de verkeerde is neergeschoten”, “Het was een vrouw” en dat het “gigantisch is fout gegaan”. Ook heeft [betrokkene 10] verklaard op de vraag wat [betrokkene 2] hem heeft verteld over waarom die moord is gebeurd, dat [betrokkene 2] hem had gezegd ‘dat dit via [verdachte] was’. [betrokkene 10] heeft verder verklaard dat hij het wapen inderdaad in huis heeft gehad en ook [betrokkene 11] heeft verklaard dat [betrokkene 2] het wapen heeft achtergelaten bij [betrokkene 10] .
[betrokkene 3] heeft, na in eerste instantie bij de politie telkens te hebben ontkend iets met de moord te maken te hebben, na het naar buiten komen van de kluisverklaringen van [betrokkene 2] op 27 augustus 2019, ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep zijn betrokkenheid bij de moord erkend. Hij heeft verklaard dat hij op 25 oktober 2012 door [betrokkene 2] is opgehaald bij [betrokkene 7] , dat zij samen naar de woning aan de [a-straat 1] zijn gegaan, dat [betrokkene 2] hem een wapen heeft gegeven en dat zij daar allebei hebben geschoten en dat zij schuldig zijn aan de moord op [slachtoffer] . Ook heeft hij verklaard over de aanwezigheid van twee wapens: een automatisch wapen en een revolver.