Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2023:802

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 mei 2023
Publicatiedatum
25 mei 2023
Zaaknummer
21/01533
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 15a lid 3 Rijkswet rechtsmacht Hoge Raad Aruba, Curaçao, Sint Maarten en voor Bonaire, Sint Eustatius en SabaArt. 29 Algemene wet inzake rijksbelastingen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in zaak belastingaanslagen Curaçao

De Minister van Financiën van Curaçao stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Dit arrest betrof de belastingaanslagen voor de jaren 2012 en 2013, waaronder inkomstenbelasting en premies AOV/AWW en AVBZ, opgelegd aan belanghebbende.

Belanghebbende diende een verweerschrift in, waarna de Minister een conclusie van repliek indiende. De Hoge Raad beoordeelde de klachten van de Minister, maar oordeelde dat deze niet konden leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad motiveerde dit oordeel niet, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 RO Pro.

De Minister werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, vastgesteld op €1.674 voor rechtsbijstand. Het verzoek van belanghebbende om vergoeding wegens renteverlies werd afgewezen, omdat de toepasselijke wettelijke bepalingen geen grond boden voor toewijzing.

Het arrest werd uitgesproken door de raadsheren Wortel, Cools en Van der Voort Maarschalk op 26 mei 2023. Tevens werd een griffierecht van €541 geheven van de Minister van Financiën van Curaçao.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de Minister van Financiën van Curaçao is ongegrond verklaard en de Minister is veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer21/01533
Datum26 mei 2023
ARREST
in de zaak van
de MINISTER VAN FINANCIËN VAN CURAÇAO
tegen
[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 10 februari 2021, nrs. CUR2020H00074 tot en met CUR2020H00078 [1] , op het hoger beroep van de Inspecteur tegen een uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (nrs. CUR201800081 tot en met CUR201800085) betreffende de aan belanghebbende voor de jaren 2012 en 2013 opgelegde aanslagen in de inkomstenbelasting, de premies ingevolge de AOV/AWW en de premies ingevolge de AVBZ.

1.Geding in cassatie

De Minister van Financiën van Curaçao, vertegenwoordigd door [P], heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld.
Belanghebbende, vertegenwoordigd door A.M. Kleine-van Dijk, heeft een verweerschrift ingediend.
De Minister van Financiën van Curaçao heeft een conclusie van repliek ingediend.

2.Beoordeling van de klachten

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Kosten

De Minister van Financiën van Curaçao zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.
Belanghebbende heeft verzocht om een vergoeding wegens renteverlies. Dit verzoek kan niet worden toegewezen. De krachtens artikel 15a, lid 3, van de Rijkswet rechtsmacht Hoge Raad voor Aruba, Curaçao, Sint Maarten en voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba en artikel 29 AWR Pro toepasselijke voorschriften bieden geen grond voor toewijzing van dit verzoek.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- verklaart het beroep in cassatie ongegrond, en
- veroordeelt de Minister van Financiën van Curaçao in de kosten van belanghebbende voor het geding in cassatie, vastgesteld op € 1.674 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren P.A.G.M. Cools en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 26 mei 2023.
Van de Minister van Financiën van Curaçao wordt een griffierecht geheven van € 541.