Conclusie
1.Inleiding
2.Bewezenverklaring en bewijsoverwegingen
Standpunten van partijen
het hof begrijpt euro). In dat telefoongesprek vraagt de andere persoon (NN) waarom de verdachte zo weinig heeft gekregen. De verdachte antwoordt dat hij geen kans had omdat hij in de auto zat. Vervolgens vraagt NN waarom “[betrokkene 1]" niet wat van de [a-straat] aan “[medeverdachte]” geeft. Later in het telefoongesprek vraagt NN of “[betrokkene 1]" een acrobaat is, dat hij zo snel de woning is ingegaan. De verdachte bevestigt dat en zegt dat [betrokkene 1] door het raam naar binnen is gegaan.
3.Het eerste middel
4.Het tweede middel
AG TS: ten aanzien van deze woning heeft het hof ook overwogen dat het buiten kijf staat dat voor de verdachte duidelijk moet zijn geweest dat de woning niet toebehoorde aan zijn medeverdachten], vervolgens parkeerde bij de woning van de aangevers, de mededaders uitstapten en in de richting van de woning van de aangevers liepen en kort daarna terugkwamen en een zwaar voorwerp in de auto laadden – dat hij behulpzaam was bij het plegen van een vermogensdelict” en dat daarom sprake is van dubbel opzet. Dit oordeel is toereikend gemotiveerd nu het overduidelijk is dat het hof met het vermogensdelict het oog had op diefstal.